In de zalen van de Vaticaanse musea, waar ooit trofeeën uit alle windstreken werden uitgestald om de macht van de missiekerk te tonen, is nu een andere beweging zichtbaar, want een reeks voorwerpen die onlosmakelijk verbonden is met de inheemse volken van Canada keert terug naar het continent waar zij ooit zijn ontstaan. Wat generaties lang gold als onderdeel van een kerkelijke verzameling wordt nu voorgesteld als een gebaar van dialoog, respect en nieuwe verbondenheid tussen Rome en de gemeenschappen die al die tijd hun erfgoed hebben moeten missen.
De huidige paus ontving vertegenwoordigers van de Canadese bisschoppenconferentie en overhandigde hen een collectie ceremoniële objecten, gebruiksvoorwerpen en symbolische stukken die ooit door missionarissen naar Rome zijn gestuurd. De bisschoppen hebben aangekondigd dat zij deze voorwerpen niet in eigen vitrines willen plaatsen maar zullen overdragen aan landelijke inheemse organisaties, zodat die in overleg met de gemeenschappen bepalen waar de stukken straks thuishoren en op welke manier zij worden bewaard of opnieuw gebruikt.
De objecten belandden ooit in het hart van de kerkelijke hoofdstad tijdens een grote tentoonstelling die de wereldwijde reikwijdte van de katholieke missies moest tonen, een moment waarop inheemse cultuur vooral werd bekeken door een koloniale lens. Later werden veel van deze stukken opgenomen in het etnografische museum van het Vaticaan, waar zij jarenlang als curiositeiten uit verre gebieden zijn gepresenteerd en zelden werden teruggedacht naar de gemeenschappen die ze hadden voortgebracht.
Voor de inheemse leiders die de afgelopen jaren naar Rome reisden, is de overdracht meer dan een logistieke operatie, het is een tastbare erkenning dat de kerk niet alleen schulden heeft in woorden maar ook in voorwerpen die onder druk uit gemeenschappen zijn verdwenen. Historici en vertegenwoordigers wijzen erop dat zogenaamde schenkingen in een tijd van missionaire controle en door de staat opgelegde assimilatie nauwelijks vrijwillig genoemd kunnen worden, omdat culturele en spirituele uitingen toen systematisch werden ontmoedigd of zelfs verboden.
De terugkeer van de kunst en gebruiksvoorwerpen staat niet op zichzelf, zij volgt op een eerdere verontschuldiging van de vorige paus voor de rol van de kerk in het netwerk van kostscholen waarin inheemse kinderen hun taal, tradities en vaak ook hun gezondheid verloren. In diezelfde periode heeft het Vaticaan afstand genomen van oude leerstellingen die koloniale landroof legitimeerden, waarmee officieel wordt erkend dat de kerkelijke geschiedenis niet losstaat van bredere patronen van onderdrukking en ontworteling.
In Canada wordt de stap door de federale regering en door inheemse organisaties gezien als een belangrijk maar voorlopig begin, een signaal dat de weg naar verzoening langs concrete daden loopt en niet alleen langs verklaringen en ceremonieën. Musea en erfgoedexperts zullen nu samen met de betrokken gemeenschappen inventariseren welke stukken precies waar vandaan komen en hoe zij veilig kunnen worden ondergebracht, zodat jonge generaties kennis kunnen maken met symbolen die tot nu toe alleen in boekjes of op foto’s bestonden.
Tegelijk klinkt de waarschuwing dat veel meer voorwerpen en zelfs menselijke resten nog altijd in buitenlandse collecties liggen, wat betekent dat dit hoofdstuk niet wordt afgesloten met een plechtige overdracht in Rome. Voor de kerk is het een kans om te laten zien dat zij het gesprek over koloniale erfenissen niet langer ontwijkt maar stap voor stap bereid is bezit, macht en definitierecht te delen met de gemeenschappen die eeuwenlang vooral onderwerp van missiepolitiek waren.