Met de wereldwijde landbouwsector onder druk door klimaatverandering, geopolitieke onzekerheid, waterschaarste, biodiversiteitsverlies, stijgende inputkosten en grillige markten groeit BRICS+ uit tot een strategisch platform dat voedselzekerheid niet langer behandelt als een technisch landbouwvraagstuk, maar als een brede machtsagenda rond handel, technologie, klimaatbestendigheid en rurale ontwikkeling. De uitgebreide groep met Brazilië, Rusland, India, China, Zuid Afrika, Egypte, Ethiopië, Iran, Saudi Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Indonesië vertegenwoordigt een enorme concentratie van bevolking, land, natuurlijke hulpbronnen, productiecapaciteit en opkomende consumentenmarkten. Door die schaal kunnen hun keuzes rond landbouwbeleid, voedselhandel, technologieoverdracht, klimaatadaptatie en plattelandsontwikkeling rechtstreeks invloed uitoefenen op de manier waarop de wereld de komende decennia honger, dure voeding, marktschokken en agrarische kwetsbaarheid probeert te beheersen.
Achter de technocratische taal van voedselketens en productiviteit schuilt een veel dieper beschavingsverhaal, omdat landbouw in veel BRICS+ landen niet alleen draait om export, opbrengst en handelsbalansen, maar ook om cultuur, dorpsleven, biodiversiteit, voedselgewoonten en de identiteit van miljoenen rurale gemeenschappen. India brengt eeuwenoude kennis mee over gewasdiversiteit, gemengde landbouw, gemeenschapsbeheer en natuurlijke hulpbronnen, Brazilië beschikt over wereldwijde expertise in tropische landbouw en veehouderijsystemen, Rusland blijft cruciaal voor graanzekerheid, China heeft grote stappen gezet in mechanisering, digitalisering en landbouwmodernisering, terwijl Zuid Afrika en andere partners waardevolle ervaring hebben met droge gebieden, waterbeheer en klimaatadaptatie. Die verscheidenheid maakt BRICS+ interessant, omdat oplossingen kunnen worden ontworpen voor uiteenlopende agro ecologische zones, van tropische regenrijke gebieden en gematigde vlaktes tot droge landschappen, bergregio’s, kustzones en kleinschalige boerensystemen.
De gedeelde ontwikkelingsagenda van deze landen verschuift landbouw van een simpele productiesector naar een volledig agrovoedselsysteem dat productief, voedzaam, klimaatbestendig, marktgericht, digitaal ondersteund en ecologisch verantwoord moet worden. Meer voedsel produceren blijft noodzakelijk, maar het is niet langer genoeg wanneer boereninkomens laag blijven, rurale jongeren wegtrekken, vrouwen onvoldoende toegang hebben tot kapitaal, bodems uitgeput raken en consumenten steeds vaker ongezonde of dure voeding moeten kopen. BRICS+ probeert daarmee een antwoord te formuleren op een mondiale realiteit waarin voedselzekerheid tegelijk gaat over calorieën, voeding, inkomens, handelsroutes, data, wetenschap, bodemgezondheid, waterzekerheid en sociale stabiliteit.
India neemt binnen deze agenda een opvallende plaats in, omdat het land zich heeft ontwikkeld van een staat die ooit vooral bezig was met het voorkomen van hongersnood tot een landbouwmacht met wereldwijde invloed op productie, onderzoek en voedselzekerheid. Voor 2025 en 2026 wordt de Indiase voedselgraanproductie geraamd op een record van 376,56 miljoen ton, waaronder 154,02 miljoen ton rijst, 120,66 miljoen ton tarwe, 55,09 miljoen ton maïs en 17,58 miljoen ton gierst, terwijl het land ook de grootste melkproducent ter wereld is en een leidende speler blijft in peulvruchten, specerijen, fruit, groenten, katoen, suikerriet, vis en eieren. Die schaal wordt gedragen door boeren, coöperaties, markten, publieke instellingen, infrastructuur en wetenschap, met een centrale rol voor de Indian Council of Agricultural Research en het bredere nationale onderzoeks en onderwijssysteem dat nieuwe rassen, klimaatbestendige technologie, vaccins, visserijinnovatie, mechanisering en digitale advisering naar de praktijk probeert te brengen.
De technologische sprong van India geeft BRICS+ extra gewicht, omdat de vrijgave van de eerste genoombewerkte rijstrassen ter wereld en initiatieven rond genoomediting in 40 gewassen laten zien dat landbouw steeds verder verschuift naar een domein van biotechnologie, data en precisiewetenschap. Die ervaring is vooral relevant voor het Globale Zuiden, omdat India zijn landbouwtransformatie heeft opgebouwd onder omstandigheden die veel ontwikkelingslanden herkennen, met kleine percelen, afhankelijkheid van regen, diverse agro ecologische omstandigheden, bevolkingsdruk, beperkte middelen en de noodzaak van betaalbare oplossingen. Daardoor kan India binnen BRICS+ niet alleen spreken als grote producent, maar ook als laboratorium voor landen die technologie nodig hebben die werkt buiten luxe infrastructuur en dure kapitaalsystemen.
De eerste grote opdracht voor BRICS+ ligt bij voedsel en voedingszekerheid, omdat productiegroei weinig oplost wanneer miljoenen mensen blijven kampen met ondervoeding, slechte diëten, prijsdruk en kwetsbaarheid voor internationale voedselinflatie. Samenwerking rond klimaatbestendige granen, peulvruchten, gierst, oliehoudende gewassen, tuinbouw, bioverrijkte gewassen, dierlijke eiwitten en aquatische voeding kan de groep helpen om voedselzekerheid breder te definiëren dan het vullen van magazijnen. India’s ervaring met publieke voedseldistributie, digitale publieke infrastructuur, directe inkomenssystemen, voedingsgevoelige landbouw en de herwaardering van gierst kan worden gekoppeld aan de sterke punten van andere leden in graanhandel, oliegewassen, dierlijke eiwitten, voedselverwerking en logistiek.
De tweede opdracht ligt bij klimaatbestendige en regeneratieve landbouw, omdat hittegolven, droogtes, overstromingen, verzilting, verwoestijning, plagen en waterschaarste nu al rechtstreeks snijden in boereninkomens en voedselvoorraden. BRICS+ kan een wereldwijde voortrekkersrol nemen in conserveringslandbouw, geïntegreerde teeltsystemen, agroforestry, precisiebemesting, micro irrigatie, bodemkoolstofherstel, hernieuwbare energie op landbouwbedrijven, klimaatinformatie voor boeren en veerkrachtige zaadsystemen. Gezamenlijk onderzoek naar regenafhankelijke landbouw, droge gebieden, zouttolerante teelt en voorbereiding op extreem weer kan een praktische brug vormen tussen wetenschap en de boer die zijn oogst niet kan beschermen met rapporten, maar wel met betere rassen, betere data en betere waterbeheersing.
De derde opdracht draait om handel en toeleveringszekerheid, omdat BRICS+ tegelijk grote producenten, consumenten, importeurs en exporteurs omvat van granen, peulvruchten, oliehoudende gewassen, groenten, fruit, meststoffen, landbouwmachines, vis en veehouderijproducten. Het potentieel van onderlinge landbouwhandel blijft echter onderbenut door uiteenlopende standaarden, certificeringssystemen, logistieke knelpunten, gebrekkige marktinformatie en trage regulatoire procedures. Afstemming rond sanitaire en fytosanitaire regels, digitale traceerbaarheid, kwaliteitscertificering, opslag, koudeketens, havenlogistiek en voedselverwerking kan de handel veiliger, voorspelbaarder en minder kwetsbaar maken voor mondiale verstoringen.
De vierde opdracht ligt bij innovatie, omdat de toekomst van landbouw steeds sterker wordt bepaald door biotechnologie, genomica, kunstmatige intelligentie, satellietdata, drones, robotica, sensoren, digitale adviesdiensten, precisielandbouw en risicobeheer op basis van real time gegevens. India telt inmiddels meer dan 7.000 geregistreerde start ups in landbouw en aanverwante sectoren, met groeiende ecosystemen rond mechanisering, marktplatformen, klimaatinformatie, financiële inclusie, ketenbeheer en efficiënter gebruik van inputs. Een BRICS+ platform voor agrarische innovatie en start ups kan wetenschappers, ondernemers, investeerders, incubators en boerenorganisaties verbinden, waardoor gezamenlijke proeven, technologie uitwisseling, start up uitdagingen en schaalbare oplossingen sneller hun weg vinden naar kleine boeren en commerciële landbouwbedrijven.
De vijfde opdracht raakt de kern van rurale transformatie, omdat landbouw nooit los kan worden gezien van wegen, energie, breedbandinternet, opslag, verwerking, beroepsopleiding, producentenorganisaties, ondernemerschap van vrouwen en jongeren, en toegang tot diensten die dorpen economisch levend houden. BRICS+ kan waarde toevoegen door te investeren in lokale voedselverwerking, hernieuwbare energie, landbouwdiensten, gedeelde machinecentra, agritoerisme, bio economie en circulaire bedrijfsmodellen die werk dichter bij dorpen brengen en gedwongen migratie verminderen. De echte modernisering van landbouw ontstaat niet wanneer het platteland alleen grondstoffen levert aan steden, maar wanneer dorpen zelf knooppunten worden van productie, verwerking, data, handel en inkomen.
Een land als Suriname zou deze BRICS+ discussie moeten volgen, omdat voedselzekerheid, landbouwvernieuwing, waterbeheer, exportpotentieel en rurale werkgelegenheid hier juist samenkomen op een moment dat olie en gas bijna alle politieke aandacht dreigen op te slokken. Met vruchtbare bodem, zoetwater, visserij, tropische biodiversiteit en toegang tot Caribische markten kan Suriname veel meer doen dan incidenteel praten over landbouwdiversificatie, maar daarvoor zijn ketendenken, financiering, laboratoria, standaarden, opslag, verwerking, exportdiscipline, jonge agrarische ondernemers en een overheid nodig die landbouw niet behandelt als sociaal vangnet, maar als strategische industrie. De crux zit in de manier waarop BRICS+ schaal, wetenschap, handel en boerenbelangen probeert te verbinden, omdat een kleine economie alleen sterker wordt wanneer zij haar voedselproductie niet romantiseert, maar professionaliseert.
De grote belofte van BRICS+ landbouw ligt uiteindelijk niet in het vervangen van nationale prioriteiten, maar in het verbinden van kennis, markten, instellingen en praktijkervaring tot een collectieve reactie op honger, ondervoeding, klimaatrisico en rurale ongelijkheid. Met gedeelde onderzoeksplatformen, digitale kennisnetwerken, klimaatslimme technologie, geharmoniseerde standaarden, start up samenwerking, dierziektebewaking, vaccinontwikkeling, visserijpartnerschappen, boerenuitwisseling en data platforms voor vroege waarschuwing kan de groep een uitvoeringsagenda bouwen die verder gaat dan diplomatieke verklaringen. De toekomst van landbouw wordt niet veiliggesteld door productie alleen, maar door veerkrachtige ecosystemen, gezonde voeding, eerlijke markten, sterke boeren, verantwoordelijke handel en wetenschap die niet in laboratoria blijft hangen, maar de laatste kilometer naar het veld weet te bereiken.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com