De begrotingsbehandeling heeft opnieuw blootgelegd hoe diep de politieke verdeeldheid zit rond het financieel beleid van Suriname. In plaats van een inhoudelijke analyse van de staatsschuld en de keuzes die gemaakt zijn, verzandt het debat steeds vaker in beschuldigingen over en weer. VHP-fractieleider Asis Gajadien trok fel van leer tegen de kritiek van NDP-fractieleider Rabindre Parmessar, die stelde dat de vorige regering bewust had nagelaten schulden af te lossen en deze vooruit had geschoven. Gajadien wees die beschuldigingen resoluut van de hand en stelde dat de werkelijkheid complexer was dan de politieke retoriek doet vermoeden. Volgens hem kon de regering Bouterse-Adhin in 2020 de eerste aflossing op de Oppenheimer-obligaties niet voldoen, omdat het land zich in een uitzonderlijke financiële situatie bevond. Zelfs de betaling van ambtenarensalarissen stond volgens hem onder druk. De Covid-pandemie en de wereldwijde economische crisis maakten volgens hem een herstructurering onvermijdelijk.
De uitspraak van Gajadien dat de mensen die nu schreeuwen dat er niet afgelost is, daarom is de herstructurering gekomen, legt een ongemakkelijke waarheid bloot, schuldbeheer is niet alleen een kwestie van willen betalen, maar ook van financiële ruimte, economische omstandigheden en politieke keuzes. Een land dat geen liquiditeit heeft, kan niet simpelweg doen alsof verplichtingen zonder gevolgen voldaan kunnen worden. De daaropvolgende samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd door Gajadien aangehaald als een noodzakelijke stap om de economie te stabiliseren. Volgens hem bracht het programma toegang tot goedkopere financiering en creëerde het ruimte om later opnieuw aan schuldaflossing te werken. Ook verwees hij naar het Staatsschuldenplan, waarin volgens hem wordt erkend dat het IMF-traject succesvol is afgerond en dat er vooruitgang is geboekt. Maar juist daar ontstaat een nieuwe discussie. Terwijl de huidige regering volgens Gajadien profiteert van de hervormingen en resultaten van het eerdere traject, kiest zij er volgens hem toch voor om nieuwe, duurdere leningen aan te gaan.
Dat roept vragen op over de lange termijn houdbaarheid van het financieel beleid en de verantwoordelijkheid waarmee nieuwe schulden worden aangegaan. De kern van het probleem is dat Suriname al jaren gevangen zit in een patroon waarbij regeringen elkaar de schuld geven voor financiële problemen, terwijl burgers uiteindelijk de gevolgen dragen. Elke nieuwe lening, herstructurering of begrotingskeuze wordt gepresenteerd als noodzakelijk beleid, maar zelden wordt openlijk besproken welke fouten uit het verleden structureel worden herhaald. De uitspraak van Gajadien dat hij rustig blijft omdat hij niet emotioneel raakt van leugens, laat zien hoe scherp de politieke verhoudingen zijn geworden. Maar achter de harde woorden ligt een belangrijker vraagstuk, wie neemt verantwoordelijkheid voor de financiële toekomst van het land? Suriname heeft weinig aan een politiek steekspel waarbij elke regering vooral bewijst waarom de vorige fout zat. Wat nodig is, is transparantie over schulden, duidelijke keuzes over nieuwe leningen en een beleid dat voorkomt dat toekomstige generaties opnieuw de rekening krijgen gepresenteerd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK and Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com