About
Missie
Wij verbinden journalistiek, community building en detachering om de samenleving te voeden met betrouwbare data en gelijke ontwikkelkansen te creëren.
Visie
Wij bouwen aan een toekomst waarin transparantie, sociale cohesie en flexibel talent samen zorgen voor impactvolle, data-gedreven besluitvorming.
About
De onderzoekers van Ko'W' Checking zijn professionals van het AgapeUnit-team die zich richten op onafhankelijke, data gedreven berichtgeving. Via onze eigen platform bieden wij de samenleving betrouwbare en feitelijk onderbouwde informatie, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek en verificatie. Ko'W' Checking werkt met een eigen redactie en onderzoeksstructuur. Informatie wordt uitsluitend gepubliceerd na interne controle. Indien nodig corrigeren of brengen wij dieptegang in berichten afkomstig van andere nieuwsbronnen wanneer deze onjuist of onvolledig blijken te zijn. Wij bieden organisaties de mogelijkheid om advertenties en promotionele boodschappen te plaatsen op onze website en via onze sociale mediakanalen. Deze commerciële dienstverlening heeft geen invloed op onze redactionele onafhankelijkheid. Ongeacht de achtergrond of doelstellingen van een organisatie, blijven wij feitelijk en onafhankelijk rapporteren. Wij formuleren onze artikelen naar waarheid en zonder redactionele binding aan commerciële of politieke belangen. Transparantie en integriteit vormen hierbij de basis.

Groene miljarden zijn niet genoeg wanneer ontwikkelingslanden alleen kopers blijven

In de wereldwijde energietransitie wordt vaak gesproken over kapitaal, windparken, zonnevelden en miljardeninvesteringen, maar een nieuwere en scherpere vraag komt steeds meer naar voren. Wie krijgt straks niet alleen de projecten, maar ook de kennis, technologie, banen en industrie die daaruit voortkomen. Een analyse van UN Trade and Development waarschuwt dat ontwikkelingslanden zonder betere investeringsregels het risico lopen om wel groene installaties te kopen, maar niet de vaardigheden en productiekracht op te bouwen die nodig zijn om zelf mee te bouwen aan de nieuwe economie.

De wereld heeft richting 2030 jaarlijks meer dan 1 biljoen dollar aan investeringen in hernieuwbare energie nodig, voor een groot deel afkomstig uit private en buitenlandse bronnen. Voor ontwikkelingslanden is dat kapitaal onmisbaar, omdat binnenlandse financiering vaak te beperkt is en de rente op internationale markten zwaar kan drukken. Toch is het aantrekken van geld slechts de eerste stap, want een zonnepark dat volledig wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden en technologisch beheerst door buitenlandse partijen laat lokaal veel minder waarde achter dan politici vaak beloven.

De verborgen ongelijkheid in de groene transitie is hier duidelijk, want een land kan vol trots nieuwe zonnepanelen, batterijsystemen, turbines of waterstofprojecten binnenhalen, maar ondertussen afhankelijk blijven van ingevoerde apparatuur, buitenlandse ingenieurs en externe software. Dan verandert de energietransitie in een nieuwe importrekening, waarbij arme en middelgrote economieën opnieuw consument worden van technologie die elders wordt ontwikkeld.

UNCTAD wijst erop dat veel internationale investeringsverdragen zijn gesloten in de jaren tachtig, negentig en vroege jaren tweeduizend, lang voordat klimaatbeleid een centrale economische prioriteit werd. Die oudere verdragen waren vooral ontworpen om buitenlandse investeerders te beschermen tegen willekeur, nationalisatie en discriminerende behandeling. In de groene economie kunnen sommige bepalingen echter de beleidsruimte beperken waarmee regeringen lokale training, leveranciersontwikkeling en technologische verspreiding willen stimuleren.

Dat betekent niet dat ontwikkelingslanden zomaar zware verplichtingen moeten opleggen aan elke investeerder. Slecht ontworpen lokale inhoudseisen kunnen projecten duurder maken, kapitaal afschrikken en uiteindelijk weinig duurzame kennis achterlaten. De waarschuwing is subtieler, maar ook belangrijker, want landen hebben voldoende beleidsruimte nodig om beleid gaandeweg aan te passen, zonder vast te zitten aan verdragen die zijn geschreven voor een andere economische tijd.

De analyse maakt duidelijk dat meer dan een derde van bestaande verdragsrelaties beperkingen bevat op sommige maatregelen die landen kunnen gebruiken om binnenlandse capaciteit te versterken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van lokale leveranciers, opleiding van werknemers of samenwerking rond technologie. Zulke bepalingen kunnen botsen met de behoefte van landen om niet alleen wind en zon te importeren, maar ook lokale bedrijven en arbeidskrachten in die ketens te brengen.

De crux van het probleem is absorptievermogen, omdat een land niet alleen investeringen moet ontvangen, maar ook instellingen, infrastructuur, vakmensen, technische scholen, leveranciersnetwerken en uitvoeringscapaciteit hebben om nieuwe technologie werkelijk te begrijpen en aan te passen. Zonder die basis kan zelfs een grote instroom van groen kapitaal eindigen in weinig meer dan buitenlandse machines op lokale grond.

Nieuwere investeringsverdragen kunnen volgens UNCTAD beter worden ingericht. Zij kunnen het recht van regeringen om te reguleren duidelijker beschermen, samenwerking rond klimaat technologie opnemen, menselijk kapitaal versterken en verantwoorde investeringen bevorderen. Ook tijdelijke mobiliteit van gespecialiseerde werknemers, gezamenlijke werkprogramma’s en mechanismen voor monitoring kunnen helpen om investeringen te vertalen naar kennisoverdracht en lokale vaardigheid.

De discussie raakt ook aan intellectueel eigendom. Strengere bescherming van patenten en technologie leidt niet automatisch tot meer kennisoverdracht naar ontwikkelingslanden. UNCTAD waarschuwt dat investeringsverdragen bestaande flexibiliteit onder WTO regels en internationale milieuafspraken moeten behouden, zodat landen niet juridisch worden vastgezet terwijl zij juist proberen hun eigen technologische basis op te bouwen.

Daarmee verschuift de wereldwijde scheidslijn, want het verschil zal straks niet alleen lopen tussen landen die veel groene investeringen aantrekken en landen die achterblijven. De diepere kloof zal ontstaan tussen landen die buitenlandse projecten omzetten in lokale technologie, industrie en banen, en landen die tevreden zijn met lintjes doorknippen terwijl de echte waarde elders wordt verdiend.

Voor Suriname is deze waarschuwing direct relevant, omdat het land tegelijk beschikt over energiepotentie, bossen, olievooruitzichten, landbouwruimte en behoefte aan moderne infrastructuur. Groene investeringen moeten daarom niet alleen worden beoordeeld op hoeveel geld zij binnenbrengen, maar op welke kennis, welke lokale bedrijven, welke opleidingen en welke duurzame capaciteit zij achterlaten. Wanneer Suriname straks zonne, waterkracht, bio energie of andere groene projecten aantrekt, moet het contractueel en institutioneel vastleggen hoe lokale werknemers, technici, leveranciers en kennisinstellingen mee groeien.

De energietransitie wordt dus geen rechtvaardige ontwikkeling wanneer alleen kapitaal de grens oversteekt. Zij wordt pas rechtvaardig wanneer technologie, vakmanschap, bestuur en industriële mogelijkheden mee bewegen naar landen die nu nog aan de ontvangende kant staan. Ontwikkelingslanden die hun verdragen, onderwijs, vergunningen en investeringsbeleid slim hervormen, kunnen bouwers worden van de groene economie, terwijl landen zonder strategie het risico lopen opnieuw afnemers te blijven van een toekomst die anderen ontwerpen.

Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com

Totaal
0
Aandelen
Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verwante berichten
Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag Agape Unit Surinaamse vlag