De VHP-fractie zal de Jaarrede van de president op 30 september bijwonen, maar tekent nadrukkelijk protest aan tegen de procedure waarmee de organisatie van de bijeenkomst tot stand is gekomen. In een brief van 29 september aan de voorzitter van De Nationale Assemblée stelt fractieleider Asiskumar Gajadien dat de voorbereidingen voor de plechtigheid in de Congreshal al waren begonnen voordat het parlement een besluit had genomen over de locatie en de bijbehorende begroting.
De aanleiding voor het bezwaar ligt bij de Huishoudelijke Vergadering van 3 september, waarin de voorzitter van de Commissie Huishoudelijke Aangelegenheden voorstelde om de Jaarrede naar de Congreshal te verplaatsen. Die locatie zou ruimte bieden aan een groter aantal genodigden. De VHP-fractie en andere parlementariërs brachten daartegen bezwaren naar voren, waarbij zij aandacht vroegen voor het behoud van parlementaire tradities en voor soberheid in de huidige financiële en economische omstandigheden.
Volgens de fractie werd tijdens die vergadering geen beslissing genomen over de voorgestelde locatie of de kosten van de organisatie. De afspraak was dat beide onderwerpen tijdens een volgende Huishoudelijke Vergadering opnieuw zouden worden behandeld, waarna de besluitvorming zou plaatsvinden. Desondanks werden de voorbereidingen voor de bijeenkomst in de Congreshal voortgezet.
Pas op 29 september, een dag voor de Jaarrede, werden de locatie en de begroting volgens de protestbrief ter goedkeuring aan de vergadering voorgelegd. De uitvoering was op dat moment al in gang gezet, waardoor de parlementariërs naar het oordeel van de VHP feitelijk voor een voldongen feit kwamen te staan. De fractie benadrukt dat haar belangrijkste bezwaar betrekking heeft op deze gang van zaken en niet op de locatiekeuze op zichzelf.
Gajadien waarschuwt dat hiermee een precedent ontstaat waarbij voorstellen eerst worden uitgevoerd en vervolgens achteraf aan het bevoegde orgaan worden voorgelegd. Volgens de fractie wekt dat de indruk dat individuele beslissingen vooruitlopen op het gezamenlijke oordeel van het parlement. Besluiten behoren volgens haar juist via De Nationale Assemblée en haar bevoegde organen tot stand te komen, met inachtneming van de geldende procedures.
De VHP beschouwt de gevolgde werkwijze als een aantasting van de democratische waarden en de institutionele waardigheid van het parlement. Ook staat deze volgens de fractie op gespannen voet met het uitgesproken streven naar overleg, samenwerking en breed draagvlak. Parlementaire goedkeuring verliest volgens haar betekenis wanneer leden uitsluitend nog worden gevraagd hun instemming te geven aan maatregelen waarvan de uitvoering al begonnen is.
In de brief wijst de fractie op het constitutionele karakter van de Jaarrede, die wordt uitgesproken tijdens een buitengewone openbare vergadering waarin ook de ontwerpbegroting voor het volgende dienstjaar wordt aangeboden. Zij herinnert eraan dat deze plechtigheid sinds 1987 traditioneel in het parlementsgebouw plaatsvindt. Ondanks haar bezwaren zal de VHP deelnemen uit respect voor de Grondwet, het presidentschap en haar verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiging. Die aanwezigheid mag volgens de fractie niet worden uitgelegd als goedkeuring van de gevolgde procedure of aanvaarding van het geschapen precedent.
Een parlement dat transparantie en verantwoord financieel handelen verlangt, versterkt zijn gezag wanneer ook de eigen organisatie aan die uitgangspunten voldoet. Voorafgaande besluitvorming geeft volksvertegenwoordigers de gelegenheid om voorstellen, kosten en alternatieven daadwerkelijk te beoordelen. Binnen De Nationale Assemblée vormt die ruimte voor afweging een wezenlijk onderdeel van de verantwoordelijkheid tegenover de Surinaamse samenleving.
De VHP-fractie vraagt de voorzitter daarom haar protest formeel op te nemen in de parlementaire verslaglegging en erop toe te zien dat toekomstige besluiten vooraf volgens de democratische en reglementaire procedures worden genomen. Daarbij blijft zij vasthouden aan het Reglement van Orde, parlementaire tradities en zorgvuldig financieel beheer. Volgens Gajadien wordt de geloofwaardigheid van het parlement zowel bepaald door de besluiten die het neemt als door de manier waarop die besluiten tot stand komen.