Advocaat Hugo Essed, die de nabestaanden van de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden vertegenwoordigt, bevestigt dat er een civiele schadeclaim tegen de staat Suriname is ingediend. Volgens hem draait de zaak echter nadrukkelijk niet alleen om financiële compensatie, maar vooral om het herstel van de eer en goede naam van de slachtoffers. Het strafvonnis heeft recht gesproken. Nu moet Suriname ook recht dóen. Meester Essed benadrukt dat de strafrechtelijke veroordelingen slechts één deel afsluiten van wat hij omschrijft als een dramatisch hoofdstuk in de Surinaamse geschiedenis. Dat hoofdstuk kan volgens hem pas worden afgerond wanneer de staat publiekelijk erkent dat de vijftien mannen géén coupplegers waren. Dat is juridisch vastgesteld, maar maatschappelijk nog lang niet doorgedrongen.
Essed stelt dat de samenleving tot op heden sterk verdeeld is over wat er op 8 december 1982 gebeurde. Een groot deel van de bevolking beschikt volgens hem over onvolledige of onjuiste informatie. Veel mensen denken nog steeds dat het om coupplegers ging, terwijl het vonnis ondubbelzinnig anders zegt. Nog geen driehonderd mensen hebben dat vonnis überhaupt gelezen. Juist daarom is maatschappelijk eerherstel volgens hem essentieel. Voor de nabestaanden was het vanaf het begin duidelijk dat hun dierbaren geen coupplegers waren. Maar voor een groot deel van de samenleving is dat nooit rechtgezet. De staat heeft de morele plicht om dat nu wél te doen. Hoewel de civiele zaak formeel draait om aansprakelijkheid voor de schade die door de moorden is veroorzaakt, benadrukt Essed dat het werkelijke doel breder is.
De financiële kant is een juridische verplichting, maar het gaat ons veel meer om het maatschappelijke en morele aspect. De slachtoffers en hun families zijn decennialang ook nog eens beschuldigd, belasterd en weggezet als landverraders. Dat moet worden hersteld.
Ook anderen die de nabestaanden probeerden te ondersteunen zouden jarenlang intimidatie en stigmatisering hebben ervaren. Essed reageert positief op recente uitspraken van president Jennifer Simons en vicepresident Gregory Rusland. Volgens hem tonen die uitspraken aan dat de regering begrijpt dat het vonnis ook maatschappelijke consequenties heeft. De president erkent dat het vonnis een eindpunt is waar zij zich bij neerlegt. De vicepresident noemt de veroordeling cruciaal voor de Surinaamse samenleving. Dat zijn belangrijke signalen. Als de regering bereid is tot vrijwillig eerherstel, kan de civiele procedure volgens Essed zelfs worden beëindigd. Maar zolang dat niet gebeurt, zetten we de juridische route voort. De staat kan dit oplossen, in of buiten de rechtszaal. Essed plaatst de kwestie in een bredere context van nationale verantwoordelijkheid. Wij vragen van Nederland excuses en herstelbetalingen voor historische misstanden terecht. Maar wanneer het gaat om misdaden gepleegd door onze eigen Surinamers, vastgesteld door onafhankelijke rechters, hebben we moeite om verantwoordelijkheid te nemen. Dat moet veranderen.
Volgens hem kan Suriname door de eisen in te willigen juist een krachtig signaal afgeven. Het zou een enorme stap zijn richting een volwassen rechtsstaat en een betere toekomst.