Toerisme blijft voor het Caribisch gebied een van de belangrijkste motoren van inkomen en werk, en het verhaal wordt vaak verteld met bezoekersaantallen en volle hotels. De Wereldbank wijst er echter op dat de regio in 2023 volgens cijfers van de World Travel and Tourism Council een stevige bijdrage uit toerisme haalde, maar dat dit succes tegelijk een zwakke plek maskeert, namelijk de kwaliteit van veel banen. Zodra seizoenen omslaan of een schok toeslaat, blijkt hoe dun de beschermlaag rond inkomens en zekerheden soms is.
De vraag verschuift daarom van hoeveel banen toerisme oplevert naar welke banen het precies zijn en voor wie ze werken. In een analyse die de Wereldbank samenvat, wordt jobkwaliteit breder gemeten dan loon alleen, met ook voordelen, stabiliteit en werkomstandigheden als toetsstenen. Daaruit komt een beeld naar voren waarin toerisme wel kansen opent, maar vaak achterblijft bij andere sectoren op zekerheid en doorgroeiruimte.
Een kwetsbaarheid springt eruit, want toerisme is gevoelig voor externe schokken en voor de logica van piek en dal. De Wereldbank verwijst naar het pandemiejaar als harde les, toen in de Cariben op grote schaal banen wegvielen en huishoudens abrupt terugvielen op informele overleving. In zo’n sector wordt personeelsverloop al snel het verdienmodel van de markt, en dat drukt de opbouw van skills en professionele standaarden.
Daarbovenop ontstaat er een tweedeling binnen dezelfde sector. Jongeren vinden relatief makkelijk instapwerk en vrouwen dragen een groot deel van de dienstverlening, maar de kwaliteitskloof blijft volgens de Wereldbank zichtbaar, vooral in stabiliteit en beloning. Ook de afstand tussen stad en district speelt mee, omdat rurale toerismebanen vaker lager scoren op voorwaarden en bescherming.
Voor Suriname is dit herkenbaar, omdat de sector hier eveneens kan groeien zonder automatisch brede welvaart te leveren. Het verschil wordt gemaakt door de keten rond toerisme structureel aan te pakken, zodat touroperators en restaurants inkopen bij lokale landbouwers, vissers en transporteurs. Daarom zal de regering de focus moeten leggen op de productiesector, zodat er meer Surinaamse producten verkocht worden, want met meer tourisme kan de inflatie omhoog schieten. Wie investeringen wil aantrekken die langer blijven, laat het liefst vroeg zien dat personeel formeel wordt ingezet, dat training meetbaar is, en dat kwaliteit niet afhankelijk is van goodwill maar van afspraken.
De praktische manier om het op te lossen ligt grotendeels voor de hand, maar vraagt discipline in uitvoering. Overheden kunnen drempels verlagen voor formalisering, inspecties en standaarden serieuzer maken, en opleidingen richten op wat de sector nu vraagt, waaronder digitale verkoop, duurzame exploitatie en serviceprocessen die schaalbaar zijn. Het helpt ook als publiek en privaat samen fondsen en programma’s dragen die zichtbaar terugvloeien naar workforce development en community projecten, omdat dat retentie en reputatie tegelijk versterkt.
Voor inspiratie, nieuws, data en Community Building, volg de Facebookpagina en Youtube kanaal.