Nu de geopolitieke bodem onder Afrika verschuift en traditionele hulplijnen minder vanzelfsprekend aanvoelen, groeit de aantrekkingskracht van BRICS als alternatief samenwerkingskanaal voor infrastructuur, industrie en strategische ruimte. De analyse dat Afrika na een symbolisch sterke maar materieel magere G20 fase harder op zoek moet naar partners met financiering, technologie en politieke rugdekking, sluit aan bij een zichtbare werkelijkheid. In die werkelijkheid heeft de Afrikaanse Unie in 2026 water, sanitatie en klimaatbestendigheid centraal gezet in haar officiële jaarthema. De AU verklaarde 2026 tot het jaar van duurzame waterbeschikbaarheid en veilige sanitatiesystemen om de doelen van Agenda 2063 dichterbij te brengen. Hiermee krijgen basisvoorzieningen ineens niet alleen sociaal, maar ook industrieel en geopolitiek gewicht.
Daarmee ontstaat voor BRICS een opening die verder gaat dan diplomatieke taal, omdat juist op water, infrastructuur, gezondheid en energie de behoefte aan schaalbare projecten het grootst is. De New Development Bank profileert zich expliciet als financier van infrastructuur en duurzame ontwikkeling en heeft in de afgelopen maanden opnieuw projecten goedgekeurd op terreinen als water, transport en sociale infrastructuur. Dit omvat bijvoorbeeld een bulk water project en een academisch ziekenhuis in Zuid Afrika. In een tijd waarin delen van de westerse ontwikkelingshulp onder druk staan en de Verenigde Staten hun Afrikastrategie al eerder nadrukkelijker richting handel dan hulp schoven, wordt die BRICS lijn voor veel Afrikaanse landen praktisch interessanter dan louter symbolische solidariteit.
De aantrekkingskracht van BRICS komt ook voort uit het feit dat de grote kernlanden van het blok in eigen huis wel degelijk lessen hebben geleverd in industrialisatie, schaalvergroting en technologische opbouw. De BRICS leidersverklaring van Rio uit Juli 2025 legde opnieuw nadruk op mondiale zuid samenwerking, inclusieve groei, klimaat, gezondheid en sterkere ontwikkelingsfinanciering. Tegelijk zet de groep zichzelf neer als een anker van multilateralisme in een wereld die juist meer versnipperd raakt. Voor veel Afrikaanse regeringen is de verleiding dan groot om met BRICS niet alleen handel te zoeken. Daarnaast is er interesse in technologieoverdracht, digitale capaciteit, energie infrastructuur en beleidsruimte buiten de klassieke westers gedomineerde kaders.
Toch is de route allerminst eenvoudig, omdat Afrika niet alleen kapitaal zoekt maar ook eerlijke voorwaarden, en precies daar wringt het nieuwe krachtenveld. Reuters meldde eind januari dat Afrikaanse landen inmiddels meer geld naar China terugbetalen dan zij in nieuwe leningen ontvangen. Dit laat zien dat de relatie met grote niet westerse partners niet automatisch een zachte ontwikkelingslogica volgt, maar net zo goed harde financiële discipline en strategische afhankelijkheden kan meebrengen. BRICS biedt dus mogelijkheden, maar geen gratis ontsnapping, en elke samenwerking zal voor Afrikaanse hoofdsteden opnieuw de vraag oproepen hoeveel beleidsruimte, schulddruk en nationale regie werkelijk overeind blijven.
Op economisch terrein ligt intussen een tweede beslissende test, omdat het succes van nieuwe partnerschappen uiteindelijk niet wordt gemeten aan topverklaringen maar aan de mate waarin intra Afrikaanse handel, waardetoevoeging en regionale industrie werkelijk groeien. De Afrikaanse Unie stelt zelf dat de AfCFTA bedoeld is om intra Afrikaanse handel te versnellen en Afrika’s positie in het wereldhandelssysteem te versterken. Ondertussen leverde de Intra African Trade Fair van 2025 volgens de organisatoren 48 miljard dollar aan handels en investeringsdeals op. Dit is een teken dat de commerciële onderlaag wel degelijk in beweging is. BRICS kan dat proces ondersteunen met financiering, markttoegang en industriële kennis. Afrika zal die ruimte alleen benutten wanneer het eigen productieketens, logistiek en standaarden snel genoeg versterkt.
Juist op digitalisering, energie en menselijk kapitaal wordt daarom zichtbaar of deze nieuwe fase meer is dan geopolitieke herverpakking. De AU koppelt zijn 2026 agenda niet alleen aan water en sanitatie, maar ook aan bredere veerkracht, economische integratie en infrastructuur. Ook leggen de BRICS landen in hun recente agenda’s nadruk op klimaat, gezondheid en ontwikkelingsgerichte investeringen. Wie die lijnen bij elkaar legt, ziet dat Afrika in 2026 minder behoefte heeft aan grote woorden over vriendschap. In plaats daarvan is er meer behoefte aan partners die stroom, breedband, waternetten, farmaceutische productie, datacapaciteit en vakkennis helpen opschalen zonder de continentale beleidsruimte te verstikken.
De kern van het verhaal is daarom dat BRICS voor Afrika geen wondermiddel is, maar wel een serieuze opening in een wereld waar de oude zekerheden snel afbrokkelen. Wanneer traditionele donoren minder voorspelbaar worden en mondiale instellingen zelf onder druk staan, ontstaat ruimte voor een steviger AU BRICS as. Binnen die as kunnen infrastructuur, klimaatbestendigheid, handel en industriële opbouw concreter worden gemaakt dan in veel eerdere partnerschapsretoriek het geval was. Afrika betreedt daarmee geen makkelijke nieuwe orde, maar wel een fase. Mits het hard genoeg onderhandelt en scherp genoeg prioriteert, heeft Afrika meer kans om samenwerking te gebruiken als hefboom voor eigen structuurverandering in plaats van als decor voor andermans agenda.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com