De brandstofcap is uitgegroeid tot een van de zwaarste financiële dossiers van de regering. Terwijl de maatregel bedoeld was om huishoudens te beschermen tegen snel stijgende brandstofprijzen, loopt de rekening voor de staat inmiddels op tot ongeveer SRD 350 miljoen per maand. Tot en met juli zou de overheid daardoor al circa SRD 1,4 miljard aan inkomsten zijn misgelopen. Toch heeft de regering nog altijd geen definitief besluit genomen over de toekomst van de regeling. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning bevestigde dat verschillende scenario’s worden onderzocht. Een gefaseerde afbouw behoort tot de mogelijkheden, maar wanneer de brandstofcap daadwerkelijk wordt aangepast, is nog niet bekend. De brandstofcap werd in maart ingevoerd toen internationale spanningen en stijgende olieprijzen de pompprijzen sterk onder druk zetten. De regering koos voor maximumprijzen om te voorkomen dat consumenten de volledige stijging direct zouden voelen. Dat bood op korte termijn verlichting, maar heeft tegelijkertijd een forse financiële verplichting voor de overheid gecreëerd. Door de prijsbegrenzing ontvangt de staat niet de volledige belastinginkomsten op brandstof. Het verschil tussen de vastgestelde maximumprijs en de werkelijke kosten wordt gecompenseerd aan oliemaatschappijen. Volgens Wijnerman loopt het inkomstenverlies inmiddels op tot ongeveer SRD 350 miljoen per maand.
Elke maand dat de regeling wordt voortgezet, neemt de financiële druk verder toe. Tegelijkertijd staat de regering voor de opgave om ambtenaren een structurele loonsverhoging te bieden. Daarmee komen twee kostbare dossiers rechtstreeks tegenover elkaar te staan, de bescherming van de pompprijs en de verhoging van de loonkosten van de overheid. De regering heeft in de onderhandelingen met de vakbeweging een eerste voorstel van 10 procent structurele loonaanpassing gedaan. Ravaksur houdt vast aan 25 procent. Het verschil tussen beide voorstellen is aanzienlijk en maakt duidelijk dat de onderhandelingen niet alleen over koopkracht gaan, maar ook over de financiële draagkracht van de staat. Minister Wijnerman koppelt de twee dossiers nadrukkelijk aan elkaar. Een hogere loonuitkering kan volgens haar weinig betekenen wanneer werknemers tegelijkertijd geconfronteerd worden met hogere brandstofprijzen. Daarmee wordt de brandstofcap onderdeel van een veel bredere discussie over de werkelijke waarde van een salaris. Een salarisverhoging bestaat immers niet alleen uit het percentage dat op papier wordt toegevoegd. Wanneer transport, productie en distributie duurder worden door hogere brandstofprijzen, kunnen die kosten uiteindelijk worden doorberekend aan consumenten. Een deel van de extra inkomsten kan daardoor opnieuw verdwijnen in hogere dagelijkse uitgaven.
De regering probeert enerzijds de koopkracht te beschermen, maar financiert die bescherming met middelen die elders in de begroting niet beschikbaar zijn. Anderzijds kan het afbouwen van de brandstofcap de staatsfinanciën ontlasten, maar tegelijkertijd nieuwe prijsdruk veroorzaken voor burgers en bedrijven. Het probleem wordt groter doordat de overheid nog geen helder financieel eindpunt voor de regeling heeft gepresenteerd. Zolang niet duidelijk is wanneer en volgens welk schema de brandstofcap wordt afgebouwd, blijft ook onzeker hoeveel ruimte de regering werkelijk heeft voor structurele loonmaatregelen. Wijnerman heeft eerder benadrukt dat begrotingsdiscipline noodzakelijk blijft om de macro economische stabiliteit te bewaken. Het ministerie onderzoekt daarom verschillende scenario’s voor de verdere afbouw van brandstofsubsidies, waarbij ook bescherming van kwetsbare huishoudens moet worden meegenomen. Die afweging wordt steeds urgenter. De huidige regeling is financieel moeilijk onbeperkt vol te houden. Tegelijkertijd kan een abrupte beëindiging van de brandstofcap leiden tot een directe stijging van de pompprijzen, met mogelijke gevolgen voor transport en de prijzen van goederen en diensten. Daarmee heeft de regering zichzelf in een lastig krachtenveld geplaatst. Het langer handhaven van de brandstofcap kost honderden miljoenen SRD per maand. Het sneller afbouwen ervan kan de koopkracht onder druk zetten. Een structurele loonsverhoging voor ambtenaren vergroot vervolgens de vaste uitgaven van de staat.
Hogere brandstofprijzen kunnen vervolgens de koopkracht van werknemers aantasten, waardoor opnieuw druk ontstaat voor compensatie. Het risico is dat de regering daarmee terechtkomt in een beleid waarin de ene tijdelijke oplossing de volgende financiële verplichting creëert. Ook voor de vakbeweging is de inzet daarom groter dan alleen het percentage van de loonaanpassing. De belastingvrije grens en de brandstofcap maken deel uit van het bredere koopkrachtpakket. Een loonstijging van 10 of 25 procent kan er op papier aanzienlijk uitzien, maar de uiteindelijke waarde ervan wordt bepaald door belastingen, transportkosten en de ontwikkeling van de prijzen. Voor Financiën ligt de kern van het probleem elders, structurele uitgaven moeten met structurele inkomsten kunnen worden betaald. Een tijdelijke prijsmaatregel financieren met steeds verder oplopende staatsmiddelen biedt daarvoor geen duurzaam fundament. De regering staat daardoor voor een harde financiële realiteit. De brandstofcap heeft consumenten beschermd tegen de volle impact van internationale prijsstijgingen, maar die bescherming heeft een hoge rekening voor de staat opgeleverd. Tegelijkertijd wordt van diezelfde staat verwacht dat zij ruimte maakt voor hogere lonen en andere maatregelen om de koopkracht te ondersteunen. De komende onderhandelingen over de ambtenarenlonen zullen daarom onvermijdelijk worden beïnvloed door de toekomst van de brandstofcap. Zolang beide dossiers financieel aan elkaar gekoppeld blijven, zal iedere beslissing over de pompprijs ook gevolgen hebben voor de ruimte die de regering heeft voor loonbeleid. De uiteindelijke rekening wordt daarmee niet alleen aan de pomp betaald. Een deel komt terecht op de begroting, een deel in de loononderhandelingen en uiteindelijk bij de belastingbetaler.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com