De Surinaamse drinkwatervoorziening staat voor een enorme opgave. De N.V. Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) moet haar productiecapaciteit vrijwel verdubbelen om op langere termijn aan de vraag naar drinkwater te kunnen voldoen. De huidige productie ligt rond 5.800 kubieke meter per uur, terwijl naar schatting 11.000 kubieke meter per uur nodig is. Een tekort van ruim 5.200 kubieke meter per uur gaapt daarmee tussen de huidige capaciteit en wat Suriname in de toekomst nodig heeft. Dat zijn geen cijfers die alleen thuishoren in een technisch investeringsplan. Ze leggen een structurele kwetsbaarheid zichtbaar in een voorziening die tot de meest noodzakelijke en publieke taken behoort. Zonder forse investeringen in productie, transport en distributie dreigt de betrouwbaarheid van de drinkwatervoorziening verder onder druk te komen. De omvang van het probleem kwam naar voren tijdens een werkbezoek van een delegatie van de Stichting Planbureau Suriname (SPS) aan de SWM. De informatie moet worden gebruikt bij de voorbereiding van het Meerjaren Ontwikkelingsplan van Suriname. Daarmee krijgt het waterprobleem ook een bredere economische en bestuurlijke betekenis, de achterstanden binnen de SWM zijn niet langer uitsluitend een bedrijfsprobleem, maar een nationale ontwikkelingskwestie.
SWM directeur Clifton Lienga presenteerde tijdens het bezoek de toekomstplannen van het bedrijf. Tegelijkertijd werd teruggekeken naar investeringsprojecten die eerder al in ontwikkelingsplannen waren opgenomen. Een deel daarvan werd niet volgens planning uitgevoerd. De covid-19 pandemie en sterk gestegen kosten worden daarbij als belangrijke oorzaken genoemd. Maar achter die vertraging schuilt een groter probleem, Suriname heeft herhaaldelijk plannen gemaakt voor infrastructuur, terwijl de uitvoering achterblijft bij de behoefte. Dat uitstel heeft een prijs. Waterinfrastructuur die niet tijdig wordt vernieuwd, veroudert verder. Installaties die niet structureel worden onderhouden, verliezen aan efficiëntie. En wanneer noodzakelijke investeringen telkens naar voren worden geschoven, worden toekomstige investeringen uiteindelijk duurder en omvangrijker. De SWM probeert inmiddels met internationale financiering een deel van de achterstand in te lopen. Binnen het Water Supply Modernization Program van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank staat de uitbreiding van het productiestation te Helena Christina centraal. Ook het Water Supply Infrastructure Improvement Project van de Agence Française de Développement is opnieuw opgestart. Dat project richt zich onder meer op verbetering van de watervoorziening en dienstverlening in Groot Paramaribo en Moengo. Internationale financiering kan belangrijke projecten mogelijk maken, maar lost het fundamentele probleem niet automatisch op.
De SWM blijft afhankelijk van een structurele financiële basis om haar infrastructuur vervolgens te onderhouden, personeel en materieel te bekostigen en nieuwe achterstanden te voorkomen. Juist daar zit een van de grootste kwetsbaarheden. De watertarieven liggen volgens de SWM al geruime tijd onder de kostprijs. Tegelijkertijd nemen de prestaties van installaties en werktuigen af door onvoldoende structureel onderhoud. Het resultaat is een bedrijf dat enerzijds steeds meer moet investeren en anderzijds onvoldoende inkomsten genereert om de bestaande infrastructuur duurzaam op peil te houden. Daar komt nog een bijzonder groot verliesprobleem bij. Ongeveer 45 procent van het geproduceerde water levert momenteel geen inkomsten op. Via het Strategisch Plan 2024–2034 wil de SWM dit zogenoemde Non-Revenue Water terugbrengen naar 25 procent. Lekkages, technische verliezen en waterdiefstal behoren tot de oorzaken. Een verliesniveau van 45 procent betekent dat bijna de helft van het geproduceerde water niet wordt omgezet in inkomsten. Voor een bedrijf dat zijn productiecapaciteit bijna moet verdubbelen, is dat een fundamenteel probleem. Meer produceren zonder tegelijkertijd de verliezen drastisch terug te dringen, betekent immers dat een aanzienlijk deel van de extra productie opnieuw verloren kan gaan.
Ook de vervanging van verouderde asbestcementleidingen, het verbeteren van het debiteurenbeheer en de modernisering van de productie infrastructuur staan daarom hoog op de agenda. Het gaat niet alleen om uitbreiding, maar ook om het repareren van een systeem dat op verschillende onderdelen zijn grenzen heeft bereikt. De cijfers maken duidelijk dat Suriname zich weinig ruimte kan veroorloven voor nog meer uitstel. Een betrouwbare drinkwatervoorziening ontstaat niet door incidentele projecten, noodreparaties of plannen die pas na jaren worden uitgevoerd. Daarvoor zijn continu onderhoud, kostendekkende financiering, consequente investeringen en streng beheer noodzakelijk. De SWM staat daarmee voor meer dan de uitbreiding van enkele productiestations en leidingen. Het bedrijf moet een infrastructuurachterstand wegwerken, waterverliezen terugdringen, inkomsten verbeteren en tegelijk bijna een verdubbeling van de productiecapaciteit realiseren. Dat is een enorme financiële en organisatorische opgave. Het Strategisch Plan 2024–2034 kan richting geven, maar plannen alleen leveren geen druppel extra drinkwater op. De komende jaren zullen vooral moeten uitwijzen of Suriname in staat is de noodzakelijke investeringen daadwerkelijk en structureel uit te voeren. Want als de huidige achterstanden blijven oplopen, wordt schoon en betrouwbaar drinkwater uiteindelijk niet alleen een infrastructuurvraagstuk, maar een steeds groter nationaal risico die op het bord van de burger wordt gelegd.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com