In Brussel werd op 22 januari duidelijk dat de Europese stroommix een nieuwe grens is overgestoken, omdat wind en zon in 2025 samen meer elektriciteit leverden dan kolen, gas en oliecentrales. Volgens de denktank Ember kwam 30 procent van de EU stroom uit wind en zon, terwijl fossiele centrales samen op 29 procent uitkwamen, en daarmee verschuift de basis van het systeem richting koolstofarm vermogen ondanks politieke tegenwind in meerdere hoofdsteden. Het is vooral een signaal dat de energietransitie niet alleen beleid is, maar inmiddels ook een meetbare herverdeling van productie.
De sprong werd vooral gedragen door zon, omdat de EU zonnecapaciteit met 19 procent uitbreidde en daarmee recordproductie haalde in een jaar waarin waterkracht werd teruggedrukt door droogte. Gascentrales draaiden 8 procent meer om het gat te vullen, waardoor het systeem laat zien dat flexibiliteit nog steeds op fossiel leunt zodra weer en water tegenzitten. In landen als Hongarije, Spanje en Nederland levert zon inmiddels meer dan een vijfde van de stroom, wat de snelheid van deze verschuiving onderstreept.
Het bredere beeld is dat de EU stroomvoorziening nu vooral koolstofarm is, omdat hernieuwbaar en kernenergie samen 71 procent van de productie leverden. Kolen zakten naar een recordlaag aandeel van 9,2 procent, waarbij ook grootverbruikers Duitsland en Polen hun laagste niveau ooit noteerden. Tegelijk blijft transport zwaar op fossiel leunen, waardoor de stroomsector sneller verduurzaamt dan de rest van de economie en dat spanningen geeft rond prijzen en concurrentiekracht.
Die prijsdruk komt niet alleen door brandstof, want het net is steeds vaker de flessenhals en daardoor worden wind en zonneparken bij hoge productie soms afgeschakeld om overbelasting te voorkomen. Ember koppelde prijspieken in 2025 aan momenten van hoge gasinzet en riep op tot versnelling van netinvesteringen en batterijopslag om schommelingen te dempen en goedkope stroom niet te verspillen. Brancheorganisatie Eurelectric wees begin januari eveneens op de combinatie van snelle zonnegroei, blijvende volatiliteit en het tekort aan systeemflexibiliteit, wat de noodzaak van opslag, vraagsturing en snellere elektrificatie vergroot.
Voor Suriname is dit relevant omdat Europa als grote afzetmarkt en investeringsbron zijn koers verder verlegt naar koolstofarm, en dat werkt door in hoe banken, verzekeraars en afnemers naar fossiele projecten kijken. Tegelijk opent het kansen voor Suriname om het eigen koolstofprofiel en bosrijkdom te vertalen naar geloofwaardige natuur en klimaatprojecten, en om stroom, infrastructuur en industrie zo te plannen dat toekomstige groei niet vastloopt op netcapaciteit zoals nu in Europa zichtbaar wordt. De kernles is dat de transitie niet strandt op idealen maar op kabels, opslag en bestuur, en juist daar kan Suriname vroeg voordeel halen door planning, vergunningen en technische capaciteit nu al op te schalen.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor inspiratie.