De positieve beoordeling van het Internationaal Monetair Fonds geeft Suriname tijdelijk ademruimte, maar geen vrijbrief om de economie opnieuw te laten leunen op hoop, import en uitgestelde keuzes. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning reageert tevreden op de erkenning dat de economie verder stabiliseert, maar haar waarschuwing is belangrijk. Een land dat na jaren van pijnlijke aanpassing eindelijk enige rust ziet in wisselkoers, inflatie en vertrouwen, mag die rust niet verwarren met structurele kracht.
De verhouding met het IMF lijkt volgens de minister stabiel en constructief, wat in een kleine en kwetsbare economie geen detail is. Vertrouwen van internationale instellingen helpt bij financiering, kredietwaardigheid en beleidsgeloofwaardigheid, maar het lost geen enkel productievraagstuk op wanneer de binnenlandse economie te smal blijft. De echte test ligt daarom niet in de vraag of Washington Suriname vriendelijker beoordeelt, maar of Paramaribo de discipline kan vasthouden wanneer sociale druk, loononderhandelingen en politieke verlangens opnieuw aan de begrotingsdeur kloppen.
Wijnerman erkent dat de wisselkoers momenteel rustiger oogt en dat de inflatie beter beheersbaar is dan in de zwaarste periode van de crisis. Die verbetering is waardevol, omdat burgers en bedrijven eindelijk iets meer voorspelbaarheid nodig hebben na jaren waarin prijzen, lonen en kosten elkaar voortdurend achtervolgden. Toch blijft de minister terecht voorzichtig, omdat internationale spanningen, brandstofprijzen, vakbondsgesprekken en binnenlandse bestedingsdrang de huidige stabiliteit snel opnieuw kunnen aantasten.
De grootste kwetsbaarheid blijft de importverslaving van de Surinaamse economie, vooral bij brandstof en andere basisgoederen die direct doorwerken in transport, winkelprijzen en overheidsinkomsten. Het prijsplafond op brandstof beschermt burgers tegen een hardere schok aan de pomp, maar schuift tegelijk een deel van de rekening naar de staat. Elke week waarin de overheid inkomsten misloopt om de prijsdruk te dempen, wordt de ruimte kleiner voor investeringen in productie, onderwijs, zorg en sociale versterking.
Daarmee wordt zichtbaar hoe duur economische afhankelijkheid werkelijk is, want een land dat te weinig zelf produceert, betaalt niet alleen de buitenlandse factuur, maar verliest ook beleidsruimte wanneer internationale prijzen stijgen. Importafhankelijkheid is daarom geen gewone handelsstatistiek, maar een structurele zwakte die de wisselkoers, de begroting, de koopkracht en het vertrouwen tegelijk onder druk kan zetten.
De oproep van Wijnerman om landbouw, rijstbouw en andere productieve sectoren sneller te stimuleren, raakt precies aan dat probleem. Tijdens de Agrobeurs werd opnieuw zichtbaar hoeveel potentie aanwezig is, maar ook hoe vaak die potentie blijft steken in kapitaaltekort, versnipperde begeleiding, gebrekkige schaal en onvoldoende marktorganisatie. Boeren en producenten hebben geen nieuwe toespraken nodig, maar financiering, bodemkennis, irrigatie, verwerking, opslag, logistiek en afzetzekerheid.
De minister legt de rol van de overheid nadrukkelijk bij het scheppen van voorwaarden, en dat is op papier juist. De staat hoeft niet elke onderneming zelf te runnen, maar moet wel zorgen dat serieuze producenten toegang krijgen tot kapitaal, vergunningen, infrastructuur, data, technische ondersteuning en een eerlijk speelveld. Een overheid die alleen faciliteert zonder de financiële knelpunten van producenten te helpen doorbreken, laat de productieve sector alsnog tegen een muur lopen.
De waarschuwing om niet te wachten op olie inkomsten is misschien het belangrijkste deel van Wijnermans boodschap. Olie kan straks grote bedragen opleveren, maar olie bouwt geen landbouwketen, geen toeristische kwaliteit, geen industriële discipline en geen ondernemende middenklasse wanneer het geld zonder plan de economie binnenstroomt. Een land dat pas begint te bouwen wanneer de olie dollars binnenkomen, loopt het risico dat rijkdom sneller wordt uitgegeven dan omgezet in blijvende capaciteit.
Daarom moet economische diversificatie meer zijn dan een beleidswoord dat bij elke crisis opnieuw wordt afgestoft. Toerisme, landbouw, agro verwerking, dienstverlening, technologie, logistiek en creatieve economie kunnen alleen groeien wanneer beleid, scholing, krediet en marktontwikkeling elkaar versterken. Suriname heeft geen gebrek aan sectoren met potentie, maar aan een uitvoeringscultuur die potentie omzet in export, banen, belastinginkomsten en productieve bedrijven.
De IMF beoordeling is dus positief genoeg om vertrouwen te voeden, maar kritisch genoeg om zelfbedrog gevaarlijk te maken. Het fonds ziet vooruitgang, maar wijst tegelijk op de noodzaak van begrotingsdiscipline, sterke instituties en verstandig beleid richting de olieperiode. Dat betekent dat elke nieuwe uitgave, elke loonafspraak en elke subsidiepolitiek moet worden getoetst aan de vraag of zij stabiliteit beschermt of opnieuw ondergraaft.
Suriname moet deze fase gebruiken als overgang van herstel naar productie, omdat stabiliteit zonder economische verbreding slechts een pauze tussen twee crises wordt. De koers blijft alleen rustig wanneer de begroting geloofwaardig is, de Centrale Bank ruimte behoudt, importdruk afneemt en ondernemers daadwerkelijk kunnen produceren voor de lokale markt en export. De komende olie inkomsten mogen niet de reden worden om achterover te leunen, maar moeten het kapitaal leveren om landbouw, toerisme, kennis, infrastructuur en ondernemerschap eindelijk op een hoger niveau te brengen.
De conclusie is dat Suriname niet moet juichen omdat het IMF positiever klinkt, maar moet werken omdat het land nog lang niet stevig genoeg staat. Stabilisatie is een noodzakelijke stap, maar geen eindbestemming, geen sociale garantie en geen ontwikkelingsmodel. Pas wanneer de economie minder afhankelijk wordt van import, subsidies en toekomstige olie verwachtingen, kan Suriname zeggen dat herstel is veranderd in echte nationale vooruitgang.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com