De commotie rond de bouwwerkzaamheden van Halliburton in Wanica Zuid-Oost legt opnieuw een zwakke plek bloot in de controle op industriële activiteiten in Suriname. Meldingen van omwonenden waren voldoende aanleiding voor districtscommissaris Ernesto Muller om een oriëntatie op de locatie te laten uitvoeren. Bestuursambtenaren gingen samen met de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) ter plaatse om vast te stellen wat er daadwerkelijk gebeurt en welke activiteiten volgens de vergunningen zijn toegestaan. De uitkomst biedt enige duidelijkheid, maar neemt de zorgen bepaald niet volledig weg. Tijdens de inspectie is vastgesteld dat Halliburton van de NMA goedkeuring heeft voor de operationele basis. Op de locatie worden oliehoudende materialen gewassen. Daarbij komt olie vrij die volgens de beschikbare informatie wordt afgevoerd voor verdere verwerking. Het water dat tijdens het proces ontstaat, wordt gefilterd en vervolgens geloosd. Op papier lijkt daarmee sprake van een activiteit waarvoor toestemming is verleend.
Maar juist bij industriële activiteiten waarbij oliehoudende materialen en afvalwater betrokken zijn, is controle geen formaliteit. Het feit dat een bedrijf over een goedkeuring beschikt, betekent niet automatisch dat iedere handeling op het terrein daarmee is gedekt. De praktijk moet voortdurend worden getoetst aan de voorwaarden waaronder de toestemming is verleend. Nog gevoeliger wordt de kwestie wanneer de mogelijke opslag van radioactieve stralingsbronnen ter sprake komt. Daarover is de situatie glashelder, voor een dergelijke opslag heeft de NMA vooralsnog geen vergunning verleend. Bovendien blijkt volgens de inspectiebevindingen dat bij het commissariaat geen vergunningaanvraag voor een dergelijke voorziening is ingediend. Radioactieve materialen zijn geen gewone industriële goederen die zonder meer ergens op een bedrijfsterrein kunnen worden opgeslagen.
Het gaat om activiteiten waarbij veiligheid, volksgezondheid en milieu rechtstreeks aan de orde zijn. Juist daarom moet het vergunningenstelsel niet pas in werking treden wanneer er problemen ontstaan, maar voordat een dergelijke activiteit überhaupt wordt uitgevoerd. De inspectie heeft overigens geen bouwwerkzaamheden aangetroffen die specifiek betrekking hebben op een opslagvoorziening voor radioactieve straling. Daarmee kan op basis van de huidige bevindingen niet worden geconcludeerd dat Halliburton zonder vergunning een dergelijke opslag aan het bouwen is. Het feit dat er geen bouwwerkzaamheden zijn aangetroffen, sluit immers niet uit dat er in de toekomst plannen bestaan voor een dergelijke voorziening. Zolang daarvoor geen vergunning is verleend, hoort de oproep vanuit de overheid ondubbelzinnig te zijn, die activiteit mag niet plaatsvinden. De kwestie toont bovendien aan hoe belangrijk transparantie richting de samenleving is. Omwonenden mogen niet afhankelijk zijn van geruchten, meldingen of toevallige inspecties om te weten welke industriële activiteiten in hun directe omgeving plaatsvinden.
Wanneer een bedrijf activiteiten uitvoert die potentieel gevolgen kunnen hebben voor milieu en veiligheid, moet voor de gemeenschap duidelijk zijn welke vergunningen zijn verleend, waarvoor die gelden en waar de grenzen liggen. De overheid heeft daarin een dubbele opdracht, bedrijven ruimte geven om legaal te ondernemen en voorkomen dat economische belangen zwaarder gaan wegen dan toezicht en veiligheid. Het is positief dat de melding van omwonenden daadwerkelijk heeft geleid tot een inspectie. Dat laat zien dat signalen vanuit de gemeenschap niet volledig worden genegeerd. Maar effectieve handhaving begint niet bij een incident of maatschappelijke ophef. Zij begint bij structurele controle, heldere vergunningen en consequente naleving. Voor Halliburton geldt op dit moment dat de operationele basis volgens de NMA over de vereiste goedkeuring beschikt. Voor een eventuele opslagvoorziening voor radioactieve materialen ligt dat anders. Daarvoor bestaat nog geen NMA vergunning en is volgens de inspectiebevindingen ook geen aanvraag bij het commissariaat ingediend. De overheid kan zich daarom niet veroorloven de kwestie te laten wegzakken nadat één inspectie geen overtreding heeft vastgesteld.
De locatie zal moeten worden gevolgd en toekomstige ontwikkelingen zullen nauwlettend moeten worden gecontroleerd. Zodra plannen voor aanvullende activiteiten worden ontwikkeld, moeten de vereiste vergunningprocedures vooraf worden doorlopen. De les uit deze kwestie is simpel, vergunningen zijn geen papieren formaliteit en toezicht mag geen reactie zijn op maatschappelijke onrust. Zeker wanneer het gaat om olie, afvalwater en mogelijk radioactieve materialen, moet de overheid voor zijn op de ontwikkelingen en niet erachteraan lopen. Voor de omwonenden is vooral duidelijkheid van belang. Wat is toegestaan, moet controleerbaar zijn. Wat niet is vergund, mag niet worden uitgevoerd. En wanneer nieuwe activiteiten worden gepland, moet de samenleving tijdig weten welke veiligheids en milieumaatregelen daarbij gelden. De inspectie heeft voorlopig geen bewijs opgeleverd van een illegale bouw van een opslagvoorziening voor radioactieve straling. Maar zij heeft wel duidelijk gemaakt dat voor zo’n voorziening op dit moment geen toestemming bestaat. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid nu nadrukkelijk bij de toezichthouders om ervoor te zorgen dat die grens ook daadwerkelijk wordt gerespecteerd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com