Met een landbouwbeleid dat steeds sterker leunt op technologie, mechanisatie en ondernemerschap, probeert Guyana een oud probleem op een nieuwe manier op te lossen. Minister van Landbouw Zulfikar Mustapha stelt dat steeds meer jongeren hun weg vinden naar de sector, niet omdat het zware veldwerk plots romantischer is geworden, maar omdat landbouw verandert in een vakgebied van data, machines, certificaten en digitale sturing. Daarmee verschuift de boer van het beeld van iemand met alleen een houwer in de hand naar dat van een ondernemer die irrigatie, licht, productie, ziekten en afzet met kennis en technologie beheert.
Die koers komt niet uit de lucht vallen, omdat veel jongeren die afstuderen aan universiteiten en technische instituten minder voelen voor fysiek zwaar werk zonder perspectief. Mustapha zegt dat de regering daarom bewust inzet op een landbouwmodel dat minder arbeidsintensief is en meer ruimte biedt aan gespecialiseerde functies. Jongeren die anders achter een bureau zouden belanden, kiezen volgens hem vaker voor landbouw wanneer zij als agronoom, pluimveeproducent, hydrocultuurondernemer of technisch geschoolde teler een eigen inkomen kunnen bouwen.
Het Agriculture Innovation and Entrepreneurship Programme speelt daarin een centrale rol. Via dat programma worden jongeren aangetrokken tot moderne teelten, pluimvee, hydrocultuur en andere landbouwactiviteiten die meer kennis en minder brute spierkracht vragen. De onderliggende boodschap is helder, namelijk dat de toekomst van voedselproductie niet alleen op meer handen rust, maar vooral op betere systemen.
Een van de opvallendste voorbeelden is de uitbreiding van uienteelt in Region Two aan de Essequibo Coast. De overheid heeft daar meer dan vijfendertig boeren betrokken bij de eerste fase, nadat een proefproject in Region Nine meer dan 2.600 zakken, ongeveer 40.000 kilogram uien, opleverde. Volgens de landbouwautoriteiten moet in de nieuwe fase ongeveer 48 acres worden ingezaaid, met technische begeleiding van NAREI, bodemonderzoek, plantmateriaal en een reeds voorbereide markt voor de oogst.
Die cijfers laten zien dat Guyana landbouw niet langer behandelt als een sector die alleen subsidie nodig heeft, maar als een strategisch antwoord op importafhankelijkheid. De uienteelt past binnen de bredere regionale agenda om de voedselimportrekening van het Caribisch gebied fors terug te dringen richting 2030. Voor jongeren wordt dat aantrekkelijker wanneer zij niet alleen mogen meedoen, maar ook toegang krijgen tot kennis, marktzekerheid en projecten die inkomen kunnen opleveren.
Ook in pluimvee en aquacultuur wordt dezelfde zakelijke toon zichtbaar. In Region Two sprak Mustapha met rijstboeren, garnalendeelnemers, uientelers en ondernemers rond tunnelventilatie in de pluimveesector, waarbij de overheid drainage, irrigatie, wegen, kunstmeststeun en nieuwe productieketens koppelt aan hogere efficiëntie. Acht geautomatiseerde pluimveeactiviteiten moeten volgens de planning binnen enkele maanden operationeel worden en samen ongeveer 40.000 vogels per zes weken produceren, wat aantoont dat landbouwbeleid steeds meer richting schaal, techniek en rendement beweegt.
De digitalisering krijgt daarbij een opvallende plaats via de Farmers Connect app. Die toepassing geeft boeren toegang tot informatie over weer, marktprijzen, adviezen, extension services en goede landbouwpraktijken, met ondersteuning van moderne technologie, waaronder generatieve kunstmatige intelligentie. Volgens de appinformatie kunnen boeren via één centraal platform sneller diensten bereiken, waardoor de overheid haar landbouwondersteuning minder traag, minder versnipperd en meer servicegericht wil maken.
De kracht van zo een digitaal systeem ligt vooral in snelheid. Een jonge boer die een plantenziekte ziet, hoeft niet altijd te wachten op een fysiek bezoek of mondeling advies, maar kan sneller beeld, data en ondersteuning gebruiken om schade te beperken. Daarmee wordt landbouw niet alleen moderner, maar ook minder eenzaam voor kleine producenten die vaak ver van centrale diensten werken.
Mustapha benadrukt daarnaast dat vrouwen en jongeren niet als bijzaak mogen worden behandeld. De regering hanteert participatiedoelen waarbij minstens 35 procent betrokkenheid van vrouwen en jongeren in grote landbouwinitiatieven wordt nagestreefd. Dat is belangrijk, omdat voedselzekerheid niet duurzaam wordt wanneer dezelfde kleine groep producenten ouder wordt, terwijl de nieuwe generatie buiten de sector blijft.
Suriname zou deze ontwikkeling met aandacht moeten volgen, omdat dezelfde spanning ook hier zichtbaar is. Jongeren willen inkomen, waardigheid, technologie en perspectief, geen eindeloze oproep om terug te keren naar een landbouwbeeld dat geen aansluiting meer heeft bij hun opleiding en de tijdgeest. Een landbouwbeleid dat drones, irrigatiesystemen, bodemdata, digitale marktplaatsen, agroprocessing, certificering en gegarandeerde afzet durft te combineren, kan de sector opnieuw aantrekkelijk maken voor jongeren die anders kiezen voor kantoorwerk, vertrek of informele handel.
Guyana laat zien dat landbouw pas toekomst krijgt wanneer zij niet wordt verkocht als nostalgie, maar als moderne economie. De echte strijd gaat niet om de vraag of jongeren nog willen boeren, maar of regeringen bereid zijn landbouw zo te organiseren dat jongeren er een professioneel bestaan in kunnen opbouwen. Wie voedselzekerheid serieus neemt, moet daarom niet alleen zaaigoed uitdelen, maar een compleet systeem bouwen waarin kennis, technologie, markt, financiering en ondernemerschap samenkomen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com