Met de aanneming van het vernieuwde Burgerlijk Wetboek en de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht heeft De Nationale Assemblee een wetgevend traject voltooid dat in een halve eeuw niet is gelukt. Hofpresident Iwan Rasoelbaks sprak van “geschiedenis schrijven voor de rechtsstaat Suriname” en bedankte voormalig DNA-voorzitter Marinus Bee en de parlementariërs Asiskumar Gajadien, Genevievre Jordan en Cheryl Dijksteel voor hun “bijzondere bijdrage” in de afgelopen zittingsperiode.
Volgens Rasoelbaks geven de wetten concrete invulling aan artikel 141 van de Grondwet en versterken zij de institutionele borging van de rechterlijke macht: van onafhankelijkheid en rechtsbescherming tot voorspelbaarheid van rechtspraak. Als blijk van waardering ontvingen Bee, Gajadien, Jordan en Dijksteel een plaquette voor hun rol als voorzitter, (mede)initiatiefnemer en rapporteur binnen het wetgevend proces.
De hofpresident benadrukte dat de maatschappelijke opdracht van rechters vaak botsingen oproept, “rechters worden door de verliezende partij levenslang ‘veroordeeld’” maar dat juist daarom een helder rechtskader en een solide rechtspositie onmisbaar zijn. De modernisering van het Burgerlijk Wetboek levert, aldus Rasoelbaks, tastbare rechtsontwikkeling op: burgers, ondernemers en investeerders beschikken nu over geactualiseerde, beter toepasbare normen die rechtszekerheid en economische dynamiek bevorderen.