VHP-parlementariër Asis Gajadien heeft zich krachtig uitgesproken tegen recente missives van president Chan Santokhi, waarin kabinetsleden, waaronder de president zelf, toestemming krijgen om dienstvoertuigen tegen slechts 25 procent van hun getaxeerde waarde over te nemen. De uitgelekte documenten hebben geleid tot felle publieke kritiek. Gajadien sluit zich daarbij aan en benadrukt dat principes belangrijker zijn dan privileges ook als het om partijgenoten gaat.
Consistentie boven loyaliteit
Gajadien laat met zijn uitspraken zien dat politieke loyaliteit nooit boven morele integriteit mag staan. Zijn kritiek is een consequent moreel standpunt. “Wij hebben eerder afgesproken dat dit soort handelingen zouden stoppen. Dan moeten we ons daar ook aan houden,” stelt hij. Tijdens de behandeling van de Wet Financiële Voorzieningen Politieke Ambtsdragers werd afgesproken dat overname van staatsmiddelen, zoals dienstauto’s, niet langer aanvaardbaar is. Hoewel die wet niet met terugwerkende kracht geldt, was de intentie duidelijk: het beëindigen van oude praktijken die het vertrouwen in de overheid ondermijnen. Als een voorziening niet in het belang van het land is, moet je er geen aanspraak op maken, zelfs al laat de wet dat toe,” aldus Gajadien.
Een principiële houding in onzekere tijden
Gajadien roept de regering op om het besluit terug te draaien en alsnog te handelen volgens de afgesproken principes. Zijn oproep is helder: politieke geloofwaardigheid begint bij het naleven van eigen regels. Hij benadrukt dat het niet past om het morele gezag dat men als bestuurspartij opeist, te ondergraven met handelingen die niet stroken met diezelfde waarden. Zijn uitspraken bieden een zeldzaam, maar krachtig voorbeeld van politieke integriteit binnen de coalitie: een parlementariër die zich laat leiden door het belang van de samenleving.
Context van bredere besluiten
De uitgelekte missives bevatten meer dan alleen de regeling rond dienstvoertuigen. Zo werd ook goedkeuring gegeven voor het betalen van aanzienlijke achterstallige bedragen aan aannemers en verhuurders. Een voorbeeld is de maandelijkse huur van USD 8.000 voor een overheidsgebouw in Nickerie, en een betaling van SRD 23 miljoen voor rioolwerken door een aannemer. Hoewel deze betalingen mogelijk binnen wettelijke kaders vallen, roept de snelheid en omvang ervan vragen op. In deze context klinkt Gajadien’s oproep des te relevanter: bestuur moet niet alleen wettelijk correct zijn, maar ook moreel verantwoord.
Asis Gajadien toont dat politiek ook kan draaien om principes, zelfs als dat betekent dat je een besluit van je eigen partijgenoot en president moet bekritiseren. Zijn oproep is niet politiek, maar moreel van aard: afspraken zijn er om nageleefd te worden. Zijn houding onderstreept dat geloofwaardigheid in het bestuur niet wordt opgebouwd door woorden, maar door daden. Zeker in een tijd waarin het vertrouwen van de burger dun gezaaid is, zijn zulke publieke correcties essentieel voor het herstel van vertrouwen en politieke hygiëne.