De internationale landbouwsector laat jaarlijks enorme economische mogelijkheden onbenut doordat miljoenen vrouwen die een belangrijke bijdrage leveren aan de voedselproductie structureel minder verdienen en onvoldoende toegang krijgen tot landbouwgrond, financiering en moderne technologie. Volgens de Voedsel en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties ontvangen vrouwen binnen de mondiale voedselketen gemiddeld slechts 78 dollarcent voor iedere dollar die mannen verdienen. Het inkomensverschil van 22 procent legt een hardnekkige ongelijkheid bloot binnen een sector die essentieel is voor voedselzekerheid, werkgelegenheid en economische ontwikkeling. De organisatie waarschuwt dat deze achterstand niet uitsluitend een maatschappelijk probleem vormt, maar ook een economische belemmering die de productiviteit van landbouwbedrijven verlaagt en de strijd tegen honger bemoeilijkt. In het Internationale Jaar van de Vrouwelijke Landbouwer 2026 roept de FAO regeringen en ondernemingen daarom op om gericht te investeren in vrouwen die actief zijn binnen landbouw, voedselverwerking en handel, omdat een eerlijkere verdeling van economische mogelijkheden wereldwijd aanzienlijke groei kan opleveren.
De omvang van de vrouwelijke bijdrage wordt zichtbaar in de internationale arbeidsstatistieken, waaruit blijkt dat vrouwen in 2023 ongeveer 42 procent van alle werknemers binnen de landbouw en voedselketen vertegenwoordigden. Wereldwijd was 44 procent van de werkende vrouwen actief binnen deze sector, tegenover 37 procent van de werkende mannen. Hun werkzaamheden beperken zich niet tot het verbouwen van gewassen, maar omvatten ook veeteelt, visserij, voedselverwerking, distributie en handel. Vooral in landelijke gemeenschappen vervullen vrouwen een belangrijke economische rol doordat zij tegelijkertijd bijdragen aan gezinsinkomens, voedselvoorziening en het behoud van traditionele landbouwkennis. Ondanks deze verantwoordelijkheid beschikken zij vaak over minder formele eigendomsrechten, beperktere toegang tot krediet en minder mogelijkheden om gespecialiseerde opleidingen te volgen. Ook komen onzekere arbeidscontracten, informele werkzaamheden en laagbetaalde functies relatief vaak voor. Deze omstandigheden maken duidelijk dat deelname aan economische productie niet automatisch betekent dat werknemers in gelijke mate profiteren van de financiële opbrengsten die zij helpen realiseren.
De verschillen worden nog duidelijker wanneer de landbouwproductiviteit wordt onderzocht, aangezien vrouwelijke landbouwers volgens de FAO gemiddeld een achterstand van 24 procent hebben ten opzichte van mannen die landbouwpercelen van vergelijkbare omvang beheren. De organisatie schrijft dit verschil niet toe aan een gebrek aan deskundigheid of inzet, maar aan structurele beperkingen zoals onvoldoende toegang tot machines, kwalitatief zaaigoed, irrigatievoorzieningen, landbouwadvies en betaalbare financiering. Daarnaast dragen vrouwen een onevenredig groot deel van de onbetaalde zorgtaken binnen huishoudens, waardoor minder tijd beschikbaar blijft voor scholing, bedrijfsuitbreiding en commerciële activiteiten. Wereldwijd vertegenwoordigt onbetaalde zorgarbeid door vrouwen en meisjes volgens internationale ramingen jaarlijks ten minste 10,8 biljoen Amerikaanse dollar aan economische waarde, zonder dat deze bijdrage doorgaans rechtstreeks in hun persoonlijke inkomen zichtbaar wordt. Klimaatverandering vergroot de achterstand verder, aangezien extreme hitte en langdurige droogte de productieomstandigheden verslechteren en vrouwen binnen kwetsbare landbouwgemeenschappen vaak minder financiële reserves hebben om dergelijke schokken op te vangen.
De economische gevolgen van deze ongelijkheid zijn aanzienlijk, omdat de FAO berekent dat het verkleinen van inkomensverschillen en productiviteitsachterstanden binnen de landbouwsector het mondiale bruto binnenlands product met ongeveer één biljoen Amerikaanse dollar kan verhogen. Tegelijkertijd zouden naar schatting 45 miljoen mensen minder met voedselonzekerheid worden geconfronteerd wanneer vrouwen dezelfde mogelijkheden krijgen om hun landbouwactiviteiten te ontwikkelen en eerlijker worden beloond. Deze bedragen vertegenwoordigen potentiële economische voordelen en geen inkomsten die automatisch beschikbaar komen wanneer wettelijke gelijkheid wordt ingevoerd. Het realiseren van deze groei vereist omvangrijke investeringen in landbouwinfrastructuur, beroepsopleidingen, ondernemingsfinanciering en toegang tot nationale en internationale afzetmarkten. Ook moeten financiële instellingen hun kredietvoorwaarden beter laten aansluiten bij de omstandigheden van vrouwelijke ondernemers, die niet altijd beschikken over formele eigendomsdocumenten of traditionele zekerheden voor bankleningen. De cijfers laten daarmee zien dat het terugdringen van ongelijkheid niet uitsluitend betrekking heeft op inkomensverdeling, maar eveneens op het efficiënter benutten van beschikbare arbeid, kennis en productiemiddelen.
De Verenigde Naties hebben 2026 uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Vrouwelijke Landbouwer om regeringen, financiële instellingen en ondernemingen aan te zetten tot concrete hervormingen. De FAO vraagt bijzondere aandacht voor sterkere eigendomsrechten op landbouwgrond, toegankelijke financieringsprogramma’s en beleid waarmee vrouwen meer invloed krijgen op economische besluitvorming. Daarnaast worden technologiebedrijven opgeroepen landbouwapparatuur en digitale toepassingen te ontwikkelen die beter aansluiten bij de werkzaamheden en behoeften van vrouwelijke producenten. Ook ondersteuning van landbouwcoöperaties, veilige werkomstandigheden en betere toegang tot exportmarkten maken onderdeel uit van de voorgestelde aanpak. De organisatie benadrukt dat gerichte investeringen in vrouwen binnen landelijke gemeenschappen eveneens kunnen bijdragen aan een grotere weerbaarheid tegen economische en klimatologische schokken. Volgens aanvullende ramingen kunnen dergelijke interventies het inkomen van 58 miljoen mensen verbeteren en de economische weerbaarheid van nog eens 235 miljoen personen versterken. De uitdaging voor overheden ligt daarom niet alleen bij het erkennen van de bijdrage van vrouwelijke landbouwers, maar vooral bij het wegnemen van de financiële en institutionele belemmeringen die hun ontwikkeling al jarenlang beperken.
De internationale cijfers bieden ook een belangrijk perspectief voor Suriname, waar versterking van de landbouwproductie en vermindering van de voedselimport steeds nadrukkelijker onderdeel moeten worden van de economische ontwikkelingsagenda. De uitbreiding van landbouwactiviteiten vereist niet uitsluitend grotere investeringen in grond, machines en infrastructuur, maar ook een beleid waarmee vrouwelijke ondernemers beter toegang krijgen tot financiering, technische opleidingen en betrouwbare afzetmogelijkheden. Vooral binnen kleinschalige voedselproductie, verwerking van landbouwgewassen en de ontwikkeling van lokale voedingsmiddelen kunnen gerichte programma’s bijdragen aan nieuwe economische activiteiten en aanvullende gezinsinkomens. Daarbij verdienen betrouwbare nationale gegevens over verschillen in grondbezit, kredietverlening en landbouwinkomens aandacht, zodat duidelijk wordt welke groepen onvoldoende profiteren van bestaande voorzieningen. De verwachte economische mogelijkheden uit de olie en gassector kunnen op termijn ruimte bieden voor versterking van productieve sectoren, maar duurzame ontwikkeling vraagt om investeringen die daadwerkelijk leiden tot hogere landbouwopbrengsten en meer zelfstandige ondernemingen. Een moderne landbouwstrategie zal daarom niet alleen moeten bepalen hoeveel voedsel wordt geproduceerd, maar ook welke mogelijkheden beschikbaar worden gesteld aan de mensen die deze productie moeten realiseren.
De oproep van de FAO maakt duidelijk dat de wereldwijde voedselzekerheid niet uitsluitend afhankelijk is van grotere landbouwoppervlakten, moderne machines of hogere overheidsuitgaven, maar eveneens van de manier waarop economische kansen binnen de sector worden verdeeld. Vrouwen vertegenwoordigen een aanzienlijk deel van de internationale landbouwarbeid, maar blijven ondanks hun bijdrage geconfronteerd met lagere inkomens en beperktere mogelijkheden om hun productiecapaciteit te vergroten. De potentiële economische winst van één biljoen dollar en de mogelijkheid om voedselonzekerheid voor 45 miljoen mensen terug te dringen onderstrepen dat structurele ongelijkheid ook een hoge economische prijs heeft. Het Internationale Jaar van de Vrouwelijke Landbouwer vormt daarom een belangrijke gelegenheid om politieke aandacht om te zetten in meetbare investeringen en hervormingen. De uiteindelijke betekenis daarvan zal niet worden bepaald door internationale verklaringen of symbolische erkenning, maar door de vraag of vrouwelijke producenten daadwerkelijk gemakkelijker toegang krijgen tot grond, kapitaal, technologie en markten, zodat hun economische bijdrage ook zichtbaar wordt in hogere inkomens, sterkere ondernemingen en een betrouwbaardere voedselvoorziening.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com