De snelle ontwikkeling van de Guyanese olie en gasindustrie heeft duizenden nieuwe zakelijke mogelijkheden gecreëerd, maar de regering waarschuwt inmiddels dat bescherming van lokale ondernemingen niet mag uitgroeien tot een systeem waarin hoge prijzen, gebrekkige dienstverlening en onvoldoende kwaliteit worden geaccepteerd. Minister van Natuurlijke Hulpbronnen Vickram Bharrat heeft tijdens de internationale handels- en investeringsconferentie van het World Trade Centre in Georgetown duidelijk gemaakt dat de Local Content Act bedoeld is om Guyanese ondernemingen een sterkere positie binnen de energiesector te geven, zonder dat daarmee de normale eisen aan professionaliteit en concurrentiekracht verdwijnen. De wetgeving mag volgens hem niet worden gebruikt om buitensporige tarieven te rechtvaardigen of opdrachtgevers te verplichten genoegen te nemen met producten en diensten die niet aan hun verwachtingen voldoen. Daarmee legt de minister een gevoelig vraagstuk binnen de nationale economische ontwikkeling bloot, omdat het stimuleren van lokale ondernemingen alleen duurzaam resultaat kan opleveren wanneer deze bedrijven ook daadwerkelijk in staat zijn om tegen concurrerende voorwaarden hoogwaardige goederen en diensten te leveren.
Sinds de invoering van de Local Content Act in december 2021 heeft Guyana een wettelijk kader opgebouwd waarmee de deelname van nationale ondernemingen en werknemers aan de olie en gasindustrie wordt bevorderd. Volgens Bharrat leveren inmiddels meer dan 1.200 lokale bedrijven rechtstreeks of indirect goederen en diensten aan de sector, terwijl bijna 7.000 Guyanezen zijn opgeleid en werkgelegenheid hebben gevonden binnen de industrie. De wetgeving bevat voor verschillende activiteiten concrete doelstellingen voor nationale deelname en wordt ondersteund door een gespecialiseerd secretariaat dat verantwoordelijk is voor registratie, certificering, toezicht en rapportage. De groeiende betrokkenheid van binnenlandse ondernemingen laat zien dat wettelijke maatregelen kunnen bijdragen aan een bredere verdeling van economische kansen. Tegelijkertijd benadrukken de cijfers vooral hoeveel ondernemingen en werknemers deelnemen en geven zij op zichzelf nog geen volledig inzicht in de winstgevendheid, productiviteit of internationale concurrentiekracht van deze bedrijven. De minister maakt daarom duidelijk dat verdere groei niet uitsluitend moet worden afgemeten aan het aantal lokale contracten, maar eveneens aan de kwaliteit en economische waarde van de geleverde prestaties.
De economische effecten van het beleid worden zichtbaar in verschillende bedrijfstakken die voorheen nauwelijks betrokken waren bij de offshore industrie. Landbouwers uit Black Bush Polder, langs de Linden Highway en in Parika leveren inmiddels verse landbouwproducten aan ondernemingen die betrokken zijn bij de olieproductie op zee. Daarmee ontstaan nieuwe afzetmogelijkheden voor producenten die hun goederen traditioneel vooral op de binnenlandse consumentenmarkt verkochten. Bharrat verwees daarnaast naar een transportonderneming die haar wagenpark heeft uitgebreid van vier naar 120 voertuigen, waardoor ook aanvullende werkzaamheden zijn ontstaan voor monteurs, brandstofleveranciers en andere dienstverleners. Deze ontwikkeling illustreert hoe investeringen in één onderneming nieuwe economische activiteiten binnen andere sectoren kunnen stimuleren. De uitbreiding van een wagenpark of de toename van landbouwleveringen vormt echter niet automatisch bewijs van duurzame winstgevendheid, omdat ondernemingen ook moeten investeren in onderhoud, kwaliteitscontrole, personeel en betrouwbare bedrijfsvoering. Vooral bij langdurige contracten met internationale energiebedrijven blijven de naleving van veiligheidsvoorschriften, leveringszekerheid en kostenefficiëntie belangrijke voorwaarden voor verdere groei.
De waarschuwing tegen buitensporige prijzen raakt aan een fundamenteel risico binnen beschermde markten, aangezien ondernemingen minder prikkels kunnen ervaren om hun dienstverlening te verbeteren wanneer afnemers door regelgeving slechts uit een beperkt aantal leveranciers kunnen kiezen. Local Content kan nationale bedrijven helpen toegang te krijgen tot markten die anders grotendeels door internationale ondernemingen worden beheerst, maar een dergelijke voorkeurspositie mag niet leiden tot structureel hogere kosten of onvoldoende prestaties. Vooral binnen de olie en gasindustrie kunnen gebrekkige materialen, vertraagde leveringen en onvoldoende veiligheidsmaatregelen grote operationele en financiële gevolgen veroorzaken. Bharrat benadrukte daarom dat klanttevredenheid, productkwaliteit en concurrerende prijzen bepalend moeten blijven voor zakelijk succes. Deze benadering maakt duidelijk dat wettelijke bescherming vooral bedoeld is als ondersteuning bij de ontwikkeling van nationale capaciteit en niet als permanente garantie op opdrachten. De uitdaging voor Guyana ligt daarmee bij het vinden van een evenwicht tussen het beschermen van binnenlandse economische belangen en het handhaven van commerciële standaarden die noodzakelijk zijn om internationale investeerders te behouden.
De Guyanese regering wil de opgebouwde ervaring binnen de olie en gassector bovendien gebruiken om samenwerking met buitenlandse investeerders in andere economische sectoren te stimuleren. Tijdens de vijfdaagse handels- en investeringsconferentie, die van 19 tot en met 23 oktober plaatsvindt en samenvalt met het eerste jubileum van het World Trade Centre Georgetown, werden ondernemingen aangemoedigd om gezamenlijke investeringen te onderzoeken binnen mijnbouw, bosbouw, landbouw, bouw, industrie en informatietechnologie. Volgens Bharrat moet buitenlandse belangstelling zoveel mogelijk worden verbonden aan nationale bedrijven die via partnerschappen toegang kunnen krijgen tot kapitaal, deskundigheid en nieuwe markten. Voorzitter Komal Samaroo benadrukte daarnaast het belang van sterkere regionale toeleveringsketens en formele handelsrelaties om Caribische economieën beter bestand te maken tegen internationale onzekerheid. Ook kunstmatige intelligentie werd genoemd als mogelijke ondersteuning bij het verhogen van de productiviteit, waarbij aanvullende opleidingen noodzakelijk blijven om werknemers voor te bereiden op technologische veranderingen. De bredere economische strategie richt zich daarmee niet uitsluitend op het reserveren van opdrachten, maar op het versterken van ondernemingen die op termijn zelfstandig kunnen concurreren binnen regionale en internationale markten.
De ontwikkeling in Guyana biedt een belangrijk aanknopingspunt voor Suriname, dat zich voorbereidt op de uitbreiding van zijn offshore olie en gasactiviteiten en werkt aan een wettelijk kader om nationale ondernemingen en werknemers sterker bij deze sector te betrekken. De verwachte behandeling van de Local Content wet in 2027 maakt het noodzakelijk om tijdig na te denken over de verhouding tussen wettelijke voorkeursregelingen, ondernemingskwaliteit en economische concurrentiekracht. Een effectieve regeling zal niet uitsluitend moeten bepalen welk percentage van opdrachten aan Surinaamse bedrijven wordt toegekend, maar ook welke technische normen, certificeringen en financiële voorwaarden noodzakelijk zijn om deze opdrachten verantwoord uit te voeren. Vooral kleinere ondernemingen hebben behoefte aan betaalbare financiering, gespecialiseerde opleidingen en ondersteuning bij kwaliteitsbeheer om toegang te krijgen tot internationale toeleveringsketens. Tegelijkertijd moeten transparante aanbestedingsprocedures voorkomen dat wettelijke bescherming wordt misbruikt voor kunstmatig hoge prijzen of bevoordeling van ondernemingen die onvoldoende capaciteit bezitten. De grootste economische waarde ontstaat wanneer nationale bedrijven dankzij gerichte ondersteuning daadwerkelijk sterker worden en niet wanneer zij uitsluitend afhankelijk blijven van een wettelijk gegarandeerde marktpositie.
De waarschuwing van Bharrat markeert daarmee een belangrijk moment in de verdere ontwikkeling van het Guyanese Local Content beleid, omdat de discussie verschuift van het verkrijgen van toegang tot economische kansen naar de verantwoordelijkheid om deze kansen professioneel en concurrerend te benutten. De deelname van meer dan 1.200 ondernemingen en de opleiding en tewerkstelling van bijna 7.000 Guyanezen tonen aan dat nationale wetgeving kan bijdragen aan een grotere betrokkenheid bij de energiesector, maar de duurzaamheid van deze resultaten zal afhangen van productiviteit, kwaliteit en commerciële zelfstandigheid. Ook buitenlandse investeerders hebben belang bij betrouwbare lokale partners die kunnen voldoen aan internationale normen zonder onnodig hoge kosten te veroorzaken. Het succes van Local Content kan daarom niet uitsluitend worden gemeten aan het aantal toegekende contracten of de omvang van nationale deelname, maar moet uiteindelijk zichtbaar worden in sterkere ondernemingen, hogere productiviteit, duurzame werkgelegenheid en een grotere bijdrage van lokale bedrijven aan de nationale economie. Een wettelijk beschermde positie kan de deur naar een nieuwe markt openen, maar het vermogen om die positie op eigen kracht te behouden zal bepalen of Local Content daadwerkelijk uitgroeit tot een instrument voor duurzame economische ontwikkeling.
Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com