De Nationale Assemblée gaat haar eigen spelregels tegen het licht houden. Tijdens de Huishoudelijke Vergadering is besloten een ad hoccommissie in te stellen voor een integrale herziening van het Reglement van Orde (S.B. 1990 no. 43). Dat klinkt als een belangrijke stap. In werkelijkheid is het vooral een pijnlijke bevestiging van hoe langzaam institutionele vernieuwing in Suriname kan verlopen. Het Reglement van Orde dateert uit 1990. Sindsdien is de samenleving ingrijpend veranderd, heeft de parlementaire praktijk zich ontwikkeld en zijn de eisen die aan een moderne democratische rechtsstaat worden gesteld aanzienlijk hoger geworden. Toch heeft het parlement ruim vijfendertig jaar gewerkt met regels die stammen uit een totaal andere politieke en maatschappelijke werkelijkheid. Dat roept vooral de vraag op waarom dit zo lang heeft moeten duren. Een parlement dat de regering moet controleren, wetten moet beoordelen en de belangen van de samenleving moet vertegenwoordigen, kan zich moeilijk veroorloven om zijn eigen functioneren decennialang achter te laten lopen. Een Reglement van Orde is geen administratief vodje dat ergens in een la ligt. Het bepaalt hoe debatten worden gevoerd, hoe wetsvoorstellen worden behandeld, hoe commissies functioneren, hoe het controlerecht wordt uitgeoefend en hoe parlementaire besluitvorming tot stand komt.
Wie de regels bepaalt, bepaalt in belangrijke mate ook hoe macht binnen het parlement wordt uitgeoefend. Juist daarom is deze herziening politiek veel belangrijker dan de tamelijk technische formulering van het besluit doet vermoeden. De geschiedenis van deze hervorming maakt het bovendien extra wrang. De Griffie heeft al in 2004 voorbereidingen getroffen voor een herziening. Twintig jaar later, in 2024, gebeurde dat opnieuw. In november 2024 lag er zelfs een conceptvoorstel op tafel bij de toenmalige voorzitter van De Nationale Assemblée. En toch moest het parlement wachten tot augustus 2026 om een ad hoccommissie officieel aan het werk te zetten. Dat is geen bewijs van bestuurlijke daadkracht. Het is eerder een illustratie van institutionele traagheid. De huidige commissie heeft met acht leden en drie vaste toehoorders een brede samenstelling. Michael A. Adhin A. Adhin is voorzitter en wordt bijgestaan door Asiskumar Gajadien, Rossellie Cotino, Jerrel Pawiroredjo, Dew Sharman, Jennifer Vreedzaam, Stanley Betterson en Silvana Afonsoewa. Mahinderkoemar Jogi, Ameerani Jarbandhan en Hakiem Lalmohammed zijn als vaste toehoorders aangewezen.
Die brede vertegenwoordiging is verstandig. Parlementaire spelregels horen niet het product te zijn van één fractie, één politieke meerderheid of één voorzitter. Regels die bepalen hoe macht wordt gecontroleerd, moeten juist boven partijpolitieke belangen uitstijgen. Maar brede vertegenwoordiging alleen is geen garantie voor een goed resultaat. Het echte gevaar is dat de commissie een zoveelste institutioneel project wordt dat uitgebreid wordt besproken, van mooie aanbevelingen wordt voorzien en vervolgens ergens tussen politieke belangen, agenda’s en procedurele vertraging verdwijnt. Suriname heeft geen behoefte aan nog een rapport over parlementaire vernieuwing. Het land heeft behoefte aan concrete verandering. De commissie moet daarom niet alleen kijken naar de formulering van artikelen, maar vooral naar de werking van het parlement in de praktijk. Een modern Reglement van Orde moet ook de machtsverhoudingen binnen de Assemblee beter in balans brengen. Een parlementaire meerderheid mag nooit automatisch betekenen dat controle op de regering wordt afgezwakt. Integendeel, juist wanneer een regering over een stevige meerderheid beschikt, moet het parlementaire toezicht scherp, onafhankelijk en effectief blijven.
De herziening biedt De Nationale Assemblée een kans om niet alleen haar procedures te moderniseren, maar ook haar geloofwaardigheid te herstellen. Burgers verwachten geen parlement dat uitsluitend volgens oude regels vergadert. Zij verwachten een parlement dat efficiënt werkt, transparant handelt, wetten zorgvuldig behandelt en de regering daadwerkelijk ter verantwoording roept. Na vijfendertig jaar is het hoog tijd dat de spelregels worden aangepast aan de werkelijkheid van vandaag. Maar nog belangrijker is dat de Assemblee laat zien dat zij in staat is zichzelf kritisch te hervormen. Want een parlement dat voortdurend van de regering verlangt dat zij moderniseert, efficiënter werkt en verantwoording aflegt, moet bereid zijn dezelfde maatstaf op zichzelf toe te passen. De instelling van de commissie is daarom geen eindpunt, maar een examen. De Nationale Assemblée heeft nu de kans om te bewijzen dat institutionele vernieuwing in Suriname meer kan zijn dan een voornemen op papier. Na 2004 en 2024 heeft het parlement inmiddels genoeg voorbereidend werk achter de rug. Wat nu nodig is, is geen nieuwe vertraging, geen eindeloze discussie en geen politiek compromis dat uiteindelijk niets verandert. Wat nodig is, is een modern, transparant en afdwingbaar Reglement van Orde dat het parlement sterker maakt en daarmee uiteindelijk ook de Surinaamse democratische rechtsstaat.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com