In een land waar het vertrouwen in politici onder druk staat, schuift Asis Gajadien van de VHP het begrip integriteit naar het hart van het debat en hij vat zijn lijn samen in een zin die weinig ruimte voor misverstand laat, integriteit mag nooit optioneel zijn. Met die insteek pleit hij voor een wettelijk verplichte integriteitstoets voor iedereen die een openbaar ambt wil aanvaarden, van ressortraad en districtsraad tot parlement en ministerie, waarbij niet alleen naar een strafblad wordt gekeken maar ook naar belangenverstrengeling, financiële verwevenheden en eerdere rol in dubieuze dossiers. Die toets mag volgens hem geen symbolische formaliteit zijn maar een harde voorwaarde aan de voordeur van het openbaar bestuur, kandidaten moeten zwart op wit aantonen dat zij geen veroordelingen voor ernstige misdrijven hebben en open kaart spelen over zakelijke belangen, commissariaten en familiebanden die besluiten kunnen beïnvloeden.
Voor Gajadien begint geloofwaardigheid niet bij de tegenstander maar in de eigen gelederen, hij herhaalt dat de lat binnen de VHP minstens zo hoog moet liggen als daarbuiten. Daarom koppelt hij zijn pleidooi voor integriteitstoetsen en openbaarheid van bestuur nadrukkelijk aan interne zuiverheid, van het recht om overheidsinformatie op te vragen tot het tegengaan van dubbele beloningen voor parlementariërs en het persoonlijk aansprakelijk stellen van functionarissen bij grove misstanden, desnoods met hun eigen vermogen, steeds met de boodschap dat wie macht vraagt eerst bereid moet zijn zichzelf te laten controleren.
Die strikte lijn geldt volgens hem juist voor bestuurders van zijn eigen partij. Gajadien vindt dat VHP’ers die in opspraak raken of strafrechtelijk worden vervolgd hun functie moeten neerleggen en het oordeel van de rechter moeten afwachten, omdat een partij die integriteit predikt niet tegelijkertijd eigen mensen mag beschermen zodra de druk oploopt. Daarmee legt hij de lat bewust hoger voor zijn eigen organisatie, omdat geloofwaardigheid volgens hem begint bij de manier waarop een partij met haar eigen kader omgaat wanneer normen worden overschreden. Voor Suriname schetst hij zo een kompas van integriteitstoets, openbaarheid, persoonlijke verantwoordelijkheid en tijdelijk terugtreden bij twijfel, zodat de politiek verschuift van brandjes blussen naar preventie en integriteit niet bij woorden blijft maar in de praktijk dagelijks wordt getoetst.