De discussie over het salaris van DNA leden is weer volop in beweging gebracht, nadat Rui Wang aangaf dat hij zal meestemmen wanneer de verhoging moet worden teruggedraaid. De kern van het debat gaat om vertrouwen, politieke geloofwaardigheid en de vraag wat Suriname terugkrijgt voor publiek geld. Volgens de actuele berichtgeving draait de discussie onder meer om een salaris van 130.000 SRD en de vraag of kwaliteit in het parlement zo’n beloning rechtvaardigt. Toch is het te gemakkelijk om te doen alsof lagere salarissen automatisch betere politiek opleveren. Een land dat kwaliteit wil aantrekken, behouden en aanspreken op verantwoordelijkheid, moet ook durven erkennen dat deskundigheid, voorbereiding en bestuurlijke ernst geld kosten. Goedkoop bestuur kan op papier zuinig lijken, maar in de praktijk duur uitpakken wanneer slechte wetten, zwakke controle en politieke middelmaat de samenleving jaren achteruitduwen.
De vraag is daarom niet alleen of DNA leden te veel verdienen, maar of hun beloning ergens zichtbaar tegenover staat. Een parlementariër die wetten leest, beleid controleert, burgers vertegenwoordigt, commissiewerk serieus doet en publieke verantwoording aflegt, levert een andere waarde dan iemand die vooral aanwezig is wanneer camera’s draaien. Salaris zonder meetbare prestatie voelt als privilege, maar salaris gekoppeld aan aantoonbare productiviteit kan een instrument worden om kwaliteit af te dwingen. Suriname moet daarom niet blijven hangen in simpele vraagstukken van verlagen of verdedigen. Het land heeft een systeem nodig waarin politieke beloning gekoppeld wordt aan aanwezigheid, initiatief, inhoudelijke bijdragen, commissiewerk, wetgevende output en controle op de regering. Een DNA lid dat structureel niets toevoegt, moet niet hetzelfde worden behandeld als iemand die aantoonbaar werkt aan betere wetgeving, economische ordening en sterker toezicht.
Burgers hebben het recht om te weten welke parlementariërs voorstellen indienen, welke vragen zij stellen, hoe vaak zij aanwezig zijn, welke dossiers zij dragen en welke resultaten hun werk oplevert. Openbare prestatieverslagen per kwartaal zouden meer zeggen dan felle radiogesprekken en losse politieke uitspraken. Ook de bredere economie mag niet buiten beeld blijven. Wanneer de productiviteit van het land laag blijft, voelt elk hoog overheidssalaris als een provocatie, omdat ondernemers, arbeiders en gezinnen dagelijks merken dat hun koopkracht onder druk staat. Hogere beloning aan de top wordt pas maatschappelijk verdedigbaar wanneer de totale productie, dienstverlening, investeringskracht en inkomensgroei in het land mee omhooggaan.
Suriname zou daarom een beloningsmodel moeten ontwikkelen dat niet alleen naar functies kijkt, maar ook naar nationale prestaties. Parlementaire salarissen kunnen gekoppeld worden aan transparante normen, zoals begrotingsdiscipline, tijdige behandeling van wetten, betere controle op staatsbedrijven en meetbare vooruitgang in bestuur en economie. Zo blijft de waardigheid van het ambt overeind, maar verdwijnt het idee dat politieke posities automatisch recht geven op ruime voorzieningen zonder zichtbare tegenprestatie. De discussie over terugdraaien is dus begrijpelijk, maar niet voldoende. Een lager salaris kan tijdelijk politiek mooi zijn voor campagnevoering, maar lost niets op wanneer het parlement traag blijft, wetten blijven liggen en publieke controle zwak blijft. Kwaliteit mag betaald worden, maar Suriname moet dan ook durven eisen dat die kwaliteit iedere maand zichtbaar, meetbaar en voelbaar is voor het volk.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com