Met de waarschuwingen tijdens de klimaatdialoog van de Caribbean Development Bank in Nassau is opnieuw duidelijk geworden dat het Caribisch gebied niet langer genoegen neemt met mooie klimaatbeloften, ingewikkelde fondsenstructuren en internationale toespraken die kwetsbare landen wel erkennen, maar hen vervolgens laten vastlopen in trage procedures, dure leningen en criteria die geen recht doen aan hun werkelijke risico’s. Tijdens de 56ste jaarvergadering van de CDB brachten president Daniel Best, Ibrahima Cheikh Diong van het fonds voor verlies en schade, VN adviseur Selwin Hart en Racquel Moses van de Caribbean Climate Smart Accelerator een boodschap die weinig ruimte liet voor diplomatieke versiering. De bestaande mondiale financiële architectuur faalt volgens hen voor kleine eilandstaten, omdat zij landen die nauwelijks hebben bijgedragen aan de klimaatcrisis opzadelt met de zwaarste gevolgen en tegelijk de toegang tot betaalbare financiering onnodig moeilijk maakt.
De kritiek kwam voort uit de ongelijke verdeling van klimaatkapitaal, omdat sinds de Overeenkomst van Parijs vier van elke vijf dollars voor schone energie naar ontwikkelde economieën zijn gegaan, terwijl slechts een dollar overbleef voor ontwikkelingslanden waar twee derde van de wereldbevolking woont. Die verhouding legt een fundamentele onrechtvaardigheid bloot, omdat landen die historisch de grootste uitstoot hebben veroorzaakt veel gemakkelijker investeringen aantrekken, terwijl kwetsbare staten met stijgende zeespiegel, krachtigere stormen, kustafslag, droogte en economische schokken blijven wachten op middelen die vaak te laat, te duur of te ingewikkeld beschikbaar komen. Hart stelde daarom dat het systeem de veroorzakers van de klimaatcrisis blijft belonen en de kwetsbaren blijft straffen, een formulering die in de regio hard aankomt omdat zij precies samenvat wat Caribische staten al jaren ervaren.
Diong bracht de discussie terug naar drie harde voorwaarden voor echte klimaatfinanciering, namelijk beschikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid, omdat toezeggingen op wereldtoppen weinig betekenen zolang het geld niet snel, bruikbaar en zonder nieuwe schulden terechtkomt bij landen en gemeenschappen die bescherming nodig hebben. Het fonds voor verlies en schade beschikt inmiddels over ongeveer USD 820 miljoen aan vrijwillige bijdragen en wil met zijn eerste financieringsvenster uitsluitend subsidies verstrekken, waarbij minstens de helft wordt gereserveerd voor kleine eilandstaten en de minst ontwikkelde landen. Die opzet is belangrijk, omdat kwetsbare landen niet opnieuw moeten worden gedwongen om te lenen voor schade die zij niet zelf hebben veroorzaakt, zeker niet wanneer klimaatverwoesting hele begrotingen, kustgemeenschappen en ontwikkelingsplannen tegelijk onder druk zet.
Best vatte de urgentie scherp samen door te stellen dat de regio gevangen zit tussen een klimaatcrisis en een uiteenvallende mondiale financiële orde, waardoor uitgestelde ontwikkelingsfinanciering in feite geweigerde ontwikkeling wordt. Die woorden raken het hart van het Caribische probleem, omdat een eilandstaat of kuststaat die jaren moet wachten op financiering voor bescherming, herstel of energietransitie ondertussen wel direct wordt geraakt door stormschade, overstromingen, hogere verzekeringskosten, voedselimportdruk en verlies aan productieve gronden. Klimaatfinanciering is daarom geen gunst aan kleine landen, maar een voorwaarde om samenlevingen overeind te houden die door hun geografie veel sneller worden geconfronteerd met de gevolgen van een opwarmende wereld.
De oproep om de CDB uit te bouwen tot de klimaatbank van de regio kreeg bijzondere betekenis, omdat kleine staten met 30.000 of 40.000 inwoners onmogelijk afzonderlijk door meerdere internationale accreditatietrajecten, fondsenregels en technische eisen kunnen blijven worstelen. Hart wees op de absurditeit dat landen zoals de Bahama’s, Barbados en Antigua en Barbuda vaak worden uitgesloten van subsidies en concessionele financiering op basis van inkomen per hoofd van de bevolking, terwijl juist deze landen buitengewoon hoge klimaatrisico’s dragen. Kwetsbaarheid moet daarom het bepalende criterium worden en niet een kale inkomensmaatstaf die geen rekening houdt met stormschade, zeespiegelstijging, kleine markten, hoge importafhankelijkheid en de enorme kosten van herstel na natuurrampen.
Moses bracht een strategische dimensie in het gesprek door te wijzen op de nieuwe vraag naar energie voor kunstmatige intelligentie en datacenters, omdat grote technologiebedrijven wereldwijd zoeken naar betrouwbare stroombronnen voor een digitale economie die steeds meer energie verbruikt. Volgens haar kan het Caribisch gebied een kans grijpen wanneer het zijn werkelijke potentieel voor hernieuwbare energie onderzoekt en ontwikkelt, omdat overtollige schone stroom niet alleen de eigen energierekening kan verlagen, maar ook nieuwe economische waarde kan creëren. Haar waarschuwing dat zulke technologische golven niet blijven wachten, plaatst de regio voor een duidelijke keuze tussen versneld samenwerken of opnieuw toekijken hoe kapitaal, technologie en infrastructuur elders worden georganiseerd.
De discussie maakte ook duidelijk dat het Caribisch gebied niet alleen naar de wereld mag wijzen, maar zelf meer regionale discipline moet tonen wanneer het toegang tot financiering, schaalvoordelen en uitvoering wil verbeteren. Hart stelde dat de beste dagen van de regio nog kunnen komen, maar alleen wanneer landen daadwerkelijk als regio handelen, omdat versnippering, dubbele procedures, kleine nationale projecten en afzonderlijke lobby’s de onderhandelingskracht verzwakken. De CDB kan in dat verband een zwaardere rol spelen als bundelaar van projecten, bewaker van standaarden, brug naar mondiale fondsen en instelling die voorkomt dat elke kleine staat opnieuw dezelfde technische en diplomatieke strijd alleen moet voeren.
De Surinaamse overheid hoort deze discussie niet als buitenstaander te volgen, omdat bosbehoud, kustbescherming, olie en gas, hernieuwbare energie, landbouw, waterbeheer en klimaatfinanciering hier steeds sterker met elkaar verbonden raken. Een regering die internationaal bekendstaat om zijn hoge bosbedekking en straks tegelijk grotere offshore inkomsten verwacht, moet voorkomen dat klimaatbeleid blijft hangen in losse projecten en diplomatieke taal, omdat echte waarde ontstaat wanneer kwetsbaarheid meetbaar wordt gemaakt, financiering strategisch wordt aangevraagd en regionale samenwerking slim wordt benut. De komende jaren vragen om een Surinaamse positie die niet alleen leunt op groene reputatie, maar op sterke instituten, goede data, projectvoorbereiding, transparante uitvoering en een scherpe diplomatie die begrijpt dat klimaatgeld pas telt wanneer het bescherming en werkgelegenheid oplevert.
De Breakfast Exchange tijdens de CDB vergadering was daarmee meer dan een gesprek over klimaatfinanciering, omdat zij de frustratie, ambitie en strategische urgentie van een regio blootlegde die weigert nog langer als bijzaak in de mondiale economie te worden behandeld. Caribische leiders vragen geen medelijden, maar een financiële orde die rekening houdt met werkelijke kwetsbaarheid, snelle toegang tot middelen, schuldenvrije hulp bij verlies en schade, en investeringen die de energietransitie verbinden aan economische kansen. De kern van de boodschap is hard, omdat het venster voor verandering sluit en het Caribisch gebied geen tijd meer heeft voor een systeem dat de juiste woorden spreekt, maar het geld te laat laat aankomen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com