De Amerikaanse veiligheidsparaplu boven Europa staat steeds minder vanzelfsprekend open, omdat president Donald Trump de relatie met NAVO partners nadrukkelijker wil koppelen aan militaire inzet, toegang tot bases en politieke bereidheid om de Verenigde Staten ook buiten Europa te steunen wanneer Washington daarom vraagt.
Binnen de alliantie circuleren berichten over een uitgebreide vragenlijst waarmee de Verenigde Staten willen vaststellen welke beperkingen Europese landen opleggen aan het gebruik van hun grondgebied, luchtruim en militaire infrastructuur voor Amerikaanse operaties. Ook zou worden gepeild in hoeverre lidstaten aansluiten bij het buitenlandse beleid van Washington, onder meer in het Midden Oosten en op het westelijk halfrond. Een officiële publicatie van de vragenlijst ontbreekt, maar de politieke richting achter deze aanpak past in een beleid dat al maanden zichtbaar is.
De Amerikaanse regering wil af van een veiligheidsmodel waarin Europa op Amerikaanse bescherming rekent, maar tegelijkertijd terughoudend blijft wanneer Washington militaire, diplomatieke of financiële steun verlangt. De onvrede werd groter nadat verschillende Europese landen hun medewerking aan Amerikaanse operaties beperkten of weigerden. Voor Trump is dat geen detail, maar bewijs dat de alliantie volgens hem te vaak werkt als een eenrichtingsverkeer waarin de Verenigde Staten de zwaarste lasten dragen en partners zelf bepalen wanneer solidariteit wel of niet geldt.
De druk wordt niet alleen uitgeoefend met woorden. Washington heeft al aangekondigd de militaire aanwezigheid in Europa opnieuw te beoordelen en een deel van de troepenrotaties in Duitsland en Polen terug te schroeven. Ook wordt gekeken naar de Amerikaanse militaire middelen die in een crisis automatisch beschikbaar zouden zijn voor de verdediging van Europa. Europese bondgenoten zullen daardoor sneller zelf moeten voorzien in luchtverdediging, verkenning, tankvliegtuigen, langeafstandscapaciteit, maritieme bescherming en zware logistiek.
Binnen NAVO kringen wordt benadrukt dat de onmiddellijke aanpassingen de verdediging van het oostelijk flankgebied niet zouden verzwakken. Toch laat de onrust in Europa zien hoe diep de afhankelijkheid nog altijd zit. Een groot deel van de Europese defensieplanning is gebouwd rond Amerikaanse inlichtingen, transportcapaciteit, precisiewapens, commandostructuren en strategische afschrikking. Europese landen verhogen wel hun defensiebudgetten en nemen meer leidinggevende rollen op zich, maar de vervanging van cruciale Amerikaanse capaciteiten vraagt jaren, enorme investeringen en politieke eensgezindheid die nog lang niet overal bestaat.
De spanning wordt verder gevoed door de uiteenlopende prioriteiten aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Europese regeringen richten zich vooral op de oorlog in Oekraïne, de Russische dreiging en de veiligheid van het continent. Washington kijkt tegelijk naar China, het Midden Oosten, de eigen grens, mondiale handelsroutes en de vraag waarom Amerikaanse belastingbetalers voor Europese defensie moeten blijven opdraaien wanneer Europese landen onvoldoende bijdragen of Amerikaanse operaties politiek afwijzen.
Daarmee verandert de NAVO van karakter. De alliantie blijft formeel bestaan en de verdragsverplichtingen blijven overeind, maar de oude vanzelfsprekendheid dat de Verenigde Staten zonder voorwaarden de volledige militaire ruggengraat van Europa vormen, wordt steeds zwakker. De discussie gaat niet meer alleen over het percentage van het bruto binnenlands product dat aan defensie wordt besteed, maar over de vraag welke landen werkelijk beschikbaar zijn wanneer een conflict uitbreekt en welke landen alleen bescherming verwachten.
De Europese reactie zal vermoedelijk bestaan uit meer defensie-uitgaven, gezamenlijke productie van wapens, een sterkere eigen defensie industrie en grotere verantwoordelijkheid binnen de commandostructuur. Zulke stappen kunnen de afhankelijkheid verminderen, maar zij lossen de politieke verdeeldheid niet automatisch op. Een leger wordt niet geloofwaardig door budgetten alleen, want bereidheid om risico’s te dragen, personeel beschikbaar te stellen en moeilijke besluiten te nemen blijft doorslaggevend.
De Surinaamse overheid moet deze ontwikkelingen volgen, omdat afhankelijkheid van grotere partners altijd voorwaarden kent die zichtbaar worden zodra belangen uiteenlopen. Strategische zelfstandigheid vraagt niet om afstand nemen van samenwerking, maar om eigen capaciteit, duidelijke afspraken en het vermogen om nationale belangen te beschermen zonder te wachten tot een externe partner de grenzen van zijn steun bepaalt.
De NAVO staat dus niet op het punt van onmiddellijke ontbinding, maar wordt wel geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid waarin loyaliteit, kosten en militaire inzet niet langer los van elkaar worden gezien.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com