Met het succesvolle bezoek aan Brazilië nog vers op de achtergrond probeert president Jennifer Simons in de Dominicaanse Republiek een volgende regionale deur te openen, dit keer niet via de route van Amazonesamenwerking en grensoverschrijdende infrastructuur, maar via toerisme, investeringen, energie en private sectorontwikkeling. De aankomst van het Surinaamse staatshoofd in Santo Domingo en Punta Cana laat zien dat Paramaribo zijn buitenlandse agenda nadrukkelijk wil verbinden aan economische uitvoering, waarbij diplomatie niet alleen moet leiden tot vriendelijke verklaringen maar tot concrete kansen voor sectoren die in Suriname nog onder hun potentie blijven. Achter dit bezoek schuilt een bredere poging om Suriname te positioneren als een land dat niet alleen afhankelijk wil worden van olie inkomsten, maar vroeg zoekt naar partners die ervaring hebben met grootschalige toeristische ontwikkeling, investeringszones en regionale economische infrastructuur.
De samenstelling van de delegatie geeft aan waar de prioriteiten liggen. Met minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking en minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme aan haar zijde, beweegt Simons zich op het snijvlak van diplomatie, handel, bereikbaarheid en toeristische positionering. Dat is geen toeval, omdat een land dat investeringen wil aantrekken niet alleen goede bedoelingen nodig heeft, maar ook luchtverbindingen, bestuurlijke coördinatie, vergunningstrajecten, infrastructuur, promotie en vertrouwen bij private partijen die snel kunnen vergelijken tussen markten.
De eerste oriënterende gesprekken met de Punta Cana Group zijn daarom belangrijker dan een gewone kennismaking. Punta Cana is in de regio uitgegroeid tot een voorbeeld van hoe toerisme kan worden georganiseerd rond luchthavens, vastgoed, hospitality, vrije zones, energievoorziening, logistiek en internationale marketing. Voor Suriname ligt daar een duidelijke spiegel, omdat het land wel natuur, cultuur, gastronomie, erfgoed en ruimte bezit, maar nog geen toeristisch ecosysteem heeft gebouwd dat op dezelfde schaal kapitaal, bezoekersstromen en private investeringen aantrekt.
De rondleiding op de Punta Cana International Airport en in de Punta Cana Free Trade Zone raakt precies aan die uitvoeringsvraag. Een luchthaven is in moderne toeristische ontwikkeling niet alleen een aankomsthal, maar een economische machine die hotels, transport, retail, zakelijke diensten, export, werkgelegenheid en investeringen met elkaar verbindt. Een vrije zone kan op haar beurt functioneren als schakel tussen handel, opslag, lichte industrie, diensten en internationale bedrijven die behoefte hebben aan fiscale helderheid, logistieke snelheid en institutionele betrouwbaarheid.
Het gesprek met InterEnergy Group voegt een tweede strategische laag toe, omdat toerisme zonder betrouwbare energie nooit volledig schaalbaar wordt. Het bedrijf speelt een centrale rol in de energievoorziening van toeristische en economische zones in de Dominicaanse Republiek, waaronder Punta Cana, en is actief in elektriciteitsopwekking, distributie, hernieuwbare energie en energie infrastructuur. Voor Suriname is dat relevant omdat elke serieuze toeristische of industriële ontwikkeling vroeg of laat vastloopt wanneer stroomvoorziening, netcapaciteit, duurzame energie en investeringszekerheid niet gelijktijdig worden aangepakt.
De Dominicaanse Republiek biedt daarbij een interessant model, niet omdat Suriname dat zomaar moet kopiëren, maar omdat het land laat zien hoe toerisme, energie en private investeringen elkaar kunnen versterken wanneer de randvoorwaarden professioneel worden georganiseerd. De kracht van Punta Cana ligt niet alleen in stranden of resorts, maar in een samenhangend systeem van luchthavenontwikkeling, vastgoed, energie, dienstverlening en internationale positionering. Suriname kan juist leren van die systeemlogica, omdat het land zijn toerisme vaak nog bespreekt als promotieprobleem, terwijl de echte beperking veel vaker zit in capaciteit, bereikbaarheid, productontwikkeling en investeringsstructuur.
Het bilaterale overleg tussen president Simons en president Luis Abinader in het Presidentieel Paleis in Santo Domingo vormt het politieke zwaartepunt van deze missie. Daar zullen samenwerking, investeringen en versterking van de bilaterale relaties centraal staan, maar de werkelijke waarde van het gesprek hangt af van de vraag of beide regeringen private partijen, uitvoeringsinstanties en sectorale projecten aan elkaar kunnen koppelen. Diplomatie wordt pas economisch relevant wanneer zij bedrijven helpt risico’s beter te begrijpen, procedures te versnellen en langjarige samenwerking vertrouwen geeft.
Suriname wil daarbij duidelijk maken dat het openstaat voor investeringen vanuit de Dominicaanse private sector, vooral in landbouw en toerisme. Die combinatie is strategisch interessant, omdat toerisme alleen duurzaam groeit wanneer het ook lokale voedselketens, transport, cultuur, diensten en kleinschalige ondernemingen meeneemt. Een hotelkamer levert meer nationale waarde op wanneer voedsel, personeel, excursies, onderhoud, decoratie, vervoer en beleving zoveel mogelijk uit de eigen economie komen.
Daarom raakt dit bezoek ook aan de vraag hoe Suriname zijn toekomstige ontwikkelingsmodel wil vormgeven. Olie kan de begroting versterken, maar toerisme en landbouw kunnen bredere werkgelegenheid, regionale spreiding en ondernemerschap aanjagen. Als Suriname erin slaagt investeerders aan te trekken die niet alleen bouwen maar ook kennis overdragen, lokale ondernemers meenemen en duurzame standaarden respecteren, kan deze Dominicaanse route uitgroeien tot een nuttige aanvulling op de grotere energie agenda.
Suriname moet deze opening vooral behandelen als een kans om discipline te brengen in sectoren die al te lang met potentie worden beschreven maar te weinig met harde uitvoeringsafspraken. Een goede vervolgstap vraagt om duidelijke projectlijsten, investeringsvoorwaarden, locatiekeuzes, luchtvaartstrategie, energieplanning, landbouwkoppelingen en een loket dat private partijen niet laat verdwalen in bestuurlijke vertraging. De kracht van dit bezoek zal niet worden gemeten aan de warmte van de ontvangst, maar aan de vraag of Suriname na terugkeer sneller kan bewegen dan zijn eigen bureaucratie.
De reis naar de Dominicaanse Republiek laat uiteindelijk zien dat president Simons de regio niet alleen als diplomatiek netwerk benadert, maar als praktische markt van modellen, kapitaal en ervaring. Brazilië bood een spoor van schaal, landbouw, energie en Amazonesamenwerking, terwijl de Dominicaanse Republiek een spoor opent van toeristische organisatie, private investeringen en economische zones. Als Paramaribo deze lessen weet om te zetten in uitvoering, kan Suriname zijn groeiverhaal verbreden voordat olie de nationale verbeelding volledig domineert, en dan wordt buitenlandse samenwerking geen ceremonie, maar een instrument om de eigen economie eindelijk beter te organiseren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com