De politieke spanning rond het Surinaamse grondbeleid loopt verder op. Ameerani Jarbandhan, lid van De Nationale Assemblée (DNA), heeft de aanval geopend met een reeks scherpe schriftelijke vragen aan president Simons over de plotselinge stopzetting van de uitvoering van grondconversie. Een besluit dat volgens haar niet alleen juridisch wankel is, maar ook duizenden burgers in onzekerheid stort en de staatskas miljoenen kost. In haar schrijven herinnert Jarbandhan eraan dat grondconversie een duidelijke wettelijke basis heeft in het staatsbesluit uitgifte domeingrond van 1982, zoals laatstelijk gewijzigd in 2017. Op basis van dit besluit zijn tot en met 9 juli 2025 maar liefst 15.794 aanvragen voor grondconversie goedgekeurd en afgehandeld. Dat leverde de overheid een indrukwekkend bedrag op van SRD 659,5 miljoen aan inkomsten voor de staatskas. Een essentieel financieel instrument, zo lijkt dat nu zonder duidelijke uitleg aan de kant is geschoven.”
Toch kwam op 9 augustus 2025 abrupt een einde aan de uitvoering van het staatsbesluit. De minister van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) zette, in opdracht van de president, de verdere uitvoering stop. Volgens Jarbandhan heeft deze maatregel verstrekkende gevolgen voor burgers en bedrijven die hun aanvragen correct en volgens de wet hebben ingediend. Aanvragers hebben vaak aanzienlijke kosten gemaakt voor metingen, documenten en procedures. Nu blijven zij achter in een juridisch vacuüm, zonder duidelijkheid over hun rechten of een mogelijke compensatie.
Jarbandhan laat het daar niet bij en trekt het besluit juridisch stevig in twijfel. Zij vraagt de president expliciet of zij het met haar eens is dat de onmiddellijke stopzetting indruist tegen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder: het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, de beginselen van zorgvuldigheid en motivering. Deze beginselen vormen volgens haar de ruggengraat van de relatie tussen overheid en burger en zijn essentieel om willekeur en machtsmisbruik te voorkomen.
Wanneer burgers erop mogen vertrouwen dat beleid consequent wordt uitgevoerd, kan een plotselinge koerswijziging niet zonder gevolgen blijven. Opvallend scherp is, Jarbandhans stelling dat het besluit een discriminerend karakter heeft. Burgers die zich aan de regels hebben gehouden, correct aanvragen indienden en betaalden wat de wet voorschrijft, lijken nu te worden gestraft. Ondertussen blijft onduidelijk hoe met lopende of reeds goedgekeurde aanvragen zal worden omgegaan. Een van de meest prangende vragen raakt de financiële logica van het regeringsbeleid. Jarbandhan vraagt zich hardop af waarom de regering een bewezen inkomstenbron stillegt, terwijl zij tegelijkertijd leningen tegen hoge rentes aangaat om begrotingstekorten te dichten.
Volgens haar verdient de samenleving volledige transparantie, wat zijn de werkelijke redenen achter dit besluit? Gaat het om beleidsinhoudelijke overwegingen, bestuurlijke problemen, of politieke keuzes? Het DNA-lid dringt erop aan dat de president de vragen op korte termijn beantwoordt en de samenleving helder informeert. Zolang dat uitblijft, blijft de onzekerheid voortduren en groeit de kritiek op een besluit dat steeds meer vragen oproept dan antwoorden biedt. De bal ligt nu bij de president. Haar reactie zal bepalend zijn voor het vertrouwen van burgers in het grondbeleid en mogelijk voor het bredere vertrouwen in de overheid zelf.