In de luchtvaart is de toon ineens veel technischer en veel dringender, omdat de luchtvaartautoriteit een internationaal veiligheidsbureau heeft aangetrokken om structurele tekortkomingen uit recente audits van ICAO en de Europese Unie weg te werken, met als inzet dat Surinaamse maatschappijen weer uit de Europese risicolijst verdwijnen en het vertrouwen van reizigers en partners terugkeert.
Die operatie staat niet op zichzelf, want ook een presidentiële werkgroep heeft de sector tegen het licht gehouden en werkt aan aangepaste wetgeving. Ook word er gewerkt aan nieuwe modellen voor duurzaam toezicht en een aanpak voor het tekort aan gekwalificeerd kader bij de toezichthouder, waarbij het beeld wordt geschetst van een systeem dat jarenlang te weinig is onderhouden en nu onder tijdsdruk weer moet gaan draaien. In dezelfde adem komen ook praktische punten terug die vaak onzichtbaar blijven tot het misgaat, zoals inspectiecapaciteit, opleidingstrajecten, essentiële apparatuur op de luchthaven en commissies die op nationaal niveau moeten voorkomen dat veiligheid en volksgezondheid in de uitvoering wegzakken.
Op de campus van de Anton de Kom Universiteit is het juist de uitvoering die stokt, omdat het wetenschappelijk personeel het beraad heeft hervat en daarmee colleges, toetsen en begeleiding opnieuw stilvallen. De vakvereniging zegt dat de kern niet zit in een simpele looneis, maar in het herstellen van scheefgegroeide verhoudingen binnen de bestaande structuur. En ze verwijt het ministerie dat een opgestart traject na één bijeenkomst is doodbloed en dat er daarna geen werkbaar voorstel kwam, waardoor studenten de rekening betalen van een conflict dat al te lang in de wachtstand staat.
Nog zwaarder is de lading bij Fort Zeelandia, waar nabestaanden van de Decembermoorden en de gebeurtenissen in Moiwana elkaar blijven opzoeken en waar de voorzitter van Stichting Moiwana benadrukt dat het verdriet in beide dossiers dezelfde bron heeft. Namelijk een staat die te lang wegkeek en nu in het spoor van gerechtelijke uitspraken weer met verantwoordelijkheid wordt geconfronteerd. Hij spreekt hoop uit dat het gerechtelijk vooronderzoek in de Moiwana zaak doorzet richting een rechtszaak, en dat getuigen minder terughoudend zijn geworden nu de rechtsstaat in een andere zaak heeft laten zien dat een vonnis meer is dan papier, zeker wanneer veroordeelden hun straf ook daadwerkelijk ondergaan.
In dat decor speelt ook de roep om eerherstel en erkenning, met juristen die de staat aanspreken op herstel van goede naam en op schadeloosstelling, en met de nadruk dat excuses namens de staat geen symboolpolitiek zijn maar een manier om de breuk tussen burgers en instituties te verkleinen. Het helpt wanneer de overheid in al deze dossiers dezelfde lijn vasthoudt, namelijk dat afspraken en uitspraken consequent worden uitgevoerd, dat communicatie tijdig is en dat systemen niet afhankelijk blijven van losse personen, want vertrouwen groeit zelden door grote woorden en bijna altijd door voorspelbare daden.