Minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid presenteert een ambitieus herstelplan voor de gezondheidszorg en arbeidsmarkt. De aanpak bestaat uit twee fasen, eerst herstel, daarna structurele hervormingen. Op papier klinkt dat veelbelovend. In de praktijk roept het vooral de vraag op waarom fundamentele problemen pas nu worden aangepakt, terwijl de gezondheidszorg al jarenlang in zwaar weer verkeert. De regering trekt SRD 635 miljoen uit voor het herstel van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP). Met dit bedrag moeten de spoedeisende hulp, de intensivecareafdeling, de operatiekamers en de beschikbaarheid van medicijnen en medische hulpmiddelen worden verbeterd. De eerste zichtbare resultaten worden echter pas uiterlijk in februari 2027 verwacht. Dat betekent dat patiënten en zorgverleners nog maanden moeten wachten voordat de beloofde verbeteringen daadwerkelijk merkbaar zijn. Het is een forse investering, maar geld alleen herstelt geen vertrouwen. Het AZP kampt al jaren met achterstallig onderhoud, tekorten aan personeel, apparatuur die regelmatig uitvalt en een chronisch gebrek aan medische voorraden. Dat deze problemen nu pas met honderden miljoenen worden aangepakt, is eerder een erkenning van jarenlang falend beleid dan een bewijs van daadkracht. De vraag blijft bovendien hoe wordt voorkomen dat het ziekenhuis over enkele jaren opnieuw in dezelfde situatie belandt.
Ook de uitbreiding van de spoedzorg wordt als een belangrijke stap gepresenteerd. Twee spoedposten zijn inmiddels operationeel aan de Frederik Derbystraat en de Nieuw Weergevondenweg. Daarnaast wil de regering nog twee locaties openen, mogelijk in Commewijne en Para. Het idee achter deze decentralisatie is begrijpelijk, de druk op het AZP verminderen en de toegankelijkheid van spoedeisende zorg verbeteren. Toch is een gebouw slechts een deel van de oplossing. Een spoedpost functioneert alleen als er voldoende artsen, verpleegkundigen, laboratoriumfaciliteiten en medische hulpmiddelen beschikbaar zijn. Zonder voldoende gekwalificeerd personeel dreigen nieuwe locaties slechts een uitbreiding van bestaande problemen te worden. De minister spreekt over infrastructuur, maar minder over de duurzame bezetting daarvan. Dat brengt de aandacht automatisch bij de braindrain. De uitstroom van verpleegkundigen en andere zorgprofessionals vormt al jaren een van de grootste bedreigingen voor de Surinaamse gezondheidszorg. De regering probeert dit probleem op te vangen met een overbruggingstoelage en werkt aan een nieuwe loonreeks voor verpleegkundigen. Dat is een stap in de goede richting, maar tegelijkertijd een impliciete erkenning dat de arbeidsvoorwaarden jarenlang onvoldoende zijn geweest. De vraag is bovendien of financiële prikkels alleen voldoende zijn.
Zorgprofessionals vertrekken niet uitsluitend vanwege hun salaris. Ook de hoge werkdruk, beperkte doorgroeimogelijkheden, slechte werkomstandigheden en het gebrek aan moderne medische voorzieningen spelen een belangrijke rol. Zonder een integrale aanpak blijft de kans groot dat verpleegkundigen ondanks hogere toelagen alsnog kiezen voor een toekomst in het buitenland. Op arbeidsgebied schetst minister Misiekaba eveneens een daadkrachtig beeld. De arbeidsinspectie is versterkt omdat volgens hem veel werkgevers zich niet aan de arbeidswetgeving houden. Dat is een opvallende uitspraak. Wanneer een minister zelf erkent dat naleving van arbeidswetten op grote schaal tekortschiet, roept dat onvermijdelijk vragen op over het functioneren van het toezicht in de afgelopen jaren. Een sterkere arbeidsinspectie is noodzakelijk, maar controle alleen verandert de arbeidsmarkt niet. Werkgevers die structureel de wet overtreden, moeten daadwerkelijk worden geconfronteerd met sancties die afschrikwekkend zijn. Zonder consequente handhaving blijft de boodschap dat overtredingen weinig gevolgen hebben. Daarnaast zet de regering in op beroepsopleidingen via onder meer SPWE en SAO. Daarmee wil zij werknemers voorbereiden op de kansen die de opkomende olie- en gassector biedt. Investeren in scholing is zonder twijfel verstandig. De verwachte economische groei door de olie-industrie kan alleen duurzaam zijn als voldoende Surinamers beschikken over de juiste kennis en vaardigheden.
Toch schuilt ook hier een risico. Opleidingen creëren verwachtingen, maar garanderen geen werk. Zonder duidelijke afspraken over lokale werkgelegenheid bestaat de kans dat hoogopgeleide buitenlandse specialisten uiteindelijk de meeste functies invullen, terwijl Surinamers ondanks hun trainingen achter het net vissen. Scholing moet daarom hand in hand gaan met een krachtig beleid dat lokale werknemers daadwerkelijk voorrang geeft. De plannen van minister Misiekaba bevatten onmiskenbaar positieve elementen. Investeringen in ziekenhuizen, spoedzorg, verpleegkundigen, arbeidsinspectie en vakopleidingen zijn noodzakelijk. Maar het is moeilijk voorbij te gaan aan de vraag waarom deze maatregelen pas nu worden gepresenteerd, nadat de problemen jarenlang zijn genegeerd en de gevolgen voor patiënten, zorgverleners en werknemers steeds zichtbaarder zijn geworden. De echte toets ligt dan ook niet in de omvang van de aangekondigde budgetten of in de lijst van beleidsvoornemens, maar in de uitvoering. Suriname heeft al vaker ambitieuze plannen gezien die uiteindelijk strandden op trage uitvoering, gebrekkig toezicht of een gebrek aan continuïteit. De samenleving heeft daarom weinig behoefte aan nieuwe beloftes, maar des te meer aan tastbare resultaten. Pas wanneer patiënten daadwerkelijk betere zorg ontvangen, verpleegkundigen ervoor kiezen in Suriname te blijven en werknemers merken dat arbeidswetten consequent worden gehandhaafd, kan worden gesproken van een echte hervorming. Tot die tijd blijven de aangekondigde miljoenen vooral een investering in hoop.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com