De Amerikaanse dollar wordt niet van zijn troon gestoten door een nieuwe BRICS munt of een plotselinge wereldwijde vlucht uit Amerikaanse bezittingen, maar verliest wel langzaam zijn vanzelfsprekende positie als enige bruikbare route voor internationale handel, energiebetalingen en centrale bankreserves. Steeds meer landen regelen onderlinge transacties in hun eigen munten, verbinden nationale betaalsystemen met elkaar en spreiden hun reserves over meerdere valuta en soorten beleggingen, waardoor de wereldeconomie niet zonder de dollar verdergaat, maar wel leert functioneren zonder hem voor iedere betaling nodig te hebben.
BRICS bestaat inmiddels uit elf volwaardige leden en werkt daarnaast met een groeiende groep partnerlanden, waardoor afspraken over lokale valuta niet langer kunnen worden afgedaan als een klein politiek experiment. Brazilië, Rusland, India, China en Zuid Afrika kregen versterking van Egypte, Ethiopië, Indonesië, Iran, Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. De uitbreiding brengt grote energieproducenten, grondstoffenexporteurs, industriële economieën en snelgroeiende afzetmarkten samen, waardoor zelfs een gedeeltelijke verschuiving van handelsbetalingen economische betekenis krijgt.
Het doel is voorlopig niet om één gemeenschappelijke munt te lanceren, maar om landen meer mogelijkheden te geven rechtstreeks met elkaars geld af te rekenen. De verklaring van New Delhi spreekt over betere verbindingen tussen betalingsnetwerken en verdere bevordering van handel en investeringen in nationale valuta, waarbij ieder land ruimte behoudt voor eigen prioriteiten. Daarmee kiest het blok voor een praktische route die minder spectaculair klinkt dan een nieuwe wereldmunt, maar aanzienlijk sneller kan worden uitgevoerd.
Rusland en China gebruiken de roebel en renminbi steeds vaker bij energiehandel en andere bilaterale transacties, waardoor betalingen niet eerst door Amerikaanse banken of dollarsystemen hoeven te lopen. India en Rusland hebben eveneens mechanismen ontwikkeld waarbij olieaankopen in roepies en roebels kunnen worden verwerkt, al ontstaan daarbij problemen wanneer handelsstromen sterk uit balans raken en één partij grote hoeveelheden van een beperkt bruikbare munt overhoudt. Lokale afrekening vermindert afhankelijkheid van dollars, maar creëert tegelijk nieuwe vragen over wisselkoersen, kapitaalcontroles, liquiditeit en de mogelijkheid om ontvangen geld elders te investeren.
China zet de renminbi strategisch in bij energiecontracten, goederenhandel en grensoverschrijdende betalingsverbindingen, omdat iedere transactie buiten het dollarsysteem de invloed van Amerikaanse banken en sanctieregels vermindert. Die aanpak is vooral aantrekkelijk voor landen die vrezen dat hun toegang tot dollars, internationale bankkanalen of buitenlandse reserves tijdens een politiek conflict kan worden beperkt. De renminbi blijft echter onderworpen aan Chinese kapitaalregels en is internationaal aanzienlijk minder vrij verhandelbaar dan de dollar, waardoor veel centrale banken en ondernemingen terughoudend blijven.
De kracht van deze verschuiving ligt daarom niet in de vervanging van één dominante munt door een andere, maar in het ontstaan van meerdere parallelle betaalroutes. Een oliecontract kan in renminbi worden voldaan, regionale handel kan via roepies of dirhams lopen en digitale centrale bankmunten kunnen in de toekomst rechtstreeks met elkaar communiceren. De BRICS Payment Task Force onderzoekt hiervoor grensoverschrijdende betalingen, digitale activa en verbindingen tussen nationale systemen, zonder dat de leden zich al aan één munt of centraal monetair gezag hebben verbonden.
De dollar blijft ondertussen met afstand de belangrijkste reservemunt ter wereld, waardoor voorspellingen over een naderende instorting sterk overdreven zijn. Volgens de meest recente gegevens bedroeg zijn aandeel in de mondiale valutareserves in het tweede kwartaal van 2026 ongeveer 56,7 procent, tegenover 57,13 procent in het eerste kwartaal. De daling is zichtbaar, maar verloopt geleidelijk en laat vooral zien dat centrale banken hun portefeuilles spreiden in plaats van massaal afscheid te nemen van Amerikaans geld.
Diversificatie krijgt verschillende vormen, aangezien landen naast euro’s, renminbi, yen en kleinere valuta ook meer goud aanhouden en hun afhankelijkheid van Amerikaanse staatsobligaties opnieuw beoordelen. Een lager dollaraandeel betekent echter niet automatisch dat centrale banken dollars verkopen, omdat wisselkoersbewegingen de gemeten verhouding sterk kunnen veranderen. De waarde van andere reservemunten kan stijgen ten opzichte van de dollar, waardoor het Amerikaanse aandeel op papier daalt zonder dat beheerders hun onderliggende dollarposities wezenlijk hebben verminderd.
Het Noorse staatsvermogensfonds laat goed zien hoe snel een portefeuillewijziging ten onrechte als aanval op de dollar kan worden uitgelegd. Norges Bank adviseert het aandeel staatsobligaties binnen de obligatiebenchmark van 70 naar 50 procent te verlagen en meer ruimte te maken voor bedrijfsobligaties, hypotheekgedekte effecten en andere hoogwaardige schuldpapieren. Amerikaanse staatsleningen zouden daardoor minder zwaar wegen, maar de vrijgekomen ruimte verschuift voor een belangrijk deel naar andere Amerikaanse obligaties, waardoor de totale blootstelling aan de dollar slechts beperkt verandert en met iets meer dan de helft dominant blijft.
Het werkelijke gevaar voor Washington is daarom niet dat de dollar morgen waardeloos wordt, maar dat buitenlandse beleggers op termijn minder vanzelfsprekend iedere nieuwe uitgifte van Amerikaanse staatsschuld absorberen. De Verenigde Staten hebben grote en groeiende financieringsbehoeften, waardoor een afnemende buitenlandse vraag hogere rente kan vereisen om voldoende kopers aan te trekken. Hogere rentelasten drukken vervolgens zwaarder op de federale begroting, waardoor minder ruimte overblijft voor infrastructuur, sociale programma’s, defensie en economische stimulering.
Die kwetsbaarheid verandert niets aan de uitzonderlijke voordelen die de dollar voorlopig behoudt, omdat geen andere munt dezelfde combinatie biedt van diepe kapitaalmarkten, wereldwijde verhandelbaarheid, omvangrijke veilige bezittingen en breed vertrouwen bij banken en ondernemingen. Grondstoffen, internationale leningen, scheepvaartcontracten en complexe financiële producten worden nog altijd grotendeels in dollars geprijsd. Een alternatief moet daarom niet alleen politiek aantrekkelijk zijn, maar ook voldoende liquide, juridisch betrouwbaar en op ieder moment omzetbaar in andere bezittingen.
BRICS moet daarnaast omgaan met onderlinge spanningen, ongelijke handelsstromen en verschillende monetaire belangen, aangezien exporteurs niet onbeperkt valuta willen verzamelen die zij moeilijk kunnen gebruiken of omwisselen. India wil meer handel in roepies, China wil de internationale positie van de renminbi versterken en Rusland zoekt vooral bescherming tegen sancties, waardoor de motieven niet volledig samenvallen. De dollarisering neemt daardoor niet af via één gecoördineerde aanval, maar via duizenden praktische beslissingen van landen en ondernemingen die kosten, risico’s en politieke afhankelijkheid willen verminderen.
Suriname kan deze ontwikkeling benutten door betalingsverbindingen met handelspartners te verbreden, regionale afwikkeling te versterken en valutareserves zorgvuldig te spreiden, zonder de liquiditeit en bruikbaarheid van de dollar te onderschatten. Olie inkomsten, goudopbrengsten en internationale reserves mogen niet vanuit politieke sympathie in een munt worden geconcentreerd, maar behoren volgens transparante regels te worden verdeeld over betrouwbare valuta, goud en hoogwaardige beleggingen. Een robuust financieel beleid geeft ondernemers toegang tot meerdere betalingsroutes en beschermt het land tegelijk tegen sanctierisico, koersschokken en overmatige afhankelijkheid van één buitenlandse macht.
De dollar sterft dus niet en BRICS heeft geen munt klaarstaan die hem onmiddellijk kan vervangen, maar de periode waarin vrijwel iedere grote transactie automatisch door het Amerikaanse financiële systeem liep, begint wel te vervagen. Iedere oliebetaling in renminbi, iedere bilaterale afrekening in roepies en iedere centrale bank die haar reserves breder spreidt, haalt een klein deel van de wereldhandel uit de exclusieve invloedssfeer van Washington. De verandering voltrekt zich niet als een monetaire revolutie, maar als een stille verbouwing van het wereldsysteem waarbij de dollar de grootste kamer behoudt, maar niet langer het hele huis bezit.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com