Wie economische zelfstandigheid als nationaal doel uitspreekt, roept tegelijk een ongemakkelijke vraag op, willen we alleen financieel op eigen benen staan, of durven we ook psychologisch zelfstandig te worden, met een ruggengraat die sterker is dan onze reflex om te klagen, te vergelijken en te wachten. President Simons raakte die diepere laag toen zij benadrukte dat we als volk een moeten zijn, en dat die verantwoordelijkheid niet mag blijven hangen in woorden, maar zichtbaar moet worden in daden van iedereen, in gedrag, in discipline en in het vermogen om elkaar als gelijke tegemoet te treden.
In dat licht kreeg Heritage Month een duidelijke opdracht in haar toespraak vandaag, niet als show, maar als oefening in zelfrespect en samenhang. Eerst respect voor jezelf, zodat je het ook aan de ander kunt geven, daarna eerlijk kijken waar we vandaan komen, vervolgens bepalen hoe we met elkaar verdergaan, duurzaam, realistisch en met oog voor de ontwikkelingen rond olie en gas. Het klinkt als een kompas naar volwassen burgerschap, maar de test begint pas wanneer het applaus verstomt en de samenleving moet laten zien of zij woorden kan omzetten in keuzes.
Het staatsbezoek en de komst van de Nederlandse delegatie werd door de president terecht gekoppeld aan waardering voor ministers, veiligheid en allen die niet sliepen om het geheel te laten slagen, want diplomatie draait ook om uitvoering en bescherming. Tegelijk legde zij de lat hoger door te zeggen dat het nu vruchten moet afwerpen, twee zelfstandige landen, elk met rijkdom en belangen, die elkaar moeten ondersteunen. Suriname heeft belang bij een stabiele relatie met Nederland, Nederland heeft belang bij een betrouwbare relatie met Suriname, maar belangen worden pas winst als ze worden vertaald naar concrete trajecten, afspraken en voorbereiding.
Daar is waar het maar al te vaak mis gaat hier in Suriname, want de afgelopen dagen klonk terecht kritiek op het visumbeleid, terwijl het onduidelijk bleef hoe die frustratie werd omgezet in een strategisch, haalbaar plan dat rekening houdt met Nederlandse regels en Surinaamse prioriteiten. Als je werkelijk vooruit wilt, ligt de vraag niet alleen bij de ambassade, maar ook bij onze eigen strategie, waar vragen wij precies om, welke categorieën hebben prioriteit, studenten, onderzoekers, investeerders, ondernemers, en welke wederkerigheid bieden wij daarbij. Klagen zonder een duidelijk voorstel is emotie, geen beleid, en emotie verliest altijd van een systeem dat wel procedures kent.
Dezelfde spiegel geldt voor het ondernemerschap rond het bezoek, er waren ontmoetingen bij grote bedrijven, er waren mooie foto’s, er waren rondleidingen, maar voor een land dat zichzelf economisch wil rechtvaardigen, zou juist de vraag centraal moeten staan of de kleine bedrijven, de toeleveranciers, de kleinere producenten, de dienstverleners, klaar stonden met voorstellen, partnerschappen, prijzen, capaciteit en kwaliteit. Een delegatiebezoek is geen loterij waarbij je hoopt dat er iets valt, het is een markt waarop je zichtbaar en voorbereid moet verschijnen, anders blijft het bij beleefdheden en gemiste kansen.
Wie Simons’ oproep tot natievorming serieus neemt, ziet ook hoe snel we die ambitie ondermijnen met primitief gedrag dat groot lijkt op sociale media. Als de samenleving na zo’n week nog steeds de energie verspilt aan jurken, vergelijkingen en competitie tussen Simons en Máxima over hun kleding, dan zegt dat iets over het denkvermogen van deze personen, het is een signaal dat we status belangrijker vinden dan inhoud en uiterlijk belangrijker dan intellect. Die primitieve focus houdt ons niet alleen achter, het maakt ons ook voorspelbaar, want een land dat zich laat sturen door oppervlakkigheid is makkelijk te verdelen.
Dat risico wordt groter met olie en gas, want de gedachte dat oliegeld in 2028 vanzelf zal verenigen is een comfortabele misvatting. Grote inkomsten zonder gedeelde visie zorgen zelden voor eenheid, ze vergroten de druk op verdeling, ze verharden kampen, ze maken verwachtingen explosief en ze versterken de neiging om te wachten op excuses, op cadeaus, op een paspoortstempel, op iets van buiten. Wie een goede toekomst voor Suriname wil, moet stoppen met wachten en beginnen met een strategische visie, niet omdat Nederland dat vraagt, maar omdat Suriname dat nodig heeft. Want anders zal het buitenland de toekomst van Suriname bepalen, en zoals een Surinaamse politicus zei: we willen onze eigen toekomst schrijven. En dat begint met een collectieve visie.