In de sfeervolle tuin van de residentie van de Nederlandse ambassadeur Walter Oostelbos hing een bijzondere energie. In aanwezigheid van prominente partners uit de Surinaamse erfgoedsector organiseerde de Nederlandse ambassade een warme Welkom Terug-receptie voor vijf jonge Surinaamse erfgoedprofessionals die na anderhalf jaar studie en onderzoek terugkeerden uit Nederland. De vijf professionals maakten deel uit van het Cultural Heritage Scholarship Programme, een volledig door de Nederlandse overheid gefinancierd programma dat hen in staat stelde een masteropleiding te volgen aan gerenommeerde Nederlandse universiteiten. Het programma had een duidelijke missie, het versterken van kennis en vaardigheden op het gebied van herkomstonderzoek, teruggave van erfgoed en het professioneel beheren en presenteren van collecties en exposities.
Wat dit traject extra bijzonder maakte, was het internationale karakter. Naast deelnemers uit Suriname namen ook jonge erfgoedspecialisten uit Zuid-Afrika, Indonesië, Nigeria en Sri Lanka deel. Deze culturele kruisbestuiving zorgde voor intensieve kennisuitwisseling en nieuwe perspectieven op gedeeld, vaak beladen erfgoed. De vijf Surinaamse deelnemers deelden hun onderzoeksresultaten, elk met een eigen invalshoek, maar verbonden door een gemeenschappelijk doel, het zichtbaar maken van onderbelichte verhalen en het herdefiniëren van erfgoed in een postkoloniale context. Agir Axwijk beet het spits af met een indringende presentatie over de rol van de Inheemse bevolking tijdens de Binnenlandse Oorlog. Met scherpe analyses en historische bronnen bracht hij een perspectief naar voren dat lange tijd onderbelicht is gebleven, maar essentieel blijkt voor een volledig begrip van deze turbulente periode in de Surinaamse geschiedenis.
Rebekka Persaud-Torsoh sprak van de wereld koloniale schilderkunst. Aan de hand van de aquarel tot slaaf gemaakte mannen graven trenzen uit de collectie van het Rijksmuseum legde zij bloot hoe beeldvorming, macht en koloniale met elkaar verweven zijn en hoe musea vandaag de dag met deze beladen beelden kunnen omgaan. Akaash Jhinkoe richtte zijn onderzoek op de representatie van Hindoestaans koloniaal erfgoed binnen Nederlandse museale databases en het bredere restitutiedebat. Zijn presentatie maakte duidelijk hoe digitale systemen, vaak onbewust, bestaande ongelijkheden kunnen versterken, maar ook kansen bieden voor herstel en inclusie. Met een diepgravende analyse van meer dan honderd objecten gaf Jõvan Ranalfo Samson vervolgens inzicht in de archeologische waarde van de Suriname-collectie van het Wereldmuseum. Zijn werk benadrukte niet alleen de wetenschappelijke betekenis van deze objecten, maar ook hun culturele en spirituele waarde voor Surinaamse gemeenschappen. Amos Constant zette de toon voor verdere reflectie. Hij belichtte het belang van actieve betrokkenheid van gemeenschappen bij besluitvorming rondom de restitutie van koloniale collecties. Volgens hem is teruggave niet slechts een juridische of museale kwestie, maar vooral een sociaal proces waarin dialoog en vertrouwen centraal staan. Beleidsmakers, erfgoedprofessionals en genodigden raakten met elkaar in discussie over de toekomst van erfgoed, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Met hun nieuwe kennis, internationale ervaring en frisse blik staan deze vijf jonge professionals klaar om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van de Surinaamse erfgoedsector. Hun terugkeer markeert niet het einde van een traject, maar het begin van een nieuw hoofdstuk, waarin verleden, heden en toekomst op vernieuwende wijze met elkaar worden verbonden.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor inspiratie, data, nieuws en Community Building.