De totale staatsschuld van Suriname bedraagt per juni 2026 USD 4,65 miljard, omgerekend SRD 175,28 miljard. Dat bedrag is door Charlene Soentik, Administrateur-Generaal van het Bureau voor de Staatsschuld. Daarmee is een belangrijk misverstand uit de wereld geholpen, maar het zou een misvatting zijn om te denken dat daarmee het echte probleem verdwenen is. Want ook USD 4,65 miljard staatsschuld is geen geruststellend getal. Het is een bedrag dat opnieuw duidelijk maakt hoe zwaar de Surinaamse staat financieel belast is en hoe weinig ruimte er is voor fouten, politieke uitgaven en financieel opportunisme. Volgens Soentik bestaat de totale schuld uit een binnenlandse schuld van USD 0,76 miljard, oftewel SRD 28,49 miljard, en een buitenlandse schuld van USD 3,9 miljard, omgerekend SRD 146,79 miljard. De buitenlandse schuld vormt daarmee veruit het grootste deel van de totale schuldenberg. Suriname is dus niet alleen diep in de eigen economie verschuldigd, maar ook sterk afhankelijk van buitenlandse schuldeisers en internationale financiële verplichtingen.
De discussie over USD 4,65 miljard mag echter niet worden gebruikt om de aandacht af te leiden van de ernst van de werkelijke cijfers. Het officiële bedrag is voor een kleine economie als Suriname buitengewoon zwaar. Dat blijkt nog scherper wanneer de schuld wordt afgezet tegen het bruto binnenlands product. Op basis van het BBP van het Algemeen Bureau voor de Statistiek over 2024 bedraagt de totale schuld BBP ratio maar liefst 119,6 procent. De binnenlandse schuld komt uit op 19,4 procent, terwijl de buitenlandse schuld alleen al goed is voor 100,2 procent van het BBP. Het wettelijke streven is een schuld BBP ratio van 60 procent. Suriname zit daar dus nog steeds fors boven. Het land moet niet alleen lenen en aflossen, maar tegelijkertijd een enorme afstand overbruggen voordat het opnieuw binnen de wettelijke norm terechtkomt. Daarbij ontstaat een opmerkelijke situatie. Voor rapportages aan het IMF wordt gewerkt met een IMF-BBP voor 2026 van SRD 235,2 miljard. Op basis daarvan bedraagt de schuld-BBP-ratio 74,5 procent. Dat klinkt aanzienlijk beter dan 119,6 procent, maar het verschil laat tegelijkertijd zien hoe bepalend de gebruikte BBP-berekening is voor het beeld van de schuldenpositie.
Voor de burger die dagelijks geconfronteerd wordt met hoge prijzen, wisselkoersschommelingen en beperkte koopkracht, is die technische discussie moeilijk te volgen. Wat uiteindelijk telt, is dat de staat tientallen miljarden aan verplichtingen moet dragen en dat iedere koersbeweging, nieuwe lening, trekking of aflossing gevolgen kan hebben voor de omvang van de schuldenlast. Daar komt nog een extra risico bij, Suriname heeft schulden in verschillende valuta. Niet alleen Amerikaanse dollars en euro’s spelen een rol, maar ook de Chinese renminbi en Special Drawing Rights (SDR) bij het IMF. Iedere verandering in wisselkoersen kan daardoor de waarde van de schuld beïnvloeden. Een schuld kan dus stijgen zonder dat de regering op dat moment daadwerkelijk een nieuwe lening aangaat. Ook de looptijd van leningen varieert. Sommige verplichtingen moeten binnen vijf jaar worden terugbetaald, andere binnen tien of twintig jaar. Wettelijk kan een schuld een maximale looptijd van dertig jaar hebben. Dat betekent dat beslissingen uit het verleden nog jarenlang doorwerken op toekomstige begrotingen. Juist daarom verdient de staatsschuld veel meer dan een technische maandelijkse rapportage.
De cijfers zijn geen boekhoudkundige voetnoten. Ze bepalen hoeveel geld beschikbaar blijft voor onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, sociale voorzieningen en economische ontwikkeling. Elke SRD die naar rente en aflossing gaat, kan uiteindelijk niet ergens anders worden besteed. Het Bureau voor de Staatsschuld stelt dat het de schuld maandelijks monitort en rapporteert aan onder meer het IMF, de Centrale Bank van Suriname en het ministerie van Financiën en Planning. Dat is noodzakelijk, maar monitoring alleen maakt een schuldenberg niet kleiner. Daarvoor zijn structurele economische groei, begrotingsdiscipline, verantwoord leenbeleid en politieke keuzes nodig. Het bedrag van USD 4,65 miljard is daarom belangrijk voor de feiten, maar mag geen aanleiding zijn voor zelfgenoegzaamheid. Suriname heeft een staatsschuld van maar liefst USD 4,65 miljard, en is nog altijd een financiële last van historische omvang. Het schrijnend verhaal is dat Suriname, afhankelijk van de gebruikte BBP-maatstaf, nog altijd met een schuldquote kampt die ver boven de wettelijke norm ligt. De werkelijke uitdaging is veel groter, hoe brengt Suriname een schuld van USD 4,65 miljard terug tot een niveau dat de economie daadwerkelijk kan dragen, zonder de rekening opnieuw bij toekomstige generaties neer te leggen?
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com