De ruimtevaart wordt opnieuw een terrein van geopolitieke macht, maar deze keer proberen niet alleen de Verenigde Staten, Europa en hun partners de regels te bepalen. BRICS landen bouwen voorzichtig aan een eigen ruimtearchitectuur, waarin satellieten, maanmissies, lanceerhavens, grondstoffen, datadeling en wetenschappelijke samenwerking samenkomen. Tijdens de zeventiende BRICS top in Rio de Janeiro in Juli 2025 werd in principe afgesproken om een BRICS Space Council op te richten, waarmee de groep zijn ruimtevaartambities institutioneel wil organiseren.
Die stap is belangrijk, omdat ruimtevaart steeds minder draait om nationale vlaggen alleen en steeds meer om infrastructuur. Landen die communicatiesatellieten, aardobservatie, navigatie, lanceercapaciteit en maanprogramma’s kunnen verbinden, krijgen invloed op economie, veiligheid, landbouw, klimaatmeting, rampenbeheer en digitale soevereiniteit. BRICS wil de bestaande ongelijkheid in ruimtevaartcapaciteit verkleinen, zodat landen uit het mondiale zuiden niet alleen data kopen, maar ook zelf toegang krijgen tot technologie, kennis en besluitvorming.
De mogelijke BRICS Space Council moet volgens de verklaring vooral samenwerking tussen ruimteagentschappen versterken, ervaring delen en duurzame vooruitgang bevorderen. In de praktijk kan zo’n raad uitgroeien tot een coördinatieplatform voor gezamenlijke satellietprogramma’s, gezamenlijke inkoop, technische standaarden en een eigen positie in internationale ruimtevaartregels. Dat is geen kleine ambitie, want de komende decennia zal concurrentie in de ruimte niet alleen plaatsvinden tussen landen, maar ook tussen blokken die hun eigen systemen, partners en normen bouwen.
Een eerste logisch werkterrein ligt dichtbij de aarde. Lage aardbanen worden steeds belangrijker voor internet, communicatie, landbouwmonitoring, klimaatobservatie, grensbewaking en rampenrespons. Wanneer BRICS landen hun satellietdata beter koppelen, kunnen zij minder afhankelijk worden van westerse commerciële aanbieders en tegelijk eigen markten openen voor ruimtevaartdiensten.
De maan vormt het tweede grote strijdtoneel. China en Rusland trekken samen het International Lunar Research Station, een geplande onderzoeksbasis die rond de zuidpool van de maan moet worden opgebouwd en waarvoor inmiddels 17 landen en internationale organisaties, plus meer dan 50 onderzoeksinstellingen, zijn aangesloten. Chinese plannen voorzien in een basismodel rond 2035 en een uitgebreidere fase in de jaren veertig, terwijl ook energievoorziening op de maan, waaronder zon en mogelijk nucleaire systemen, wordt besproken.
India voegt aan die ruimteagenda een andere dimensie toe, omdat met Mission ShakthiSAT wil een Indiaas initiatief 12.000 meisjes uit 108 landen betrekken bij STEM onderwijs, satellietontwerp en een geplande maanbaanmissie in 2026. Daarmee wordt ruimtevaart niet alleen gepresenteerd als strijd tussen grootmachten, maar ook als middel om talent, onderwijs en internationale samenwerking zichtbaar te maken.
De infrastructuur van BRICS is indrukwekkend, al is zij ongelijk verdeeld. De groep beschikt samen over belangrijke lanceerlocaties in Brazilië, India, China en Rusland, waaronder Alcântara, Satish Dhawan, Xichang, Taiyuan, Jiuquan, Wenchang, Vostochny, Plesetsk en het door Rusland gehuurde Baikonur in Kazachstan. Die spreiding geeft strategische waarde, omdat lanceerlocaties op verschillende breedtegraden andere voordelen bieden voor satellietbanen, kosten en operationele flexibiliteit.
De kracht van BRICS zit ook in de specialisatie van zijn leden, want Rusland heeft ervaring met bemande ruimtevaart, zware ruimtevaarttechnologie en langjarige kosmische wetenschap, China heeft een eigen ruimtestation en een snelgroeiend maanprogramma, India heeft bewezen dat het met beperkte middelen uiterst effectieve missies kan uitvoeren. De Verenigde Arabische Emiraten brachten met de Hope sonde Mars in beeld, Zuid Afrika bouwt kennis op rond onder meer veilige satellietcommunicatie en landen als Brazilië, Egypte, Iran, Indonesië en Ethiopië brengen geografische ligging, markten, grondstoffen en talent mee.
Toch is samenwerking in de ruimte geen eenvoudige optelsom van vlaggen, lanceerhavens en ambities. Rusland, China en India hebben hun systemen historisch anders gebouwd, met verschillende technische standaarden, veiligheidsnormen, exportregels, patenten en politieke gevoeligheden. Technologieoverdracht blijft delicaat, zeker wanneer ruimtevaart tegelijk civiele, commerciële en militaire toepassingen heeft.
Een raad kan verklaringen schrijven, maar grote ruimtevaartprogramma’s vragen interoperabele systemen, betrouwbare financiering, gedeelde aansprakelijkheid, transparant datagebruik en duidelijke regels over eigendom van technologie. Zonder die afspraken blijft het risico bestaan dat de samenwerking vooral symbolisch klinkt, terwijl bilaterale belangen en nationale trots de uitvoering vertragen.
De ruimtevaart is voor Suriname niet onbekend, zeker niet met de Europese lanceerbasis in buurland Frans-Guyana Kourou waarvandaan raketten letterlijk naast de deur de lucht in gaan. Satellietdata zijn inmiddels een cruciaal instrument voor nationaal beheer, van het monitoren van goudmijnen en bosbehoud tot aan kustbescherming, landbouw en maritieme veiligheid. Suriname hoeft niet zelf raketten te bouwen om strategisch te profiteren van de ruimte, mits het investeert in de kennis om deze data te ontsluiten en te integreren in beleid. Wie ruimtevaart afdoet als louter prestigeprojecten van grootmachten, ziet over het hoofd dat satellieten vandaag de dag bepalen hoe een land zijn grondgebied effectief meet, beschermt en economisch veiligstelt.
BRICS probeert met ruimtevaart een toekomstbeeld te bouwen waarin het mondiale zuiden niet langer alleen toeschouwer is in de kosmos. Als de groep haar technische verschillen weet te overbruggen, kan zij een nieuw centrum worden voor satellietdiensten, maanonderzoek en alternatieve ruimtevaartregels. De strijd om de ruimte gaat daardoor niet alleen over wie het verst vliegt, maar over wie de infrastructuur bezit waarmee de aarde steeds nauwkeuriger wordt bestuurd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com