De escalerende crisis bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) legt pijnlijke tekortkomingen zichtbaar in het bestuur en het toezicht op een belangrijke overheidsinstantie. Wat een ordelijke overdracht van verantwoordelijkheden had moeten zijn, is uitgemond in een openlijk conflict tussen de directeur en de Raad van Commissarissen (RvC), waarbij zelfs de politie dreigde te worden ingezet om de directeur uit zijn functie te verwijderen. Voor NPS-parlementariër Jerrel Pawiroredjo is de maat vol. Hij wil niet alleen dat de directeur plaatsmaakt, maar vindt dat ook de Raad van Commissarissen moet vertrekken als de regering besluit tot ontslag van de directeur. De kwestie is daarmee veel groter geworden dan een conflict over de zittingstermijn van een functionaris. Zij raakt rechtstreeks aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de regering, de geloofwaardigheid van het toezicht en de vraag of overheidsinstellingen wel worden geleid op basis van duidelijke regels en verantwoordelijkheden. Dinsdag liepen de spanningen bij de TAS hoog op. De Raad van Commissarissen wilde de directeur met hulp van de politie laten verwijderen, omdat volgens de raad diens zittingstermijn op 20 oktober was verstreken. Dat een bestuurlijk geschil zo ver escaleert dat politieoptreden wordt overwogen, is op zijn minst een ernstig signaal van bestuurlijk disfunctioneren.
Juist bij een instantie die toezicht moet houden op de telecommunicatiesector, mag worden verwacht dat bevoegdheden, termijnen en procedures helder zijn vastgelegd en worden nageleefd. Wanneer de leiding van een organisatie publiekelijk tegenover elkaar komt te staan, ontstaat niet alleen reputatieschade. Ook het vertrouwen in de werking van de instelling komt onder druk te staan. Pawiroredjo spaarde zijn kritiek in De Nationale Assemblee niet. Met de uitspraak ‘Dit circus moet stoppen!’ maakte hij duidelijk dat hij de gang van zaken onaanvaardbaar vindt. Volgens de parlementariër draagt de regering de eindverantwoordelijkheid voor de benoemingen bij de TAS. Daarmee legt hij de kwestie terecht op het bord van degenen die politiek verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het functioneren van de instelling. Het meest opvallende standpunt van Pawiroredjo is dat hij bij een eventuele ontheffing van de directeur ook het vertrek van de Raad van Commissarissen noodzakelijk vindt. Daarmee verwerpt hij de gedachte dat de crisis eenvoudig kan worden opgelost door één functionaris weg te sturen, terwijl de toezichthoudende leiding ongewijzigd aanblijft. Die redenering verdient serieuze aandacht. Een Raad van Commissarissen heeft immers niet alleen een formele positie, maar ook een verantwoordelijkheid om toezicht te houden, conflicten tijdig te signaleren en bij te dragen aan behoorlijk bestuur.
Als de verhoudingen tussen de raad en de directeur zo ernstig zijn verstoord dat verwijdering met politiehulp aan de orde komt, moet ook het functioneren van de raad kritisch worden beoordeeld. Dat betekent niet automatisch dat alle leden van de RvC persoonlijk schuldig zijn aan de ontstane situatie. Wel betekent het dat de regering niet kan volstaan met een eenzijdige ingreep zonder het optreden van alle betrokken partijen grondig te onderzoeken. Wie verantwoordelijkheden draagt voor het bestuur, moet ook bereid zijn verantwoording af te leggen wanneer de situatie ontspoort. Een nieuwe directeur aanstellen zonder de onderliggende problemen aan te pakken, kan de crisis slechts tijdelijk verhullen. Zonder duidelijkheid over bevoegdheden, besluitvorming en onderlinge verhoudingen blijft het risico bestaan dat dezelfde problemen zich opnieuw voordoen. Pawiroredjo uitte daarnaast zijn zorgen over een terugkerend patroon bij bedrijven waar grote geldbedragen omgaan. Die waarschuwing maakt de kwestie extra gevoelig. Wanneer bij overheidsinstellingen herhaaldelijk bestuurlijke conflicten ontstaan, moet niet alleen worden gekeken naar de personen die publiekelijk met elkaar botsen, maar ook naar de systemen die dergelijke situaties mogelijk maken. Volgens Pawiroredjo houdt de kwestie de regering al maanden bezig. Dat roept ernstige vragen op over de snelheid en doeltreffendheid van het overheidsoptreden.
Als de problemen al geruime tijd bekend waren, is het moeilijk te rechtvaardigen dat de situatie uiteindelijk zo ver kon escaleren. De regering moet daarom openheid geven over de benoemingen, de geldende termijnen, de bevoegdheden van de directeur en de RvC en de stappen die voorafgaand aan het conflict zijn gezet. Ook moet duidelijk worden gemaakt waarom niet eerder is ingegrepen en welke maatregelen nodig zijn om herhaling te voorkomen. De crisis bij de TAS vraagt om meer dan een politieke uitspraak of een snelle personele ingreep. Als de directeur wordt ontslagen, terwijl de Raad van Commissarissen buiten schot blijft, dreigt een onvolledige afrekening met de bestuurlijke problemen. Maar ook het collectief wegsturen van betrokkenen zonder zorgvuldig onderzoek biedt geen garantie op verbetering. Wat nodig is, is een transparante beoordeling van de verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen, gevolgd door concrete maatregelen om het bestuur en toezicht bij de TAS te herstellen. De regering moet daarbij haar verantwoordelijkheid nemen en voorkomen dat de kwestie verzandt in wederzijdse beschuldigingen. De inzet van Pawiroredjo is duidelijk, als er bij de TAS wordt ingegrepen, moet dat consequent gebeuren. De directeur en de Raad van Commissarissen moeten ter discussie kunnen staan. De uiteindelijke toets is echter niet hoeveel bestuurders vertrekken, maar of de regering erin slaagt de bestuurlijke orde te herstellen, verantwoordelijkheid af te dwingen en het vertrouwen in de TAS terug te winnen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com