De landbouw van Latijns Amerika dreigt vanaf het laatste kwartaal van 2026 gelijktijdig te worden geraakt door twee crises die op duizenden kilometers afstand van elkaar ontstaan maar uiteindelijk samenkomen op hetzelfde boerenbedrijf, omdat een mogelijk uitzonderlijk krachtige El Niño regenpatronen, waterbeschikbaarheid en oogstkalenders ontregelt op het moment dat de oorlog rond de Straat van Hormuz de aanvoer van meststoffen, energie en andere cruciale landbouwinputs verstoort. De ene schok komt uit een ongewoon warme Stille Oceaan, de andere uit een geopolitieke slagader tussen de Perzische Golf en de wereldmarkt, maar beide verhogen de kans dat boeren minder planten, minder oogsten en meer betalen, waarna regeringen opnieuw zullen ontdekken dat voedselinflatie zelden begint in de supermarkt maar maanden eerder op het veld.
De Amerikaanse Climate Prediction Center berekent inmiddels een kans van 81 procent dat El Niño tussen oktober en december uitgroeit tot een zeer sterke gebeurtenis die zich kan scharen onder de zwaarste sinds het begin van de vergelijkbare meetreeks in 1950. De huidige opwarming van de centrale en oostelijke equatoriale Pacific wordt gevoed door een grote ondergrondse warmtevoorraad, de atmosferische circulatie reageert steeds duidelijker en de kans dat El Niño tot het vroege voorjaar van 2027 aanhoudt bedraagt volgens de jongste analyse 97 procent. Zulke cijfers zijn geen voorspelling dat ieder land automatisch overstroomt of uitdroogt, maar zij geven regeringen voldoende reden om niet langer te doen alsof voorbereiding kan wachten totdat de eerste gewassen reeds verloren zijn gegaan.
Het begrip zeer sterk moet evenmin worden omgezet in de sensationele term super El Niño alsof meteorologen een allesvernietigende storm met een vaste route hebben aangekondigd, want de Wereld Meteorologische Organisatie gebruikt die benaming niet en benadrukt dat iedere gebeurtenis anders verloopt. De intensiteit, duur, geografische ligging van het warme oceaanwater en de wisselwerking met andere klimaatsystemen bepalen welke regio te veel regen ontvangt en welke regio wekenlang op water wacht. Een sterke gebeurtenis vergroot de waarschijnlijkheid van bekende patronen, maar biedt geen exacte kaart van toekomstige schade, waardoor landen regionale en lokale voorspellingen nodig hebben in plaats van één algemene waarschuwing voor een heel continent.
Die regionale verschillen maken de dreiging politiek ingewikkeld, omdat dezelfde regering gelijktijdig geld moet vrijmaken voor overstromingen en droogte. De noordelijke kust van Peru kan met zware regen, modderstromen en beschadigde wegen worden geconfronteerd, terwijl hoger gelegen landbouwgebieden juist onvoldoende water kunnen krijgen. Een vergelijkbare tegenstelling kan ontstaan tussen delen van noordelijk en zuidelijk Chili, waardoor één nationaal noodplan nauwelijks volstaat. Overheden die alleen pompen aanschaffen voor overstromingen of uitsluitend irrigatieprogramma’s opzetten voor droogte behandelen El Niño alsof het één ramp is, terwijl het in werkelijkheid meerdere tegengestelde crises binnen dezelfde landsgrenzen kan veroorzaken.
Het grootste misverstand is dat een landbouwcrisis pas begint wanneer een gewas zichtbaar verdroogt of een rivier buiten haar oevers treedt, omdat boeren hun belangrijkste beslissingen weken of maanden eerder nemen. Zij moeten vooraf weten welke zaden beschikbaar zijn, hoeveel meststof kan worden gekocht, wanneer moet worden geplant, welke velden nog voldoende water hebben en of de oogst na productie via wegen, bruggen en havens de markt kan bereiken. Een voorspelling die niet tijdig wordt vertaald naar concrete instructies, krediet, zaaigoed en logistieke ondersteuning is wetenschappelijk waardevol maar economisch vrijwel nutteloos.
De Straat van Hormuz maakt die voorbereiding aanzienlijk moeilijker, omdat een groot deel van de internationale handel in energie, zwavel en meststoffen normaal door deze nauwe waterweg beweegt. Verstoringen hebben de beschikbaarheid van landbouwinputs beperkt en prijzen verhoogd, waarbij de voedselorganisatie waarschuwt dat vertragingen van enkele weken al voldoende kunnen zijn om een volledig productieseizoen te beschadigen. Meststof die na het optimale toepassingsmoment arriveert, kan niet met terugwerkende kracht in het gewas worden verwerkt, waardoor een latere hervatting van de scheepvaart de gemiste opbrengst niet automatisch herstelt.
De economische kettingreactie is voorspelbaar maar wordt door regeringen opvallend vaak pas serieus genomen wanneer de consument begint te klagen. Duurdere olie verhoogt de kosten van irrigatie, machines, visserij, transport, verpakking en koeling, terwijl schaarse meststoffen de boer dwingen minder te gebruiken, naar andere gewassen over te stappen of een deel van zijn grond onbenut te laten. Lagere opbrengsten verkleinen vervolgens het aanbod, hogere vrachtkosten worden doorberekend en importerende landen concurreren om dezelfde voedselstromen, waarna centrale banken met hogere rente proberen prijsdruk te bestrijden die zij niet zelf kunnen wegproduceren. De kleine ondernemer en landbouwer worden dan eerst geraakt door duurdere inputs en daarna door duurder krediet.
Latijns Amerika bezit enorme landbouwgronden en behoort tot de belangrijkste voedselproducerende regio’s ter wereld, maar die positie biedt geen automatische bescherming wanneer productie sterk afhankelijk blijft van geïmporteerde inputs, kwetsbare transportverbindingen en geconcentreerde leveranciers. Een exporterende economie kan miljoenen tonnen soja, mais, koffie, fruit of vlees verkopen en toch boeren hebben die geen betaalbare meststof, diesel of gespecialiseerd zaaigoed kunnen vinden. Productievolume zegt weinig over weerbaarheid wanneer één zeestraat, één buitenlandse leverancier of één beschadigde hoofdweg voldoende is om een volledig seizoen te ontregelen.
De Centraal Amerikaanse Droge Corridor behoort tot de gebieden met het grootste gevaar, omdat miljoenen bewoners daar afhankelijk zijn van kleinschalige landbouw binnen een landschap dat al jaren wordt blootgesteld aan onregelmatige regenval, langdurige droge perioden en plotselinge stortregens. Tijdens El Niño van 2015 en 2016 kwamen ongeveer 3,5 miljoen mensen in de corridor in voedselonzekerheid terecht, terwijl de oogsten in Haïti in bepaalde gebieden met maximaal 70 procent instortten en de voedselonzekerheid in korte tijd verdubbelde. De actuele prognoses wijzen opnieuw op een hoge kans op beneden gemiddelde neerslag in delen van Centraal Amerika en het Caribisch gebied, met bijzonder grote risico’s voor de Droge Corridor, Colombia, Venezuela, Cuba, de Dominicaanse Republiek en Haïti.
Die historische schade maakt iedere bewering dat er onvoldoende informatie is om vooraf te handelen bestuurlijk ongeloofwaardig. Meteorologische diensten kunnen risico’s steeds nauwkeuriger lokaliseren, landbouwkalenders geven aan wanneer boeren zaaien en bemesten en satellietgegevens tonen waar bodemvocht en vegetatie achteruitgaan. Het probleem zit minder in het ontbreken van waarschuwingen dan in de trage route tussen de wetenschapper die het gevaar ziet, de ambtenaar die een nota schrijft, de minister die financiering zoekt en de boer die uiteindelijk zonder zaad of water achterblijft.
De voedselorganisatie en het Wereldvoedselprogramma proberen daarom US$202 miljoen te mobiliseren om bijna negen miljoen mensen in 22 hoogrisicolanden vóór de zwaarste gevolgen te bereiken. Zes prioriteitslanden liggen in Latijns Amerika en het Caribisch gebied, waaronder Colombia, El Salvador, Guatemala, Haïti, Honduras en Venezuela. De voorgestelde maatregelen bestaan onder meer uit droogtebestendige en overstromingsbestendige zaden, wateropslag, kleinschalige irrigatie, bescherming van vee, contante ondersteuning, landbouwadvies en infrastructuur tegen overstromingen. Iedere dollar die vóór de ramp doelgericht wordt geïnvesteerd kan volgens eerdere programma’s tot zeven dollar aan vermeden verliezen en responskosten opleveren, wat voorbereiding niet alleen menselijk noodzakelijk maar ook financieel rationeel maakt.
Toch blijft preventie politiek minder aantrekkelijk dan noodhulp, omdat een versterkte dijk, opgeslagen meststof of geredde oogst zelden spectaculaire televisiebeelden oplevert. Een regering krijgt zichtbare waardering wanneer zij na een overstroming voedselpakketten uitdeelt, maar nauwelijks applaus voor een investering waardoor diezelfde gemeenschap nooit geëvacueerd hoefde te worden. Die perverse prikkel maakt rampenbestrijding bestuurlijk fotogenieker dan rampenpreventie, hoewel de belastingbetaler uiteindelijk veel meer betaalt voor herstel, import, subsidies en verloren economische productie.
De meest urgente maatregel is daarom niet het schrijven van nog een regionaal klimaatplan, maar het koppelen van voorspellingen aan vooraf afgesproken acties die automatisch beginnen zodra meetbare drempels worden bereikt. Een bepaalde kans op droogte moet krediet voor wateropslag en aangepast zaaigoed vrijmaken, een voorspelde neerslagpiek moet onderhoud aan afwatering en bruggen versnellen en een scherpe verstoring van meststoffen moet tijdelijke voorraden en alternatieve leveranciers activeren. Politici mogen niet iedere keer opnieuw maanden onderhandelen over maatregelen waarvan al jaren bekend is wanneer zij nodig zijn.
Strategische voorraden verdienen eveneens aandacht, maar zij moeten professioneel worden beheerd om te voorkomen dat meststoffen, zaden en diergeneesmiddelen verouderen, verdwijnen of via politieke relaties worden verdeeld. Regionale gezamenlijke inkoop kan prijzen en leveringsrisico’s verlagen, vooral voor kleinere Caribische economieën die afzonderlijk weinig onderhandelingsmacht bezitten. Landen kunnen daarnaast productie en import beter spreiden, bodemonderzoek gebruiken om meststoffen efficiënter toe te passen en organische alternatieven ontwikkelen, maar geen enkele methode vervangt op korte termijn volledig de industriële inputs waarop moderne opbrengsten zijn gebouwd.
Ook de infrastructuur tussen boerderij en markt moet vóór de regen worden onderzocht, omdat een intact gewas economisch waardeloos kan worden wanneer een brug instort, een haven sluit of een elektriciteitsstoring de koeling onderbreekt. Wegen, opslagplaatsen, drainage, irrigatie, energie en digitale communicatiesystemen behoren daarom tot landbouwbeleid, ook wanneer zij administratief onder andere ministeries vallen. De boer kan zijn akker perfect beheren en toch failliet gaan door een overheidsweg die ieder jaar op dezelfde plaats onder water verdwijnt.
Verzekeringen en sociale bescherming moeten eveneens eerder worden geactiveerd, omdat veel kleine producenten geen financiële reserves bezitten om na één mislukt seizoen opnieuw te beginnen. Traditionele schadebeoordeling kan maanden duren en vraagt bewijs dat tijdens een overstroming verloren kan gaan, maar parametrische systemen kunnen betalen zodra vooraf vastgestelde neerslag, temperatuur of droogtewaarden worden bereikt. Zulke producten vragen betrouwbare meetstations, heldere contracten en controle tegen misbruik, maar kunnen voorkomen dat gezinnen hun vee verkopen, kinderen van school halen of landbouwgrond verlaten voordat formele hulp arriveert.
De waarschuwing raakt het Caribisch gebied rechtstreeks, ook al zal de precieze combinatie van neerslag en droogte per eiland en kustzone verschillen. De Wereld Meteorologische Organisatie noemt Centraal Amerika, noordelijk Zuid Amerika en het Caribisch gebied als gebieden waar El Niño vaak drogere omstandigheden bevordert, terwijl lokale extreme regen nog steeds mogelijk blijft. Minder regen kan drinkwaterreservoirs, landbouw, waterkracht en riviertransport onder druk zetten, terwijl hogere temperaturen de verdamping versnellen en de vraag naar elektriciteit vergroten. Een land kan dus tegelijkertijd minder water ontvangen en meer water en energie nodig hebben.
Suriname zou de resterende maanden moeten gebruiken om landbouwkalenders, drainage, pompen, vaarwegen, zaden, meststoffen en voedselvoorraden per district te beoordelen, met bijzondere aandacht voor kleine boeren die nauwelijks financiële ruimte hebben om een verkeerd seizoen op te vangen. Importeurs en producenten moeten tijdig weten welke voorraden beschikbaar zijn, meteorologische waarschuwingen moeten rechtstreeks bij landbouwers terechtkomen en krediet voor waterbeheer of versnelde oogst mag niet pas worden geopend nadat schade is vastgesteld. Een land dat toekomstige olie inkomsten verwacht, maar zijn voedselvoorziening afhankelijk laat van verstoorde wereldmarkten en geïmporteerde productiemiddelen, bouwt rijkdom op een kwetsbare basis.
El Niño is geen onverwachte vijand die zonder waarschuwing verschijnt en de crisis rond Hormuz is evenmin een onzichtbare verstoring waarvan de economische gevolgen pas volgend jaar kunnen worden begrepen. De wetenschap heeft het risico berekend, de landbouwkalender ligt vast en de kwetsbare gebieden zijn grotendeels bekend, waardoor iedere regering die opnieuw te laat handelt niet kan volhouden dat de natuur haar heeft verrast. De zwaarste voedselcrisis ontstaat zelden uitsluitend door droogte, overstroming of oorlog, maar door bestuurders die maanden waarschuwing ontvangen en pas beginnen te bewegen wanneer de oogst al verloren is.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com