Jamaica draagt nog zichtbaar de littekens van orkaan Melissa, maar het land probeert toch zijn herstelagenda op te tillen boven noodreparatie. Het land probeert daarbij door te duwen naar een model van sterkere instituties, duurzamere infrastructuur en een actievere rol voor het bedrijfsleven. Tijdens een tweedaagse missie op 5 en 6 maart bevestigde UNDP administrator Alexander De Croo dat de organisatie Jamaica wil blijven steunen bij herstel en wederopbouw. Tegelijk wil de organisatie ook helpen om die wederopbouw slimmer te verankeren in langetermijnontwikkeling. De officiële UNDP lezing maakt duidelijk dat de boodschap niet alleen ging over solidariteit. Het ging ook over de noodzaak om publieke middelen, private investeringen en technologische oplossingen veel strakker aan elkaar te koppelen.
Die oproep kwam niet in een vacuüm, want de stormschade heeft Jamaica op meerdere niveaus geraakt. De VN site in Jamaica meldde dat ongeveer 1,5 miljoen Jamaicanen door orkaan Melissa zijn getroffen. UNDP beschreef enkele dagen later in een achtergrondverhaal dat de storm op 28 oktober 2025 bijna 5 miljoen ton puin achterliet in de zwaarst getroffen westelijke parochies. Zulke cijfers laten zien dat herstel niet alleen draait om daken en wegen. Herstel draait ook om het opnieuw op gang brengen van hele lokale economieën, vooral in gemeenschappen waar visserij, kleinschalige handel en dagelijkse bereikbaarheid direct samenhangen met inkomen en voedselzekerheid.
Tijdens een rondetafel over de private sector en duurzame financiering in Kingston legde De Croo de nadruk op een punt dat steeds centraler komt te staan in het ontwikkelingsdenken van kleine eilandstaten. Hij benoemde dat overheden het niet meer alleen kunnen dragen. Hij stelde dat publieke investeringen wereldwijd in de afgelopen twee jaar met een derde zijn teruggevallen. Tegelijk groeit privaat kapitaal en komt nieuwe technologie sneller beschikbaar, mits er een omgeving bestaat waarin ondernemers toegang hebben tot kapitaal, rechtszekerheid en werkbare belastingvoorwaarden. Daarmee schoof hij een visie naar voren. Volgens die visie wordt herstel pas echt duurzaam wanneer ook kleine en middelgrote bedrijven weer kunnen investeren, groeien en lokaal waarde creëren.
UNDP verbindt die visie nadrukkelijk aan concrete instrumenten. De Croo wees op de rol van het door UNDP gehoste UNCDF, dat met garantieregelingen een deel van het kredietrisico kan opvangen voor kleinere ondernemingen die vaak geen zwaar onderpand hebben. Deze ondernemingen spelen wel een sleutelrol in herstel en werkgelegenheid. Voor een land als Jamaica, waar Vision 2030 al langer inzet op brede ontwikkeling en partnerschap tussen publieke en private actoren, sluit die benadering aan op een nationaal verhaal. Dat verhaal ziet herstel niet als tijdelijke crisisuitgave, maar als kans om de economische basis te verbreden.
De symboliek van die aanpak werd zichtbaar in Galleon Beach in St Elizabeth, waar De Croo vissers en gemeenschapsleiders ontmoette. Daarnaast bezocht hij een door UNDP gesteund zonne-energiecentrum. UNDP presenteerde die installatie als een voorbeeld van hoe off grid oplossingen niet alleen bijdragen aan energiezekerheid en klimaatactie. Zulke oplossingen helpen ook heel praktisch om vis te bewaren, bederf te voorkomen en eerlijkere prijzen mogelijk te maken voor gemeenschappen die anders direct worden geraakt door uitval van stroom en logistiek. Het herstel van Jamaica krijgt daarmee een andere toon, omdat zonne-energie, watertoegang en kleinschalige bedrijvigheid niet langer als losse projecten worden gezien. Deze zaken worden nu gezien als onderdelen van een bredere strategie voor schokbestendigheid.
Ook de gesprekken met premier Andrew Holness, minister Kamina Johnson Smith, minister Matthew Samuda, opperrechter Brian Sykes en minister Delroy Chuck laten zien dat UNDP zijn rol veel breder trekt dan louter rampenhulp. Volgens de officiële missie samenvatting ondersteunt de organisatie momenteel verlies- en schadeanalyses, nationale herstelplanning, water- en zonneprojecten op gemeenschapsniveau, herstel van bestaansmiddelen voor kleine bedrijven, kleinschalige woning- en dakreparaties en de wederopbouw van kust-, bos- en waterscheidingsecosystemen. Daarnaast lopen er trajecten rond toegang tot recht, restorative justice en digitalisering van gerechtelijke dossiers. Dit geeft aan dat weerbaarheid in Jamaica steeds meer wordt gedacht als iets dat evenveel met bestuur en rechtsstaat te maken heeft als met orkanen en infrastructuur.
Voor het Caribisch gebied is dat een belangrijk signaal. Veel eilandstaten beseffen inmiddels dat herstel na een storm te duur en te traag wordt wanneer het alleen op overheidsbudgetten rust. UNDP’s nieuwe strategische lijn voor 2026 tot 2029 zet daarom expliciet in op meer duurzame financieringsoplossingen voor SIDS via publiek private samenwerking. Dit maakt Jamaica meteen tot een praktisch voorbeeld van hoe die denkrichting eruit kan zien. Voor Suriname ligt daar een herkenbare les in. Ook hier zal toekomstige weerbaarheid minder afhangen van grote woorden over klimaat en veel meer van de vraag of ondernemerschap, institutionele betrouwbaarheid en slimme investeringsstructuren op tijd samenkomen voordat de volgende schok zich aandient.
Volg de Facebookpagina en Youtube kanaal voor data, nieuws en inspiratie. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com