Met de ontvangst van de Green Destinations Country Baseline Assessment Award heeft Guyana een belangrijke stap gezet in zijn poging om natuurtoerisme uit te bouwen zonder de biodiversiteit, leefgebieden en lokale gemeenschappen op te offeren aan ongeremde groei. De onderscheiding bevestigt dat het land een landelijke basisbeoordeling heeft doorlopen aan de hand van de Green Destinations Standard, maar vormt tegelijk het begin van een langer traject waarin beloften over duurzaamheid met meetbare resultaten moeten worden onderbouwd.
De erkenning werd woensdag overhandigd door dr. D’Arcy Dornan, directeur bij het Good Travel Institute, na een beoordeling die namens Green Destinations International werd uitgevoerd. Minister van Toerisme, Industrie en Handel Susan Rodrigues nam de onderscheiding in ontvangst, samen met directeur Kamrul Baksh van de Guyana Tourism Authority, waarna de erkenning eveneens aan president Irfaan Ali werd gepresenteerd.
Een basisbeoordeling brengt het bestaande beleid, de toegepaste werkwijzen, sterke punten en tekortkomingen van een bestemming in kaart. Het instrument is bedoeld om prioriteiten vast te stellen en een route naar verdere erkenning en aantoonbare verbetering te ontwikkelen. Guyana heeft daarmee nog geen eindstation bereikt, omdat een succesvolle beoordeling vooral zichtbaar maakt welke basis aanwezig is en op welke onderdelen het land verder moet presteren.
Guyana beschikt over een uitzonderlijke uitgangspositie door zijn regenwouden, rivieren, savannes, wilde dieren, levende culturen en gemeenschappen die sterk verbonden zijn met hun natuurlijke omgeving. Deze rijkdom geeft het land een toeristisch profiel dat moeilijk door massabestemmingen kan worden gekopieerd. Het grootste economische voordeel ligt daarom niet noodzakelijk in miljoenen bezoekers, maar in reizigers die bereid zijn meer te betalen voor kleinschalige natuurervaringen, lokale kennis, hoogwaardige begeleiding en authentieke culturele ontmoetingen.
Dr. Dornan waarschuwde indirect voor de keerzijde van snelle expansie, aangezien de toeristische sector van Guyana sterk groeit en daardoor meer druk kan uitoefenen op kwetsbare gebieden. Extra hotels, vervoer, afval, energieverbruik en bezoekersstromen kunnen banen en inkomsten opleveren, maar eveneens schade veroorzaken wanneer vergunningen, infrastructuur en milieutoezicht achterblijven. Een bestemming kan haar aantrekkelijkheid verliezen wanneer groei sneller verloopt dan het vermogen om natuur en gemeenschappen te beschermen.
Duurzaamheid wordt binnen die ontwikkeling niet langer uitsluitend gepresenteerd als een morele keuze, maar als een zakelijk belang. Lagere energie en waterkosten, efficiënter afvalbeheer, naleving van nieuwe regelgeving en beperking van milieuschade kunnen de financiële prestaties van toeristische ondernemingen verbeteren. Aantoonbare duurzaamheid kan daarnaast de toegang tot investeringen vergemakkelijken, omdat banken en andere financiers steeds vaker bewijs verlangen dat projecten rekening houden met klimaatrisico’s, lokale gemeenschappen en natuurbehoud.
Het gevaar van groene marketing zonder onderbouwing wordt daardoor eveneens groter. Hotels, touroperators en overheden kunnen zichzelf gemakkelijk duurzaam noemen, maar zo’n claim heeft weinig waarde wanneer cijfers over afval, uitstoot, energie, watergebruik, lokale inkoop en werkgelegenheid ontbreken. De samenwerking met de Guyana Tourism Authority is daarom gericht op het verifiëren van duurzaamheidsclaims, het ontwikkelen van erkenningsmogelijkheden en het opstellen van prestatie indicatoren waarmee vooruitgang kan worden gevolgd.
Bij de uitvoering zijn niet alleen overheidsdiensten betrokken, maar ook bedrijven, gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en aanbieders van toeristische ervaringen. Deze brede aanpak is noodzakelijk, omdat natuurbescherming weinig oplevert wanneer inwoners nauwelijks delen in de inkomsten of wanneer ondernemingen producten en personeel vooral uit het buitenland halen. Een geloofwaardig duurzaam model moet aantonen hoeveel geld in de lokale economie blijft, hoeveel bewoners worden opgeleid en welke gemeenschappen daadwerkelijk invloed hebben op toeristische ontwikkeling.
Het landelijke programma omvat naast de basisbeoordeling ook trainingen voor de toeristische autoriteit en ondernemers. Maximaal vijftig bedrijven kunnen worden onderzocht met een duurzaamheidsscan, waarna de best presterende ondernemingen kunnen doorstromen naar een eerste erkenningsniveau onder het Good Travel Seal. Deze aanpak kan waardevol zijn wanneer de beoordeling streng en transparant blijft en bedrijven verbeteringen moeten aantonen voordat zij een groen keurmerk in hun marketing gebruiken.
De volgende fase moet volgens de betrokken deskundigen breder kijken naar het functioneren en beheer van bestemmingen. Prestatie indicatoren kunnen daarbij zichtbaar maken welke regio’s bescherming nodig hebben, hoeveel bezoekers een gebied kan verdragen, welke economische voordelen lokaal terechtkomen en welke investeringen noodzakelijk zijn. Zonder zulke gegevens bestaat het risico dat bezoekersaantallen als succes worden gevierd, zelfs wanneer natuurgebieden achteruitgaan of gemeenschappen weinig voordeel ervaren.
Guyana staat daardoor voor een strategische keuze tussen snelle volumegroei en gecontroleerde waardeontwikkeling. Meer bezoekers leveren niet automatisch een sterkere toeristische economie op, zeker wanneer een groot deel van de inkomsten via buitenlandse reisorganisaties, luchtvaartmaatschappijen of hotelketens wegvloeit. Een kleiner aantal bezoekers dat langer verblijft, lokale diensten gebruikt en natuurbehoud financiert, kan uiteindelijk meer waarde creëren dan massatoerisme dat hoge druk veroorzaakt en relatief weinig inkomsten achterlaat.
De Green Destinations Standard biedt criteria voor duurzaam beleid en bestemmingsbeheer, maar een onderscheiding behoudt alleen geloofwaardigheid wanneer na de ceremonie wordt doorgewerkt. Openbare voortgangsrapportages, onafhankelijke controles en duidelijke cijfers over milieu, werkgelegenheid en lokale bestedingen moeten aantonen dat de toeristische groei werkelijk verantwoord wordt beheerd. Green Destinations beschrijft continue verbetering en actieplanning zelf als belangrijke onderdelen van het programma.
De ontwikkeling naast de westgrens biedt Suriname een bruikbaar voorbeeld, omdat ook hier regenwouden, rivieren, culturele diversiteit en gemeenschappen in het binnenland de kern van een onderscheidend toeristisch product vormen. Een nationale basisbeoordeling kan helpen om sterke punten en risico’s vroegtijdig vast te leggen, maar zou direct moeten worden gekoppeld aan controleerbare doelen voor lokale inkomsten, afvalbeheer, natuurbehoud, opleiding en bezoekerscapaciteit. Keurmerken verdienen pas vertrouwen wanneer gemeenschappen de economische voordelen ervaren en onafhankelijke cijfers bevestigen dat de natuur niet de rekening betaalt.
De onderscheiding geeft Guyana internationale zichtbaarheid, maar de echte waarde zal pas blijken wanneer toeristische inkomsten groeien zonder dat bossen, dieren, rivieren en lokale culturen worden uitgeput. Een groen certificaat kan deuren openen naar bezoekers, investeerders en financiële instellingen, maar alleen bewezen beleid kan voorkomen dat duurzaamheid verandert in een aantrekkelijk etiket op een industrie die ondertussen dezelfde oude schade veroorzaakt.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com