De New Development Bank groeit uit tot het financiële symbool van een Global South die minder afhankelijk wil zijn van westerse betaalnetwerken, de dollar en instellingen waarin ontwikkelingslanden vaak minder zeggenschap ervaren. Achter die ambitie schuilt een fundamentele vraag, want een bank die zich presenteert als motor van een multipolaire wereldorde moet ook aantonen dat zij landen met schulden, klimaatschade en gebrekkige infrastructuur werkelijk verder kan helpen. De belofte is groot, maar de beschikbare middelen, de regels en de politieke belangen bepalen uiteindelijk of de instelling meer wordt dan een geopolitiek visitekaartje.
De uitbreiding van BRICS heeft het gewicht van deze discussie vergroot, nadat Egypte, Ethiopië, Iran, Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten in 2024 volwaardig lid werden en Indonesië zich begin 2025 aansloot. Belarus, Bolivia, Kazachstan, Cuba, Maleisië, Nigeria, Thailand, Oeganda, Oezbekistan en Vietnam kregen vervolgens een partnerschapsrol binnen het verband. Oorlogen, energieonrust, de jacht op kritieke grondstoffen en een groeiend tekort aan klimaatfinanciering hebben de roep om een eigen ontwikkelingsagenda in het mondiale zuiden verder aangewakkerd.
Tijdens de jaarvergadering in Moskou in mei 2026 werd de bank door de Russische gastheer neergezet als een dragende pijler van een nieuw financieel stelsel. President Dilma Rousseff schetste een instelling die groter, groener, digitaler, innovatiever en slagvaardiger moet worden, met kredietverlening in lokale munten als strategisch speerpunt. Ook werd gewezen op kansen in Afrikaanse samenwerkingen, duurzame steden, digitale voorzieningen, groene technologie en alternatieve systemen voor betalingen en afwikkeling.
Leningverstrekking in nationale munten kan landen beschermen tegen een deel van het valutarisico dat ontstaat wanneer inkomsten lokaal binnenkomen maar schulden in dollars moeten worden betaald. De bestaande portefeuille laat echter zien hoe sterk de dollar nog altijd overheerst, met eind 2022 ongeveer 20 miljard dollar aan projecten tegenover ruim 5 miljard dollar in Chinese renminbi en circa 3 miljard dollar in euro. De overgang naar een breder muntensysteem blijft daarmee vooral een richting, geen voldongen feit.
In het eerste kwartaal van 2026 had de bank 42,9 miljard dollar goedgekeurd voor 140 projecten in onder meer energie, vervoer, water, sanitaire voorzieningen, milieu en digitale infrastructuur. Dat bedrag is aanzienlijk, maar bedraagt slechts ongeveer een zesde van de toezeggingen die de Wereldbankgroep en grote multilaterale ontwikkelingsbanken in 2025 samen deden. De instelling leunt bovendien op obligaties, medefinanciering, private investeerders en kredietbeoordelaars, terwijl haar uitstaande marktleningen in april 2025 al 21,51 miljard dollar beliepen.
Daarmee blijft de vraag overeind of nieuwe financiering kwetsbare landen uit een schuldenspiraal trekt of hen juist aan nieuwe terugbetalingsverplichtingen bindt. Kleine eilandstaten en de minst ontwikkelde landen hebben na overstromingen, droogte, stormen en andere klimaatrampen vaak behoefte aan giften en zeer goedkope financiering, niet aan reguliere leningen. Ook ontbreekt nog voldoende duidelijkheid over de criteria waarmee de bank bepaalt welke projecten daadwerkelijk als klimaatactie gelden.
De institutionele opbouw legt eveneens grenzen bloot, omdat BRICS lidmaatschap niet automatisch toegang of invloed binnen de bank betekent. De vijf oprichters bezitten elk 18,72 procent van het kapitaal met een inleg van 10 miljard dollar per land, waarna later toegetreden leden zoals Bangladesh, de Emiraten, Egypte, Algerije en Oezbekistan veel kleinere belangen van ongeveer 2,2 procent of minder kregen. Stemrecht volgt het aantal aandelen, waardoor de retoriek van gelijkwaardig partnerschap botst met een systeem waarin financiële inbreng de machtsverhoudingen bepaalt.
Suriname kan de opkomst van nieuwe financiële platforms benutten door bij ieder aanbod goed te onderhandelen over rente, valuta, lokale werkgelegenheid, milieubescherming en openbare controle op de uitvoering. De bestaande waarborgen van de bank leggen veel verantwoordelijkheid voor milieueffecten, inspraak, monitoring en klachtenafhandeling bij de klant zelf, terwijl een uitgesproken genderkader nog ontbreekt. Juist landen met waardevolle bossen, kwetsbare kustgebieden en grote ontwikkelingsopgaven hebben belang bij harde afspraken voordat schulden en projecten worden vastgelegd.
De BRICS Bank is dus geen wondermiddel, maar wel een teken dat de financiële architectuur van de wereld in beweging is gekomen. Haar geloofwaardigheid zal afhangen van de bereidheid om transparanter te werken, ruimere toegang te bieden en financiering te leveren die niet alleen investeringen mogelijk maakt maar ook sociale en ecologische rechtvaardigheid beschermt. Pas wanneer die belofte zichtbaar wordt in landen die het kapitaal het hardst nodig hebben, kan de bank zich werkelijk een financiële stem van het Global South noemen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com