Met de lancering van nieuwe interactieve landenprofielen over gezondheidsongelijkheid heeft de Wereldgezondheidsorganisatie een instrument neergezet dat regeringen minder ruimte laat om zich achter algemene vooruitgang te verschuilen. Het gaat niet langer alleen om de vraag of een land betere zorgcijfers kan tonen, maar vooral om de vraag welke groepen daarvan profiteren en welke groepen achterblijven. Gezondheid wordt daarmee niet meer bekeken als een nationaal gemiddelde, maar als een spiegel van inkomen, opleiding, leeftijd, geslacht en woonplaats.
De profielen zijn gebouwd rond het veertiende algemene werkprogramma van de WHO, dat gezondheid wil bevorderen, zorg toegankelijker moet maken en landen beter moet beschermen tegen gezondheidscrises. Dat programma wordt gemeten aan de hand van 84 uitkomstindicatoren, waarvan 67 kunnen worden uitgesplitst naar vormen van ongelijkheid. De nieuwe landenprofielen bevatten informatie over 45 van die indicatoren, aangevuld met gezonde levensverwachting als overkoepelende maatstaf.
Daarmee wordt zichtbaar hoe ongelijkheid zich in de zorg vaak stiller gedraagt dan armoede op straat, maar minstens zo diep ingrijpt in het leven van mensen. Een kind in een afgelegen district, een moeder zonder stabiel inkomen, een oudere met beperkte mobiliteit of een jongere zonder betrouwbare informatie, kunnen allemaal in hetzelfde land wonen en toch een totaal andere kans op goede gezondheid hebben. De kracht van deze profielen ligt daarom niet in het verzamelen van cijfers alleen, maar in het ontmaskeren van verschillen die achter nationale gemiddelden verdwijnen.
De WHO gebruikt gegevens uit elf publiek beschikbare bronnen binnen haar Health Inequality Data Repository, waardoor landen niet alleen hun laatste stand van zaken kunnen bekijken, maar ook veranderingen door de jaren heen kunnen volgen. De onderwerpen lopen uiteen van universele gezondheidsdekking, overdraagbare ziekten en chronische aandoeningen tot moederzorg, kindgezondheid, adolescentengezondheid, gezondheidscrises en bredere determinanten van gezondheid. De profielen zijn beschikbaar voor 195 landen, gebieden en territoria, wat het instrument tot een mondiale meetlat maakt voor rechtvaardigheid in de zorg.
De echte politieke lading zit in de manier waarop de gegevens kunnen worden uitgesplitst. Leeftijd, geslacht, economische positie, onderwijsniveau en woongebied veranderen gezondheidsbeleid van een algemeen verhaal in een gericht bestuurlijk dossier. Een ministerie dat wil weten of zorg werkelijk iedereen bereikt, kan daardoor niet meer volstaan met nationale percentages, omdat de achterstand van één groep zichtbaar blijft, zelfs wanneer het gemiddelde vooruitgaat.
Voor landen met beperkte middelen kan dit pijnlijk maar noodzakelijk zijn. Gezondheidsbeleid wordt vaak geschreven alsof de bevolking één uniforme groep is, maar in werkelijkheid bewegen stad en binnenland, rijk en arm, hoogopgeleid en laagopgeleid, digitaal bereikbaar en digitaal uitgesloten, langs heel verschillende routes door het zorgsysteem. Een profiel dat die verschillen zichtbaar maakt, dwingt bestuurders om geld, personeel, preventie en informatie niet alleen eerlijker, maar ook slimmer te verdelen.
Suriname kan uit dit instrument meer halen dan een technisch rapport voor beleidsmakers. Een samenleving met grote geografische verschillen, een kwetsbare zorgcapaciteit in het binnenland en een bevolking die cultureel, sociaal en economisch sterk uiteenloopt, heeft juist baat bij data die laat zien welke groepen uit beeld raken. Betere gezondheidszorg begint niet pas bij meer gebouwen of nieuwe apparatuur, maar bij de bereidheid om eerlijk te meten wie de zorg niet bereikt, wie te laat komt en wie het systeem al heeft opgegeven.
De jaarlijkse actualisering van de WHO profielen maakt de druk op regeringen nog groter, omdat beloften voortaan beter kunnen worden gevolgd in de tijd. Landen kunnen datasets downloaden, grafieken aanpassen en de cijfers gebruiken voor planning, parlementaire controle, wetenschappelijk onderzoek en publieke verantwoording. Daarmee wordt gezondheidsongelijkheid niet langer een zachte sociale term, maar een meetbaar bestuurlijk risico dat zichtbaar maakt of vooruitgang werkelijk eerlijk wordt verdeeld.
De boodschap achter deze nieuwe profielen is scherp en ongemakkelijk. Een land kan ziekenhuizen hebben, artsen opleiden en beleidsteksten schrijven, maar nog steeds falen wanneer bepaalde groepen structureel slechtere kansen houden op een gezond leven. De WHO heeft met dit instrument geen wondermiddel geleverd, maar wel een harde lamp aangezet boven een oude werkelijkheid, namelijk dat gezondheid pas rechtvaardig wordt wanneer de zwakste groepen niet langer verdwijnen in het gemiddelde.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com