In Suriname vallen deze dagen scherp contrasterende beelden samen, een herdenking van een bloedige bladzijde uit de geschiedenis, bezoek uit Nederland met een zware economische delegatie, een mijnbedrijf dat inzet op zonne energie, een nationale ploeg die plots zonder bondscoach verder moet en een regio waar de oproep tot diplomatie luider klinkt dan het geraas van oorlogstaal.
In Moiwana kwam de gemeenschap opnieuw bijeen om de slachting te gedenken waarbij tientallen ongewapende dorpsbewoners, onder wie veel vrouwen en kinderen, door militairen zijn omgebracht. Nabestaanden stonden schouder aan schouder met maatschappelijke organisaties en met de vertegenwoordigers van Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten, die met hun jaarlijkse aanwezigheid duidelijk maken dat het verhaal niet mag verdwijnen in de mist van de tijd. Zij spraken over de noodzaak om het onderzoek vol te houden, over het belang van een Openbaar Ministerie dat kan werken zonder politieke intimidatie en over een rechtsstaat die niet buigt voor gemakzuchtige pogingen om zware misdaden met gratie af te sluiten. In die toon klonk mee dat een land alleen vooruitkomt wanneer het recht niet selectief wordt verdedigd.
De oproep om recht en regels centraal te houden weerklonk ook op hoger regionaal niveau, waar de secretaris generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, Albert Ramdin, pleitte voor dialoog tussen Venezuela en de Verenigde Staten. Hij waarschuwde dat het westelijk halfrond een zone van vrede moet blijven, nu de militaire aanwezigheid van de VS in het zuidelijk Caribisch gebied fors is opgevoerd met oorlogsschepen, vliegtuigen en een vliegdekschip. Aanvallen op Venezolaanse vaartuigen in internationale wateren, door Washington voorgesteld als acties tegen drugskartels, hebben geleid tot tientallen doden en stevige kritiek van onder meer de Verenigde Naties. Ramdin benadrukte dat de strijd tegen georganiseerde misdaad noodzakelijk is, maar alleen geloofwaardig blijft wanneer deze binnen het internationale recht en met aantoonbaar bewijs wordt gevoerd. Voor kleine staten in de regio is het geen luxe maar een noodzaak om consequent te blijven wijzen op dat juridische kader.
Tegen deze achtergrond landden Willem Alexander en Máxima in Paramaribo, vergezeld door een delegatie van vijftien Nederlandse bedrijven en instellingen. De samenstelling van de groep laat zien welke richtingen Nederland voor ogen heeft in de toekomstige samenwerking met Suriname. Aan de waterkant staan zwaargewichten uit de wereld van baggeren, kustbescherming, rivierbeheer en geodata, onder wie Boskalis, Dutch Dredging, Fugro, Royal HaskoningDHV en Deltares. Hun kennis wordt internationaal ingezet voor klimaatbestendige deltagebieden en duurzame infrastructuur. Een overeenkomst met het Surinaamse ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening over onder meer het uitdiepen van de Surinamerivier, gefinancierd via een forse schenking, illustreert de ambities aan beide zijden van de oceaan.
Naast deze waterbouwers maken ook bedrijven uit energie, industrie, scheepsbouw, luchtvaart, gezondheidszorg en innovatie deel uit van de delegatie, waaronder Koole Group, Janson Bridging, Royal Van Lent, KLM, Philips en onderzoeksinstelling TNO. Zij kijken naar modernisering van logistiek, maritieme en luchtverbindingen, medische technologie en digitale toepassingen die overheidsdiensten en bedrijven kunnen versterken. Invest International is aanwezig als financier van projecten waarin Nederlandse expertise wordt gekoppeld aan lokale behoeften. Dat alles vormt een breed palet aan mogelijkheden, dat pas echt waarde krijgt wanneer Suriname met gerichte projecten en duidelijke randvoorwaarden aan tafel verschijnt zodat afspraken niet blijven steken in goede bedoelingen en fotomomenten.
Dat duurzaamheid geen slogan hoeft te zijn maar ook harde investeringen kan opleveren, liet Zijin Rosebel Goldmine zien met de ingebruikname van een tweede zonnepark op het mijnterrein. De installatie met tientallen duizenden panelen levert vijfentwintig megawatt en dekt naar schatting bijna een vijfde van de jaarlijkse stroomvraag van de mijn, met een deel van de productie opgeslagen in batterijen om de leveringszekerheid te vergroten. Eerder introduceerde het bedrijf al volledig elektrische mijntrucks van negentig ton. De investering van tientallen miljoenen Amerikaanse dollar moet in een termijn van ongeveer tien jaar worden terugverdiend, maar stuurt nu al een signaal dat grootschalige productie ook kan worden gecombineerd met minder uitstoot en minder afhankelijkheid van diesel. Bewindslieden spraken in hun toespraak de hoop uit dat deze aanpak navolging krijgt bij andere grote verbruikers, zodat de nationale ambitie van een groene koers geen papieren verhaal blijft.
Op sportief vlak kreeg het land intussen te maken met een verrassing die in de kleedkamer insloeg. Bondscoach Stanley Menzo legde zijn functie neer na overleg met de technische leiding van de Surinaamse Voetbalbond. In zijn verklaring gaf hij aan dat het besluit zwaar viel maar dat hij dit moment passend vond om een stap terug te doen, juist nu de nationale ploeg op weg is naar de beslissende kwalificatiewedstrijden voor het wereldkampioenschap. Onder zijn leiding bereikte Natio de kwartfinale van de Concacaf Nations League, plaatste de ploeg zich voor de eindronde van de Gold Cup en werd een plek in de play offs veiliggesteld. De bond roemde zijn bijdrage en erkende tegelijk dat het vertrek op een lastig moment komt. Er moet snel een nieuwe bondscoach worden gevonden, zodat de spelersgroep niet in onzekerheid blijft en de opgebouwde lijn kan worden vastgehouden. Een elftal dat geschiedenis wil schrijven, vaart immers beter bij continuïteit dan bij improvisatie.