Met een nieuw veiligheidsakkoord tussen Georgetown en Washington probeert Guyana te voorkomen dat de snelle economische groei van het land ook een toegangspoort wordt voor drugsnetwerken, illegale wapens en georganiseerde criminaliteit. De overeenkomst over veiligheid en drugsbestrijding werd dinsdag ondertekend door minister van Buitenlandse Zaken Hugh Todd en de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Christopher Landau, in aanwezigheid van president Irfaan Ali.
Het memorandum moet de bestaande samenwerking verdiepen en de gezamenlijke inzet tegen drugssmokkel, grensoverschrijdende criminaliteit en andere veiligheidsdreigingen versterken. Achter de diplomatieke formulering ligt een harde regionale werkelijkheid. Guyana ligt nabij routes die Zuid Amerika verbinden met het Caribisch gebied, Noord Amerika en Europa, waardoor havens, grensgebieden, luchthavens en economische corridors aantrekkelijk kunnen worden voor criminele organisaties die steeds sneller nieuwe zwakke plekken zoeken.
Landau benadrukte tijdens zijn bezoek dat georganiseerde misdaad in de regio toeneemt en dat Guyana en de Verenigde Staten met vergelijkbare dreigingen worden geconfronteerd. Die boodschap is niet alleen bedoeld als waarschuwing tegen smokkel, maar ook als erkenning dat criminaliteit zich niet houdt aan landsgrenzen. Een netwerk dat drugs via Guyana verplaatst, kan tegelijk gebruikmaken van financiële constructies, valse documenten, maritieme routes en contacten in andere Caribische landen.
De druk op Guyana is de afgelopen periode zichtbaar toegenomen, omdat de Customs Anti Narcotic Unit in de eerste helft van dit jaar meer dan vijfhonderd kilogram verboden verdovende middelen onderschepte, naast 35 illegale vuurwapens en bijna zevenhonderd patronen. Vooral de groei in cocaïnevangsten en de eerste geregistreerde onderschepping van crystal methamphetamine wijzen erop dat criminelen niet alleen bestaande smokkelroutes benutten, maar ook nieuwe markten en producten testen.
De combinatie van drugs en wapens maakt de situatie extra gevaarlijk, want drugshandel blijft zelden beperkt tot de verkoop van verboden middelen, omdat opbrengsten moeten worden witgewassen, transporten moeten worden beschermd en invloed moet worden gekocht bij personen die toegang hebben tot havens, grensposten, bedrijven of financiële instellingen. Zodra zulke netwerken zich duurzaam in een samenleving nestelen, raken niet alleen de veiligheid en rechtshandhaving onder druk, maar ook het vertrouwen in bestuur en economie.
Voor Guyana is dat risico groter geworden door de snelle groei rond olie, infrastructuur, bouwactiviteiten en internationale investeringen. Een economie die in korte tijd veel geld, buitenlandse bedrijven en logistieke bewegingen aantrekt, creëert kansen voor ontwikkeling, maar trekt ook partijen aan die legale handel willen gebruiken als dekmantel voor illegale geldstromen. Veiligheid is daardoor niet langer een afzonderlijk dossier van politie en defensie, maar een voorwaarde voor de bescherming van nationale rijkdom.
De samenwerking met de Verenigde Staten richt zich daarom niet uitsluitend op onderscheppingen en arrestaties. Betere informatie-uitwisseling, training, grenscontrole, financiële analyses en gezamenlijke onderzoeken moeten ervoor zorgen dat criminele organisaties eerder worden herkend en niet pas worden aangepakt wanneer zij al diep in de economie zijn doorgedrongen. Guyana werkt daarnaast aan strengere controles op containers, havens en vrachtstromen, omdat maritieme handel voor criminelen een aantrekkelijk kanaal blijft.
De overeenkomst geeft Washington tegelijk een sterkere positie in een land dat strategisch steeds belangrijker wordt. De Verenigde Staten zien Guyana als economische partner, veiligheidsbondgenoot en onderdeel van een bredere regionale aanpak tegen grensoverschrijdende criminaliteit. Die samenwerking kan waardevol zijn, zolang Guyana zelf de prioriteiten bepaalt en veiligheidssteun niet verandert in een afhankelijkheid waarbij nationale besluitvorming op de achtergrond raakt.
Ook Suriname kan zich niet veroorloven om drugsbestrijding uitsluitend te zien als een taak van politie en douane. De bescherming van havens, luchthavens, grensgebieden, financiële instellingen en nieuwe olie gerelateerde activiteiten vraagt om samenwerking tussen opsporing, inlichtingendiensten, banken, belastingautoriteiten en toezichthouders. Criminele netwerken zoeken altijd naar landen waar controle versnipperd is en instellingen elkaar onvoldoende informeren.
De strijd tegen georganiseerde misdaad wordt uiteindelijk niet gewonnen met één memorandum of een enkele grote onderschepping. Guyana en de Verenigde Staten zullen moeten aantonen dat hun samenwerking leidt tot betere onderzoeken, sterkere instellingen, bescherming van jongeren en het doorbreken van de geldstromen die criminaliteit in stand houden. Alleen dan blijft economische groei een basis voor ontwikkeling, in plaats van een markt waar criminelen ongemerkt hun eigen macht opbouwen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com