De regering heeft opnieuw gekozen voor uitstel. De huidige brandstofprijzen blijven tot nader order gehandhaafd, terwijl verder overleg wordt gevoerd met maatschappelijke groeperingen over het eventueel loslaten van de prijscap. Het klinkt als een voorzichtige en sociaal verantwoorde beslissing. In werkelijkheid schuift de regering daarmee vooral een steeds groter wordend probleem voor zich uit. Want achter de stabiele prijs aan de pomp staat een financiële tijdbom die iedere maand verder wordt opgewonden. De prijscap zorgt inmiddels voor een financiële derving van ruim SRD 350 miljoen per maand. Volgens berekeningen van het ministerie van Financiën en Planning kan dit bedrag, als de regering de prijscap blijft handhaven, oplopen tot ongeveer SRD 3 miljard. Dat is geen detail in de begroting. Dat is een enorm bedrag aan publieke middelen dat verdampt om een prijs kunstmatig laag te houden. De regering presenteert de prijscap als bescherming van de samenleving. Maar wie betaalt uiteindelijk voor die bescherming? De burger. Alleen niet rechtstreeks aan de pomp. De rekening wordt ergens anders neergelegd. Bij de overheidsfinanciën.
Bij noodzakelijke investeringen. Bij publieke voorzieningen. Bij toekomstige begrotingen. Of uiteindelijk via nieuwe belastingen, hogere tarieven en extra schulden. Een financieel gat van miljarden verdwijnt immers niet omdat de regering besluit de brandstofprijs tijdelijk te bevriezen. Daarmee ontstaat een gevaarlijke politieke illusie, zolang de consument de gevolgen niet onmiddellijk aan de pomp voelt, lijkt het alsof het beleid werkt. Maar economische realiteit laat zich niet onbeperkt wegpolitiek bedrijven. Een regering die SRD 350 miljoen per maand opgeeft, moet kunnen uitleggen waarom die uitgave verantwoord is, hoe lang zij dit kan volhouden en wat het plan is om uit deze situatie te komen. Alleen verwijzen naar overleg met maatschappelijke groeperingen is daarvoor onvoldoende. Maatschappelijk overleg is noodzakelijk, maar het kan geen vervanging zijn voor politieke besluitvorming. Uiteindelijk is het de taak van de regering om moeilijke keuzes te maken. Ook wanneer die keuzes impopulair zijn. Het probleem wordt nog groter wanneer wordt gekeken naar de ontwikkelingen bij de retailers. Enkele retailers hadden naar aanleiding van eerdere berichtgeving tijdelijk hun deuren gesloten.
Na overleg hebben zij hun activiteiten hervat. Dat de situatie voorlopig is genormaliseerd, is goed nieuws. Maar het feit dat retailers überhaupt tot sluiting overgingen, zou een alarmsignaal moeten zijn. Een brandstofmarkt kan niet duurzaam functioneren wanneer prijzen politiek worden vastgesteld terwijl de economische werkelijkheid andere kosten laat zien. Als de verkoopprijs structureel niet aansluit op de werkelijke kosten, ontstaat vroeg of laat druk op de hele keten. Uiteindelijk worden beschikbaarheid, bevoorrading en continuïteit bedreigd. Dat oliemaatschappijen inmiddels door het ministerie van Financiën en Planning op de hoogte zijn gesteld van het regeringsbesluit en hun medewerking hebben verleend, verdient erkenning. Maar ook dit is slechts symptoombestrijding. Medewerking van marktpartijen verandert niets aan het fundamentele financiële probleem. De echte vraag is hoe lang de regering bereid is deze rekening te blijven betalen. Want SRD 350 miljoen per maand betekent dat de staat in korte tijd miljarden kan verliezen. Dat geld had ook kunnen worden ingezet voor infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen of productieve investeringen.
Door het vastzetten van de brandstofprijs kiest de regering dus niet alleen voor goedkope brandstof. Zij kiest tegelijkertijd waarvoor andere publieke middelen mogelijk niet kunnen worden gebruikt. Dat is een politieke keuze en die moet ook als zodanig worden benoemd. De bevolking heeft recht op betaalbare brandstof, maar zij heeft ook recht op een financieel gezonde staat. Het ene kan niet eindeloos worden gefinancierd door het andere op te offeren. De regering kan niet blijven doen alsof uitstel een oplossing is. Iedere maand dat de prijscap wordt gehandhaafd, loopt de rekening verder op. Iedere maand wordt het moeilijker om de uiteindelijke aanpassing gecontroleerd en verantwoord uit te voeren. De prijscap houdt vandaag misschien de prijs aan de pomp laag, maar ondertussen wordt de rekening voor morgen steeds hoger. Dat is geen duurzaam beleid. Dat is uitstelbeleid met publiek geld. En als de rekening straks inderdaad richting SRD 3 miljard gaat, zal de samenleving zich terecht afvragen waarom de regering niet eerder de moed heeft gehad om de noodzakelijke beslissing te nemen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com