Professor Donald Hoffman, cognitief wetenschapper aan de Universiteit van Californië, stelt dat de werkelijkheid zoals wij die ervaren niet de ultieme realiteit is, maar een soort videospelsimulatie. Volgens Hoffman zijn onze zintuigen geëvolueerd om ons in leven te houden en succesvol te reproduceren, niet om ons een waarheidsgetrouw beeld van de wereld te geven. “Wat wij zien, horen en voelen”, zegt hij, “is niets anders dan een VR-headset, een efficiënte interface die ons snel de informatie verschaft die we nodig hebben om te overleven.”
Sensorische illusies en Darwiniaanse misvatting
Hoffman haalt Darwin aan om zijn punt te onderbouwen, evolutie selecteert op ‘reproductieve fitheid’, niet op opvallende of nauwkeurige waarneming. “Als we werkelijk de waarheid zouden waarnemen, kost dat te veel tijd en energie. Uit wiskundige bewijzen blijkt zelfs dat de kans nul is dat onze zintuigen de objectieve realiteit precies weergeven.” Onderzoek met computergestuurde ‘organismen’ toont aan dat we met eenvoudige signalen zonder ‘waarheidsgetrouwe’ sensorische data beter concurreren in de simulatie van het ‘leven’.
Ruimte en tijd als illusie
De kern van Hoffmans onderzoek bestaat uit een wiskundige theorie van ‘bewuste agenten’. In plaats van ruimte, tijd en de bekende deeltjes uit de natuurkunde als fundamenteel te beschouwen, stelt hij dat alle verschijnselen voortkomen uit onderliggende informatieprocessen. “Als je klein genoeg gaat tot op 10⁻³³ centimeter verdwijnt de betekenis van ruimte-tijd,” legt hij uit. “Net zoals een videospel geen betekenis heeft buiten de computer die het draait.” In onlangs gepresenteerde berekeningen laat Hoffman zien hoe de wetten van Einstein en de kwantumveldentheorie kunnen ontstaan uit de interactie van die bewuste agenten.
Een nieuw paar ogen: de programmeur van de simulatie
Wie echt wil begrijpen wie hij is, aldus Hoffman, moet beseffen dat hij niet slechts een speler in de simulatie is, maar de programmeur ervan: “Je hebt niets te bewijzen, want je hebt al de macht om de code te herschrijven. Zie jezelf niet als beperkte avatar, maar als de bron van alle ervaringen.” De lange weg naar zelfinzicht gaat volgens hem via meditatie “je legt alle concepten naast je neer en zit in absolute stilte, zonder gedachten” waardoor je de scheiding tussen waarnemer en waargenomene kunt doorbreken.
Technologische vooruitzichten en ethische vragen
Hoffman waarschuwt dat de technologieën die volgen op zijn theorieën “nucleaire bommen zullen doen lijken op vuurwerk.” Zodra we de ‘simulatieheadset’ kunnen demonteren, zijn tijdreizen en onmiddellijke interstellaire verplaatsing denkbaar. Maar hij erkent de morele dilemma’s: “Het is een Pandora’s doos vol zowel wonderen als nare verrassingen.” Ondanks die risico’s gelooft hij dat het onverantwoord is om de verkenning van echte ‘codemanipulatie’ te weerhouden: “We moeten ons niet langer tevreden stellen met de beperkingen van een VR-wereld die we zelf ontworpen hebben.”
De oproep tot onvoorwaardelijke liefde
Tegelijkertijd benadrukt Hoffman dat al deze wetenschappelijke overdenkingen niet mogen leiden tot egoïsme of afstandelijkheid. “Als jij en ik programmeren in dezelfde werkelijkheid, dan is liefde voor je medespeler de enige rationele ethiek. Jezus noemde het ‘liefde voor je naaste als jezelf’ een universele oproep om zowel jezelf als anderen te erkennen als mede-ontwerpers van de simulatie.” Liefde, zo besluit Hoffman, is de basis van elke zinvolle interactie in de ‘game of life’, ongeacht of we daarbuiten ook de programmeur zijn.