In de gangen van Wall Street klinkt steeds nadrukkelijker de vraag of de koorts rond kunstmatige intelligentie zijn hoogste punt heeft bereikt, nu bekend is geworden dat het hedgefonds van techmiljardair Peter Thiel zijn volledige belang in chipreus Nvidia van de hand heeft gedaan en daarmee een signaal afgeeft dat niet onopgemerkt blijft in een markt die leunt op torenhoge verwachtingen.
Het fonds, dat inzet op grote macrotrends in technologie en financiën, heeft in een beweging afscheid genomen van zijn positie in de belangrijkste leverancier van AI chips, een aandeel dat de afgelopen periode symbool werd voor de nieuwe goudkoorts rond datacenters, trainingsclusters en digitale infrastructuur. Waar veel beleggers Nvidia zien als thermometer voor de wereldwijde vraag naar rekenkracht, leest een deel van de markt de stap van Thiel als een teken dat het risico toeneemt dat koersen harder zijn gestegen dan de winstgroei op de langere termijn kan waarmaken.
De onrust wordt gevoed doordat ook andere grote namen recent winsten hebben veiliggesteld op Nvidia, waardoor de gedachte aan een luchtbel rond AI niet langer wordt weggelachen maar serieus wordt gewogen in analyses en beleggingscomités. Voor een sector waar in korte tijd duizenden miljarden aan waarde zijn bijgeschreven, is iedere grote verkoop een test van het vertrouwen in het verhaal dat kunstmatige intelligentie op termijn vrijwel elke sector zal veranderen en daarmee blijvend hoge marges rechtvaardigt.
Beleggers kijken nu gespannen naar de komende resultatenpresentatie van Nvidia, omdat die cijfers en vooruitzichten moeten laten zien of de vraag naar geavanceerde chips in datacenters, cloudplatforms en supercomputers het tempo van de koersstijging blijft volgen. De onderneming wordt gezien als graadmeter voor de hele AI keten, van hyperscale datacenters tot kleinere spelers die hun rekencapaciteit inkopen, en elke hint van afkoeling in de bestellingen kan als aanleiding dienen voor een bredere correctie in de technologiesector.
Opvallend is dat Thiels fonds niet breekt met technologie in het algemeen, maar de focus verschuift naar andere zwaargewichten in de sector, met belangen in gevestigde giganten in software, elektronica en elektrische mobiliteit. Dat voedt het beeld dat sommige professionele beleggers het risico van geconcentreerde posities in de grootste AI winnaar willen terugbrengen, zonder hun geloof in de lange termijn waarde van digitale infrastructuur, cloud en automatisering op te geven.
Voor wie de AI revolutie tot nu toe vooral van een afstand heeft gevolgd, is de verkoopgolf een reminder dat zelfs in een sector die de toekomst vormgeeft, de regels van de markt blijven gelden en dat winsten op papier nooit vanzelfsprekend zijn. In een klimaat waarin steeds meer pensioenfondsen, familiebedrijven en particuliere beleggers via indexen en ETF’s blootstelling hebben aan dezelfde groep megatechs, kan het zinvol zijn om niet alleen naar groeiverhalen te luisteren maar ook kritisch te kijken naar waarderingen, afhankelijkheden en de vraag welke bedrijven werkelijk waarde creëren, ook wanneer de hype tijdelijk afneemt.