De opmars van BRICS is niet langer weg te zetten als diplomatiek theater van enkele opkomende economieën die vooral onvrede uitspreken over de machtsverhoudingen in Washington, Brussel en Londen, omdat de groep inmiddels elf landen omvat, bijna de helft van de wereldbevolking vertegenwoordigt, ongeveer twee vijfde van de mondiale economie in koopkrachttermen beslaat en rond een kwart van de internationale handelsstromen voor zijn rekening neemt. Brazilië, Rusland, India, China en Zuid Afrika zijn aangevuld met Egypte, Ethiopië, Iran, Indonesië, Saudi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, waardoor een platform is ontstaan dat grondstoffen, energie, productiecapaciteit, financiële reserves, technologie, landbouwgrond en enorme consumentenmarkten met elkaar verbindt. De nieuwe wereldorde is daarmee nog niet geboren, maar het oude monopolie op de richting van de wereldeconomie is aantoonbaar doorbroken.
Achter die verschuiving ligt een veel diepere crisis van legitimiteit, omdat de internationale instituties die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgebouwd steeds minder aansluiten bij de economische verdeling van de eenentwintigste eeuw. De Verenigde Staten beschikken binnen het Internationaal Monetair Fonds nog altijd over 16,49 procent van de stemmen, tegenover 6,08 procent voor China, 2,63 procent voor India, 2,22 procent voor Brazilië en 2,59 procent voor Rusland, waardoor de tweede en derde grootste economie ter wereld samen aanzienlijk minder invloed hebben dan Washington alleen. Het probleem is niet dat het Westen geen bijdrage meer levert aan financiële stabiliteit, maar dat landen die een steeds groter deel van de productie, bevolking, handel en economische groei vertegenwoordigen nog altijd functioneren binnen bestuurlijke verhoudingen die grotendeels uit een andere historische periode stammen.
BRICS ontleent zijn aantrekkingskracht daarom niet uitsluitend aan vijandigheid tegenover het Westen, maar aan de mogelijkheid voor ontwikkelende economieën om hun onderhandelingsruimte te vergroten. Een land dat slechts afhankelijk is van één financieringsbron, één reservemunt, één exportmarkt of één geopolitieke beschermheer heeft weinig ruimte om voorwaarden af te wijzen, maar een staat die kan onderhandelen met Washington, Beijing, New Delhi, Brasília, de Golfstaten en verschillende ontwikkelingsbanken kan competitie tussen partners gebruiken om gunstiger investeringsvoorwaarden, lagere financieringskosten en meer technologische samenwerking te verkrijgen. Multipolariteit betekent in de praktijk niet dat kleine landen plotseling machtig worden, maar dat zij minder gemakkelijk kunnen worden gedwongen te kiezen tussen volledige gehoorzaamheid en economische isolatie.
De New Development Bank vormt tot dusver het meest tastbare bewijs dat BRICS meer kan zijn dan verklaringen en groepsfoto’s, omdat de instelling eind 2025 ongeveer US$43 miljard voor 139 projecten had goedgekeurd en een actieve portefeuille van meer dan US$35,6 miljard beheerde. Transportinfrastructuur nam ongeveer 38 procent van die portefeuille voor zijn rekening, gevolgd door noodfinanciering tijdens de pandemie, schone energie, water, sanitatie en andere ontwikkelingsprojecten. De bank werd bovendien bewust ontworpen zonder vetorecht voor één aandeelhouder, terwijl de vijf oprichtende landen ieder een vergelijkbaar kapitaalbelang kregen, waarmee een bestuurlijk alternatief is gecreëerd voor instellingen waarin economische omvang en historische machtsposities sterk uiteenlopende invloed opleveren.
De financiële revolutie blijft echter aanzienlijk kleiner dan de politieke retoriek soms suggereert, omdat bijna 60 procent van de actieve portefeuille van de New Development Bank eind 2025 nog steeds in Amerikaanse dollars was uitgedrukt. Financiering in Chinese renminbi, Zuid Afrikaanse rand en Indiase roepie vertegenwoordigde gezamenlijk bijna 30 procent, waarmee duidelijke vooruitgang is geboekt, maar ook zichtbaar wordt hoe moeilijk het is de dollarpositie werkelijk terug te dringen. Internationale projecten hebben betrouwbare betalingssystemen, liquide obligatiemarkten, voorspelbare wisselkoersen en investeerders nodig die bereid zijn langlopende risico’s in verschillende nationale munten te dragen, waardoor politieke verklaringen over financiële onafhankelijkheid veel sneller kunnen worden afgelegd dan de technische infrastructuur waarmee die onafhankelijkheid moet functioneren.
Het veelbesproken idee van één gezamenlijke BRICS munt behoort voorlopig dan ook eerder tot de verbeelding van commentatoren dan tot het concrete werkprogramma van de groep. De officiële gesprekken richten zich op uitbreiding van betalingen in nationale valuta, lagere transactiekosten, betere verbindingen tussen betalingsplatformen en financiering die beter aansluit bij de inkomsten van projecten in lokale munt. Dat verschil is fundamenteel, omdat een gezamenlijke munt een centrale monetaire structuur, gedeelde reserves, begrotingsdiscipline en vergaande overdracht van nationale bevoegdheden zou vereisen, terwijl lokale betalingen vooral proberen de afhankelijkheid van de dollar bij afzonderlijke transacties geleidelijk te verminderen. BRICS bouwt dus geen onmiddellijke vervanger voor de dollar, maar wel steeds meer routes waarlangs handel kan plaatsvinden zonder dat iedere betaling noodzakelijk via het Amerikaanse financiële systeem loopt.
De mondiale economie beweegt daardoor niet naar het einde van globalisering, maar naar een nieuwe verdeling van globalisering, waarbij handelsstromen zich verplaatsen en ontwikkelende economieën een groter deel rechtstreeks met elkaar afhandelen. De wereldhandel in goederen en commerciële diensten groeide in 2025 met ongeveer 8 procent tot US$34,89 biljoen, ondanks handelsspanningen, protectionistische maatregelen en geopolitieke onzekerheid. De handel in goederen tussen ontwikkelende economieën bereikte volgens recente internationale gegevens ongeveer US$7,2 biljoen en vertegenwoordigde 28 procent van de mondiale goederenhandel, tegenover slechts 11 procent aan het begin van deze eeuw. Zuid Zuidhandel is daarmee niet langer een aanvullend kanaal rond de traditionele Noord Atlantische economie, maar een van de belangrijkste motoren van het internationale handelssysteem.
China vormt binnen die verschuiving de grootste economische magneet, maar de groei reikt inmiddels veel verder dan Azië. De goederenhandel tussen China en Latijns Amerika en het Caribisch gebied bereikte in 2024 ongeveer US$518,5 miljard, nadat die handelsrelatie rond de eeuwwisseling nog slechts een fractie daarvan vertegenwoordigde. Die cijfers tonen dat de strijd om invloed binnen het Mondiale Zuiden niet theoretisch is, omdat Chinese vraag naar landbouwproducten, mineralen en energie rechtstreeks doorwerkt in havens, spoorwegen, mijnbouwgebieden en begrotingen van landen aan deze zijde van de Atlantische Oceaan. Beijing hoeft de bestaande wereldorde niet formeel af te schaffen wanneer handelsstromen, infrastructuur en kredietrelaties de economische zwaartekracht reeds in een andere richting trekken.
Brazilië heeft die nieuwe werkelijkheid sneller dan veel andere landen begrepen en zijn economische diplomatie systematisch uitgebreid naar China, Afrika, het Midden Oosten en andere opkomende markten. De Braziliaanse handel met de uitgebreide BRICS groep bedroeg in 2024 ongeveer US$210 miljard en vertegenwoordigde rond 35 procent van de totale Braziliaanse goederenhandel, waarmee BRICS voor Brasília geen ideologisch gezelschap maar een concrete afzetmarkt is geworden. Landbouw, energie, mineralen, industrie en infrastructuur worden daarbij gekoppeld aan diplomatieke invloed, waardoor Brazilië zich niet uitsluitend als regionale macht presenteert maar probeert mee te bepalen hoe de economische regels van een multipolaire wereld worden geschreven.
De aantrekkingskracht van BRICS wordt verder versterkt doordat westerse economieën globalisering steeds vaker door een veiligheidsbril bekijken en handelsbeleid gebruiken om strategische technologie, energie, data, kritieke grondstoffen en industriële productie binnen bevriende netwerken te houden. Importheffingen, exportcontrole, subsidies en regels voor betrouwbare leveranciers worden niet langer behandeld als tijdelijke uitzonderingen, maar als vaste onderdelen van economisch beleid. Ontwikkelende economieën krijgen daardoor van dezelfde landen die jarenlang open markten predikten steeds vaker te horen dat markttoegang afhankelijk wordt van geopolitieke positie, productherkomst en veiligheidsbelangen, waardoor de roep om alternatieve financiering en nieuwe handelsverbindingen begrijpelijk sterker wordt. De wereldmarkt verdwijnt niet, maar wordt steeds meer verdeeld in beschermde technologische en financiële zones.
India gebruikt zijn voorzitterschap in 2026 om BRICS te organiseren rond veerkracht, innovatie, samenwerking en duurzaamheid, waarmee het platform bewust wordt gepresenteerd als bouwer van capaciteit in plaats van uitsluitend als protestbeweging. Die koers past bij het belang van New Delhi, omdat India economische en technologische samenwerking wil uitbreiden zonder zich volledig onder Chinese leiding te plaatsen of zijn relaties met de Verenigde Staten en Europa op te geven. De kracht van BRICS zit daardoor juist in het feit dat de leden niet allemaal hetzelfde geopolitieke kamp vormen, maar vanuit verschillende belangen samenwerken wanneer bestaande instituties onvoldoende ruimte bieden. Diezelfde diversiteit voorkomt echter ook dat de groep gemakkelijk optreedt als één gesloten machtsblok.
De interne tegenstellingen vormen de grootste begrenzing van de grote ambities, omdat BRICS geen oprichtingsverdrag, eigen begroting of permanent secretariaat bezit en besluiten via politieke afstemming tussen zeer verschillende regeringen tot stand komen. De groep verenigt democratieën, monarchieën en autoritaire staten, energie exporteurs en importeurs, landen die goedkope grondstoffen willen verkopen en industriële machten die diezelfde grondstoffen zo voordelig mogelijk willen inkopen. Economische belangen vallen soms samen, maar botsen eveneens zodra markttoegang, industriële subsidies, grensgeschillen, olieproductie of regionale invloed op tafel komen. BRICS kan daarom de bestaande machtsverdeling uitdagen, maar beschikt nog niet over de bestuurlijke samenhang waarmee een volledige wereldorde kan worden beheerd.
Het beperkte vermogen op veiligheidsgebied maakt dat verschil nog zichtbaarder, omdat economische samenwerking veel gemakkelijker is dan overeenstemming over oorlog, sancties, militaire interventies en regionale conflicten. De leden kunnen gezamenlijk pleiten voor hervorming van de Verenigde Naties, meer invloed voor ontwikkelende landen en minder unilaterale dwangmaatregelen, maar dat betekent niet dat zij dezelfde veiligheidsbelangen of buitenlandse politiek delen. De groep functioneert daardoor vooral als onderhandelingsplatform en economisch tegengewicht, niet als militaire alliantie die de NAVO of andere veiligheidsstructuren rechtstreeks kan vervangen.
Hoop voor groeiende economieën ontstaat evenmin automatisch doordat een financier of handelspartner uit het Mondiale Zuiden afkomstig is, want ook Zuid Zuidrelaties kunnen ongelijk, extractief en financieel riskant worden. Latijns Amerika exporteert naar China nog steeds vooral grondstoffen en landbouwproducten, terwijl het grote hoeveelheden industriële goederen, machines en technologie invoert. Een handelsrelatie van honderden miljarden kan indrukwekkend groeien zonder dat lokale economieën voldoende kennis, verwerking, technologie en hoogwaardige werkgelegenheid opbouwen. Een nieuwe partner verandert weinig wanneer een land dezelfde ruwe grondstoffen blijft uitvoeren, dezelfde eindproducten blijft invoeren en dezelfde zwakke contracten ondertekent als onder de oude machtsverhoudingen.
BRICS zal zijn geloofwaardigheid daarom niet winnen met het aantal landen dat op toetreding wacht, maar met de kwaliteit van de instellingen die het bouwt en de resultaten die burgers daarvan ervaren. Financiering moet transparant zijn, projecten moeten economisch levensvatbaar blijven, corruptie mag niet worden verhuld door politieke solidariteit en klimaatinvesteringen mogen niet eindigen in nieuwe schulden zonder duurzame productie. De New Development Bank heeft milieuregels, sociale standaarden en kaders voor groene en duurzame financiering ontwikkeld, maar het blijvende bewijs moet komen uit wegen, energieprojecten, waterwerken en digitale infrastructuur die werkelijk functioneren en hun kosten kunnen verantwoorden. Een alternatief voor oude instellingen heeft alleen waarde wanneer het niet dezelfde fouten onder een nieuwe vlag reproduceert.
Suriname kan binnen deze herschikking meer winnen door strategisch te handelen dan door zich ideologisch aan een zijde van het wereldtoneel vast te leggen, omdat toekomstige olieproductie, goud, landbouw, natuurkapitaal en geografische ligging belangstelling zullen trekken van zowel traditionele partners als nieuwe economische machten. Sterke projectvoorbereiding, transparante aanbestedingen, lokale kennisoverdracht, verwerking van grondstoffen, bescherming van nationale belangen en spreiding van financieringsbronnen moeten bepalen met wie het land samenwerkt. Diplomatieke toenadering tot BRICS landen kan toegang geven tot grotere markten, technologie en investeringskapitaal, maar alleen een deskundige staat kan voorkomen dat nieuwe mogelijkheden veranderen in oude afhankelijkheid met een andere schuldeiser en een ander logo.
De werkelijke betekenis van BRICS ligt daarom niet in de aankondiging dat het Westen heeft afgedaan, maar in het einde van de periode waarin slechts één deel van de wereld vrijwel vanzelfsprekend de instellingen, valuta, standaarden en ontwikkelingsvoorwaarden bepaalde. De groep geeft groeiende economieën meer stem, meer keuze en meer onderhandelingsruimte, maar omvang alleen bouwt geen rechtvaardige wereldorde. Het oude systeem verloor vertrouwen doordat macht en verantwoordelijkheid onvoldoende werden gedeeld, en BRICS zal hetzelfde lot ondergaan wanneer het hoop verkoopt zonder sterke instituties, transparante financiering en tastbare ontwikkeling te leveren.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com