Waarnemend president Gregory Rusland heeft geprobeerd het omstreden leningenbeleid van de regering te verdedigen. Maar hoewel de regering benadrukt dat de werkelijke nieuwe schuld slechts USD 180 miljoen bedraagt, blijft de kernvraag overeind, hoe diep zit Suriname inmiddels vast in een vicieuze cirkel van lenen om oude schulden af te lossen? Volgens Rusland wordt de regering onterecht verweten dat zij voor ongeveer USD 1,8 miljard aan nieuwe leningen heeft afgesloten. Hij stelde dat een aanzienlijk deel daarvan bestond uit oude schulden die al bestonden toen deze regering aantrad. Vooral de afhandeling van de zware Oppenheimer-schuld zou een groot deel van de financiële druk hebben veroorzaakt. Die uitleg klinkt op papier logisch, maar neemt de zorgen in de samenleving niet weg. Want ongeacht of het gaat om oude of nieuwe schulden, blijft de realiteit dat Suriname miljarden moet ophoesten voor aflossingen en rente. Voor veel burgers maakt het weinig verschil wie de schuld oorspronkelijk heeft gemaakt, de rekening komt uiteindelijk terecht bij de samenleving.
Rusland hield voor dat de regering vanaf 2025 verplicht werd lopende schulden en renteverplichtingen af te lossen. Zonder ingrijpen zouden sectoren als onderwijs en gezondheidszorg volgens hem ernstig in gevaar zijn gekomen. Het staatshoofd schetste daarmee een beeld van een regering die weinig keuze had en gedwongen werd naar alternatieven te zoeken om een financiële implosie te voorkomen. Toch roept dat meteen nieuwe vragen op. Als de economie werkelijk wordt gestabiliseerd, waarom blijft de afhankelijkheid van leningen dan zo groot? Critici wijzen erop dat regeringen in Suriname al jaren dezelfde redenering gebruiken, nieuwe schulden zijn noodzakelijk om eerdere problemen op te lossen. Het resultaat is dat de staatsschuld blijft drukken op toekomstige generaties, terwijl structurele economische groei uitblijft. De uitspraak van Rusland dat netto slechts USD 180 miljoen extra is geleend, lijkt bovendien vooral bedoeld om de politieke schade te beperken. Financieel deskundigen benadrukken al langer dat netto-berekeningen een vertekend beeld kunnen geven.
Een schuld die wordt geherfinancierd of doorgeschoven, verdwijnt immers niet echt, zij verandert alleen van vorm of schuldeiser. Daar komt bij dat veel Surinamers weinig merken van de zogenoemde stabilisatie. De koopkracht blijft onder druk staan, prijzen blijven hoog en basisvoorzieningen kampen nog steeds met problemen. Tegen die achtergrond klinkt de boodschap dat het financieel beleid onder controle is, voor velen weinig overtuigend. Rusland verwees ook naar plannen voor een spaar- en stabilisatiefonds, iets waar volgens hem brede overeenstemming over bestaat. Dat idee wordt al jaren genoemd als noodzakelijke buffer voor toekomstige inkomsten, vooral met het oog op de verwachte olie-inkomsten. Maar ook daar leeft scepsis, zonder harde wettelijke waarborgen vrezen critici dat toekomstige inkomsten opnieuw zullen verdwijnen in politieke uitgaven en schuldaflossingen. De discussie maakt één ding duidelijk, de regering probeert het leningenbeleid te presenteren als een noodzakelijke reddingsoperatie, maar heeft nog altijd moeite om het vertrouwen van de bevolking volledig terug te winnen. Zolang de economische verlichting uitblijft en de schuldenlast voelbaar blijft in het dagelijks leven, zal de kritiek op het financieel beleid alleen maar toenemen.
Volg Ko’W’ Checking voor nieuws, data en meer gesprekken over samenleving, ondernemerschap, leiderschap en ontwikkeling, op de Facebookpagina, TIKTOK en Youtube kanaal. Voor alle nieuws uit Suriname en de wereld check: www.kowchecking.com