Met haar Guyana Digital School schuift Guyana steeds nadrukkelijker naar voren als een onderwijsland dat niet alleen aan de eigen markt denkt, maar aan de bredere Caribische ruimte. Daar bepaalt digitale toegang steeds vaker wie kan meekomen en wie achterblijft. Minister Sonia Parag zei bij het CXC Ministerial Forum in Kingston dat het platform inmiddels meer dan 27.000 leerlingen in het Caribisch gebied bedient. Het wordt volgens haar gratis beschikbaar gesteld aan deelnemende CARICOM landen. Daardoor wordt de stap van nationaal project naar regionaal instrument zichtbaar. Dat gebeurde op een bijeenkomst die van 16 tot en met 18 maart 2026 in Jamaica werd gehouden onder het thema van onderwijs, toetsing en leren in het digitale tijdperk. Tijdens deze bijeenkomst waren er meer dan 300 onderwijsactoren uit de regio aanwezig.
De betekenis van dat project ligt niet alleen in het aantal gebruikers, maar vooral in de richting die Guyana kiest. De digitale school werd volgens Parag bewust niet opgezet als tijdelijke noodoplossing uit de pandemiejaren, maar als een vaste pijler van het onderwijssysteem. De inhoud is nu al afgestemd op het CXC kader voor de hogere leerjaren. Zij zegt dat deze inhoud in de komende weken wordt uitgebreid naar leerjaren zeven tot en met negen. Vervolgens volgt in de maanden daarna ook het primair onderwijs. Daarmee probeert Georgetown een model neer te zetten waarin technologie niet naast de school staat, maar diep in de onderwijsstructuur wordt ingebouwd.
Die koers past in een bredere Guyanese onderwijsstrategie waarin digitale vernieuwing, infrastructuur en sociale steun tegelijk worden uitgerold. Dit blijkt, want de regering meldde eerder dit jaar dat in 2026 meer dan 33 nieuwe scholen in gebruik worden genomen. Verder zet de staat in op vrijwel universele toegang tot onderwijs. Parag koppelde die lijn in Kingston nadrukkelijk aan een regionale boodschap, waarin zij waarschuwde dat digitale verbinding zonder echte competentie weinig betekent. Zij benadrukte ook dat geletterdheid en gecijferdheid de dragende basis moeten blijven onder alle modernisering. Guyana probeert dus niet alleen meer schermen en platforms te leveren. Tegelijk bouwt het land een verhaal waarin digitale groei, basisvaardigheden en regionale samenwerking in één richting worden geduwd.
Suriname moet deze ontwikkeling analyseren en goed ook, want het debat over onderwijsvernieuwing raakt hier vaak nog versnipperd tussen infrastructuur, lerarentekorten, toegang en beleidswisselingen. Helaas ligt een regionaal schaalbaar digitaal model nog niet even zichtbaar op tafel. De Surinaamse nationale digitale strategie zet wel in op digitale inclusie, vaardigheden en publieke dienstverlening. Maar Guyana laat nu zien hoe snel zo’n visie politiek gewicht krijgt wanneer zij wordt vertaald naar een concreet platform dat leerlingen, docenten en zelfs buurlanden direct bereikt. In een regio waar overstromingen, stroomuitval, afstand en ongelijkheid het leerproces geregeld verstoren, wordt een digitale school daardoor minder een luxeproject. Het is nu meer een vorm van onderwijszekerheid.
Het echte nieuws uit Kingston is daarom niet alleen dat Guyana een succesvolle onderwijsapplicatie heeft gebouwd, maar dat het land bezig is zijn invloed in de Caribische onderwijsruimte op een heel praktische manier uit te breiden. Staten die gratis toegang krijgen tot live lessen, digitale tools en CXC gerichte inhoud ontvangen namelijk niet alleen lesmateriaal. Zij stappen tegelijk binnen in een model waarin Guyana de toon van regionale vernieuwing helpt zetten. Paramaribo doet er verstandig aan die beweging niet te bekijken als bewonderenswaardig buurtnieuws, maar als een signaal dat de strijd om talent, onderwijskwaliteit en digitale slagkracht in de regio al volop is begonnen.
Volg de Facebookpagina and Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com