Terwijl minister Patrick Brunings optimistische vooruitzichten schetst over de internationale belangstelling voor Surinaamse carbon credits, wordt de regering tegelijkertijd geconfronteerd met een ernstige milieukwestie die de aandacht volledig opeist. De combinatie van ambitieuze duurzaamheidsplannen en de moeizame afhandeling van de massale vissterfte laat zien dat Suriname niet alleen moet investeren in zijn internationale groene imago, maar vooral ook in een daadkrachtige aanpak van milieuproblemen binnen de eigen landsgrenzen. Volgens Brunings tonen grote internationale bedrijven interesse in hoogwaardige Surinaamse carbon credits. Om die belangstelling verder vorm te geven, zal een pilotproject worden gestart. De minister spreekt over constructieve gesprekken met betrokken bedrijven in het buitenland en ziet hierin een belangrijke stap voor de verdere ontwikkeling van de carbonmarkt. De aankondiging klinkt veelbelovend, maar blijft vooralsnog steken in algemene bewoordingen. Er is geen duidelijkheid gegeven over welke bedrijven het gaat, welke afspraken inmiddels zijn gemaakt, welke investeringen worden verwacht of binnen welke termijn concrete resultaten zichtbaar moeten zijn.
Daarmee blijft het project voorlopig vooral een belofte. Juist bij een onderwerp waarbij aanzienlijke financiële belangen gemoeid kunnen zijn, is maximale transparantie noodzakelijk om het vertrouwen van zowel de samenleving als potentiële investeerders te versterken. De werkelijkheid waarmee de regering momenteel wordt geconfronteerd, speelt zich echter dichter bij huis af. De massale vissterfte heeft niet alleen grote gevolgen voor het milieu, maar raakt ook vissers, bewoners en de voedselvoorziening in het getroffen gebied. Het incident legt bloot hoe kwetsbaar het milieubeheer en de crisisrespons nog altijd zijn. Het ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) coördineert de aanpak samen met de ministeries van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), Natuurlijke Hulpbronnen (NH) en Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA). Volgens Brunings zullen uiteindelijk sancties volgen voor de verantwoordelijke partij of partijen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het belangrijker is om vergelijkbare incidenten in de toekomst te voorkomen. Die constatering onderstreept indirect dat de bestaande preventieve maatregelen kennelijk onvoldoende zijn geweest. Wanneer pas na een omvangrijke milieuschade wordt gesproken over het aanscherpen van preventie, ontstaat de indruk dat bestaande controlemechanismen tekortschoten. Effectief milieubeleid wordt immers niet alleen beoordeeld op de snelheid waarmee na een incident wordt gereageerd, maar vooral op het vermogen om dergelijke situaties te voorkomen.
Volgens de minister staat de veiligheid van de bevolking voorop. In samenwerking met het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR) zijn voedselpakketten uitgedeeld aan bewoners in het getroffen gebied. Daarbij erkent Brunings dat de uitvoering niet zonder problemen verloopt. Er zijn logistieke uitdagingen, financiële beperkingen en bovendien bestaat onduidelijkheid over welke overheidsinstantie verantwoordelijk is voor bepaalde uitgaven. Juist tijdens een milieucrisis mag die bestuurlijke onduidelijkheid geen rol spelen. Wanneer verschillende ministeries gezamenlijk optreden, mag van de overheid worden verwacht dat verantwoordelijkheden vooraf helder zijn vastgelegd. Onzekerheid over financiering en coördinatie kan de hulpverlening vertragen en het vertrouwen van de bevolking verder onder druk zetten. Om de oorzaak van de vissterfte vast te stellen, zijn monsters afgenomen en voor nader onderzoek naar Frans-Guyana gestuurd. Brunings geeft aan dat inmiddels een redelijk beeld bestaat van wat zich heeft afgespeeld, maar dat de resultaten nog niet volledig openbaar kunnen worden gemaakt. Hoewel voorzichtigheid tijdens een lopend onderzoek begrijpelijk kan zijn, blijft de informatievoorziening beperkt.
Daardoor ontstaat ruimte voor speculatie en onzekerheid, terwijl bewoners en betrokken sectoren juist behoefte hebben aan duidelijkheid over de risico’s voor de volksgezondheid, de visserij en het milieu. De actuele milieukwestie laat zien dat duurzaamheidsbeleid niet uitsluitend draait om internationale projecten zoals carbon credits. Een geloofwaardig groen beleid begint met een sterke nationale milieubescherming, effectieve controle, snelle crisisbeheersing en transparante communicatie. Internationale belangstelling voor Surinaamse bossen en carbon credits kan economische kansen bieden, maar die kansen verliezen aan geloofwaardigheid wanneer de overheid tegelijkertijd moeite heeft om een acute milieuramp efficiënt te beheersen en de samenleving tijdig van volledige informatie te voorzien. De tegenstelling tussen ambitieuze toekomstplannen en de huidige praktijk is daarmee moeilijk te negeren. Het succes van Suriname als internationale speler op de carbonmarkt zal uiteindelijk niet alleen afhangen van buitenlandse interesse, maar ook van de mate waarin de overheid laat zien dat zij het eigen milieu effectief weet te beschermen, crises daadkrachtig beheerst en de bevolking open en transparant informeert. Pas wanneer die basis op orde is, krijgen de ambities rondom carbon credits daadwerkelijk inhoud en overtuigingskracht.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com