Het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting heeft het contact met buurtorganisaties nieuw leven ingeblazen. Tijdens een kennismakingsbijeenkomst op de Kennedyschool werd gesproken over intensievere samenwerking en een meer gebiedsgerichte aanpak voor de ontwikkeling van buurten en wijken in Suriname. Op papier klinkt dat positief. Maar Suriname heeft inmiddels genoeg ervaring met mooie beleidsvoornemens die stranden zodra de vergaderingen voorbij zijn en de werkelijkheid van de samenleving zich aandient. De boodschap van het ministerie is, buurtontwikkeling vraagt maatwerk en kan alleen succesvol zijn wanneer overheid en gemeenschappen daadwerkelijk samenwerken. Dat inzicht is niet nieuw. Al jarenlang wijzen maatschappelijke organisaties erop dat problemen in buurten niet vanuit kantoren kunnen worden opgelost. Wie jongeren wil bereiken, moet weten wat er in de wijk speelt. Wie gezinnen wil ondersteunen, moet de sociale problemen kennen. En wie gemeenschappen wil ontwikkelen, moet luisteren naar de mensen die daar iedere dag leven.
Juist daarom is het opmerkelijk dat het ministerie nu spreekt over het opnieuw leven inblazen van het contact met buurtorganisaties. Als deze organisaties zo belangrijk zijn voor het sociaal beleid, waarom heeft die samenwerking dan eerder onvoldoende structureel vorm gekregen? Het risico bestaat dat opnieuw een overlegstructuur wordt opgetuigd, waarna rapporten worden geschreven en plannen worden gemaakt, terwijl de mensen in de wijken wachten op concrete resultaten. De organisaties die zich hebben verenigd in een landelijk platform vertegenwoordigen een breed maatschappelijk terrein. Zij houden zich bezig met jeugdontwikkeling, huiswerkbegeleiding, talentontwikkeling, vrouwen- en seniorenzorg, gemeenschapsontwikkeling en ondersteuning van inheemse en marrongemeenschappen. Ook milieubewustzijn, kunst en technologie maken deel uit van hun activiteiten. Dat is geen kleine bijdrage aan de samenleving. Het is juist een netwerk van kennis en ervaring waar de overheid gebruik van zou moeten maken.
Het aangekondigde participatieve onderzoek kan daarom een belangrijk instrument worden. Het ministerie wil de werkgebieden, expertise en behoeften van de organisaties en hun gemeenschappen in kaart brengen. Maar ook hier geldt, een onderzoek is geen resultaat. Een rapport lost geen sociale problemen op. Een inventarisatie heeft alleen waarde wanneer de uitkomsten daadwerkelijk worden vertaald naar beleid, financiering, begeleiding en uitvoering. Suriname heeft behoefte aan sociaal beleid dat niet alleen in Paramaribo wordt bedacht, maar ook daadwerkelijk in de districten wordt gevoeld. De problemen van een achterstandswijk in de hoofdstad zijn niet automatisch dezelfde als die van een dorp in het binnenland. Jongeren hebben niet overal dezelfde kansen. Gezinnen kampen met verschillende vormen van economische en sociale druk. Ook de behoeften van vrouwen, senioren, inheemse en marrongemeenschappen verschillen per gebied. De aangekondigde gebiedsgerichte aanpak is daarom noodzakelijk, maar mag geen nieuwe beleidsmode worden. Als het ministerie werkelijk maatwerk wil leveren, moet het bereid zijn om macht, middelen en verantwoordelijkheid dichter bij de gemeenschappen te brengen. Minister Diana Pokie stelt dat organisaties uit alle districten actief betrokken moeten worden bij de uitvoering van het sociaal beleid. Dat klinkt als de juiste richting.
Maar betrokkenheid mag niet worden gereduceerd tot uitnodigingen voor bijeenkomsten, het maken van presentaties of het invullen van vragenlijsten. Participatie betekent dat gemeenschappen daadwerkelijk invloed krijgen op de keuzes die over hun toekomst worden gemaakt. De overheid moet bovendien durven erkennen dat buurtorganisaties soms dichter bij de werkelijkheid staan dan beleidsmakers. Zij weten waar jongeren afhaken, welke gezinnen tussen wal en schip vallen en waar voorzieningen ontbreken. Die kennis moet niet slechts worden verzameld, maar serieus worden gebruikt. De hernieuwde samenwerking is daarom een kans, maar vooral een test. Een test om te zien of het ministerie deze keer verder gaat dan woorden, overleg en beleidsdocumenten. Want Suriname heeft geen gebrek aan plannen. Wat ontbreekt, is vaak de consequente uitvoering. Als Sociale Zaken werkelijk een inclusieve, duurzame en doelgerichte ontwikkeling van buurten en wijken wil realiseren, zal dat zichtbaar moeten worden op straat. Niet alleen in vergaderzalen, maar in de levens van mensen. De buurtorganisaties hebben hun bereidheid getoond. Nu is het aan de overheid om te bewijzen dat luisteren dit keer daadwerkelijk leidt tot handelen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com