Zondag betekende een symbolisch moment in de geschiedenis van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM). Het was precies vijftig jaar geleden dat de nationale luchtvaartmaatschappij haar eerste vlucht uitvoerde tussen Paramaribo en Schiphol. De vlucht, uitgevoerd met een DC8-63 die werd gehuurd van de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij (KLM), markeerde het begin van de Surinaamse burgerluchtvaart op intercontinentale schaal. Het toestel, in de karakteristieke SLM-huiskleuren, werd later op 25 november, de dag waarop Suriname zijn onafhankelijkheid verwierf plechtig gedoopt.
Vijftig jaar later is de trots van toen echter grotendeels verdwenen. Wat ooit symbool stond voor nationale trots, zelfstandigheid en verbinding met de buitenwereld, is nu geworden tot een bron van zorg, frustratie en wantrouwen. De SLM, die ooit met eigen vliegtuig en bemanning de trotse Mid-Atlantische route onderhield, is vandaag niet in staat om op eigen kracht een toestel de lucht in te krijgen. Wij willen best trots zijn, maar, waar moeten we trots op zijn?. De kritiek richt zich niet alleen op het ontbreken van een eigen vliegtuig, maar vooral op de bestuurlijke chaos, het gebrek aan visie en de eindeloze reeks mislukkingen die de SLM in de afgelopen jaren heeft geteisterd.
Wij vragen ons af of de luchtvaartmaatschappij nog wel te redden is. Het vertrouwen in de overheid en de leiding van het bedrijf is minimaal. Waar er ooit hoop bestond dat de komst van een nieuwe president nieuw leven in de onderneming zou blazen, overheerst inmiddels het gevoel dat men opnieuw in oude patronen is vervallen.
President Jennifer Geerlings-Simons sprak bij haar aantreden op 16 juli stevige woorden over het herstel van nationale trots en het redden van de SLM van de ondergang. Ze kondigde de oprichting aan van een speciale unit, bestaande uit juristen en luchtvaartdeskundigen, die binnen drie maanden een helder beeld moet schetsen van de juridische, financiële en operationele problemen binnen de organisatie.
Daarnaast werd een werkgroep geïnstalleerd die binnen zes maanden een voorstel moeten uitwerken voor de hervorming van de bredere luchtvaartsector. Die werkgroep moet onder meer kijken naar de zogeheten blacklisting van Surinaamse luchtvaartmaatschappij, die niet langer in Europese luchthavens mogen landen. Voor de SLM maakt dat in de praktijk echter weinig verschil: de maatschappij beschikt al jaren niet meer over een toestel dat überhaupt de Atlantische oversteek kan maken.
Bovendien beschikt de SLM niet meer over de vereiste certificeringen om met moderne tweemotorige vliegtuigen op de intercontinentale route te opereren. Het alternatief om oudere viermotorige toestellen in te zetten is commercieel en technisch niet rendabel. Toch houdt de directie publiekelijk vast aan de belofte dat de maatschappij binnen afzienbare tijd weer met een eigen kist zal vliegen.
Een ander initiatief dat hoop had kunnen bieden, is inmiddels eveneens stilgelegd. Al langer dan een jaar werkt de directie aan een plan om een vrachttoestel te leasen, waarmee de SLM jaarlijks naar schatting een half miljoen Amerikaanse dollar zou kunnen verdienen, vooral via transportdiensten aan de olie- en gassector.
Dat plan lijkt voorlopig ingevroren in de koelkast gezet. De nieuwe Raad van Commissarissen (RvC) heeft het project on hold gezet, met als officiële reden dat men zich opnieuw oriënteert op de strategische koers van de onderneming.
Ondertussen is de financiële situatie nijpend. President Geerlings-Simons vroeg drie maanden geleden het staatsbedrijf Grassalco om de maandelijkse noodsteun van twee miljoen Amerikaanse dollar aan de SLM voort te schieten om de crisis binnen SLM overeind te houden. Vier maanden later is echter nog steeds onduidelijk hoelang Grassalco die steun kan blijven geven zonder zelf in de problemen te raken.
Vijftig jaar na de eerste historische vlucht is de SLM nog steeds in leven, maar meer op de intensive care dan in de lucht. Waar de maatschappij ooit symbool stond voor nationale trots en onafhankelijkheid, is nu een toonbeeld geworden van bestuurlijk verval, afhankelijkheid en politieke bemoeienis. Wij kijken toe met gemengde gevoelens: heimwee naar wat ooit was, en scepsis over wat nog komen kan. Wij graag zien komen, is duidelijkheid en eerlijkheid. Niet nog meer beloftes of commissies, maar een harde waarheid over de toekomst van de nationale luchtvaart. Er wordt veel gezegd, maar er gebeurt weinig.