Achter gesloten deuren boog De Nationale Assemblée (DNA) zich de afgelopen week over een dossier dat de financiële toekomst van Suriname mede zal bepalen, het Schuldenplan 2026. Geen droog rekenstuk, maar een strak getimede operatie waarin honderden miljoenen dollars, internationale schuldeisers en politieke keuzes samenkomen. In 2026 moet de regering bijna 398 miljoen Amerikaanse dollar aan rente- en aflossingsverplichtingen zien te managen. Dat bedrag alleen al maakt duidelijk waarom het Schuldenplan onlosmakelijk verbonden is met de Staatsbegroting. Vanaf januari starten gespreide contactmomenten met schuldeisers, bedoeld om de betalingen ordelijk en volgens schema te laten verlopen. Elke misrekening kan grote gevolgen hebben. Vooral de buitenlandse schulden zorgen voor spanningsmomenten.
Januari opent het jaar meteen zwaar, met ongeveer 12 procent van de totale buitenlandse schuldverplichtingen. Maar het echte zwaartepunt ligt in juli, wanneer maar liefst 28 procent moet worden betaald, grotendeels door renteverplichtingen op de Eurobond. Daarbovenop volgen nog pieken in juni en december, wanneer aflossingen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en aanzienlijke bedragen aan de Inter-American Development Bank (IADB) verschuldigd zijn. Ook intern blijft het spannend. Binnenlandse schulden kennen hun eigen betalingspieken. De hoogste rentelasten vallen in april en oktober, elk goed voor zo’n 7 procent van het totaal. Deze lasten hangen samen met onder meer de herkapitalisatie van de Centrale Bank van Suriname, schuldovernames en financiering van infrastructurele projecten. De grootste aflossingen op binnenlandse schulden zijn eveneens in april gepland, met nadruk op bankenschulden, schatkistpapier en infrastructuurfinanciering.
Volgens de begroting bedraagt de totale staatsschuld in 2026 14,9 miljard SRD, omgerekend circa 401 miljoen USD, exclusief eventuele nieuwe leningen. Daarnaast is 2,4 miljoen USD gereserveerd voor bijkomende kosten zoals transactiekosten, provisies en herstructurering. Van het beschikbare schuldenbudget gaat 69 procent (275 miljoen USD) naar buitenlandse schulden en 31 procent (123 miljoen USD) naar binnenlandse verplichtingen, inclusief 29 miljoen USD aan supplier debt. Opvallend is de verdeling, 55 procent van de middelen wordt besteed aan aflossingen, 45 procent aan rente. Het Schuldenplan 2026 is meer dan een overzicht van betalingen. Het vormt de kern van een middellangetermijnstrategie voor schuldbeheer, waarin kosten- en risicoanalyses, fiscale keuzes, macro-economische verwachtingen en marktomstandigheden samenkomen. Het plan moet de overheid in staat stellen gecontroleerd te manoeuvreren tussen binnenlandse en buitenlandse verplichtingen. 2026 belooft daarmee een jaar te worden van precisiewerk. Elke maand telt, elke betaling is cruciaal. Het Schuldenplan is het kompas, maar of Suriname zonder kleerscheuren door deze financiële storm navigeert, zal afhangen van discipline, timing en vertrouwen, zowel nationaal als internationaal.